Home

‘Door dat hele LPF-gezeik kwam ik niet meer toe aan wat het leven in Den Haag zo ongelooflijk leuk maakte’

Decennia was haar stemgeluid onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse politiek. Nu moet Wouke van Scherrenburg er niet meer aan denken om als parlementair verslaggever de Haagse wandelgangen onveilig te maken. ‘Ik zou iedere avond gedeprimeerd naar huis gaan.’

is tv-maker, schrijver en journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze bekendere Nederlanders.

‘Elke dag is het weer feest, als ik word geïnterviewd door Het Grote Blonde Beest’, dichtte Gerrit Zalm ooit nadat hij haar lootje had getrokken voor het sinterklaasfeest met politici en journalisten. Pim Fortuyn dacht daar weleens anders over. ‘Mevrouwtje, ga lekker naar huis, koken, veel beter!’, waren zijn historische woorden aan haar adres, twee maanden voordat hij werd vermoord. Die gebeurtenis, samen met ‘de verschrikkelijke tijd’ die erop volgde, maakte dat de grande dame van het Binnenhof – die van haar 43ste tot haar 58ste politiek verslaggever was van het televisieprogramma Den Haag Vandaag – na vijftien jaar vertrok. Maar nog altijd volgt ze de politiek op de voet, vertelt ze in Doetinchem, waar ze ontvangt met thee, koekjes, zoutjes, broodjes en zelfgemaakte soep.

Stel dat je Wilders mocht interviewen, wat zou je meest prangende vraag dan zijn?

‘Wilders interviewen is zinloos. Alles ketst af op een teflonlaag. Hij gebruikt elk moment om zijn litanie te herhalen. Iedere keer als hem in de Kamer iets wordt gevraagd, denk ik: o, dit biedt hem weer een gouden kans om zijn stokpaardje te berijden. Dus als ik hem interview, gebruikt hij mij als podium voor zijn verhaal. En ik wil sowieso nooit iemands podium zijn, maar zeker niet dat van Geert Wilders.’

Wat denk je dat zijn uiteindelijke doel is?

‘Hetzelfde als wat je overal ziet bij extreemrechts in Europa, en ook bij Trump: de democratie en de bestaande orde omverschoppen. Daarom is hij dik bevriend met Orbán, daarom vindt hij Poetin een geweldige kerel. Ze willen de boel ontwrichten, en dat lukt ze aardig, hè?

‘Gelukkig zijn we in Nederland gezegend met een democratisch stelsel, en moeten politici samenwerken. Al is dat precies wat de afgelopen twee jaar níét is gebeurd. Ze gunden elkaar niets, daardoor gebeurde er geen zak in dit land. Het ergste vind ik nog dat geen van die partijen ook maar één keer sorry heeft gezegd. ‘Sorry voor de rotzooi die we hebben veroorzaakt.’ Ik vind het verschrikkelijk. Echt verschrikkelijk. Ik zou nu niet in Den Haag willen rondlopen. O nee, echt niet.’

Zou je Yesilgöz niet eens stevig aan de tand willen voelen?

‘O god, nee, daar moet ik niet aan denken. Je ziet in debatten en aan de talkshowtafels steeds hetzelfde gebeuren: zodra het over de inhoud gaat, duikt ze weg. Het zijn allemaal zulke platitudes die er bij haar uit rollen. Ik zou er supermoedeloos van worden en iedere avond gedeprimeerd naar huis gaan.’

Maar is dat dan niet het einde van de parlementaire journalistiek, als iedereen zo getraind is dat je eigenlijk niks meer kunt?

‘Nee, want er lopen godzijdank nog politici rond met wie je wel een goed gesprek kunt voeren. Laurens Dassen en Rob Jetten vertellen zinnige verhalen. Bij Timmermans dacht ik in het begin: man, kom eens uit je schulp, je zit in Den Haag, niet meer in Brussel, maar die heeft nu toch zijn draai gevonden. Mirjam Bikker vind ik ook geweldig om naar te luisteren. Net als Esther Ouwehand. Dus er zijn nog steeds politici, ook de mindere goden, met wie je een prima gesprek kunt voeren. Daar moeten we echt verdomde zuinig op zijn.

‘Het enige wat ik Yesilgöz wil vragen is: heb je, als ’s avonds in bed ligt, nooit het gevoel dat je Nederland je excuses moet aanbieden? Omdat je loog over de nareizigers, waarna het kabinet viel, waarna je de deur openzette naar wat één grote catastrofe is geworden. Maar ja, ik kan het antwoord nu al voor je oplepelen. Ze zal duiken en afschuiven, geen verantwoordelijkheid nemen. Dus nee, ik ben echt blij dat ik er niet meer werk, echt heel erg blij.

‘Maar ik moet je eerlijk zeggen: ik ben er ook heel verdrietig over. Ik heb lang van Den Haag gehouden. Femke Halsema zei tegen mij toen ze nog fractievoorzitter was: ‘Weet je wat het is, Wouk? Al ben je nog zo kritisch, wij voelen dat je om dit bedrijf geeft.’ En dat was ook zo. Maar nu niet meer. Ik geef erg om de democratie en om sociale rechtvaardigheid. Ik ben ontzettend bezorgd over de wereld, voor mijn kinderen en kleinkinderen, vanwege de milieuvervuiling, de wereldorde die op zijn kop staat en het oprukken van de autocraten. Maar ja, en dat zeg ik ook vaak tegen mezelf: daar kun je geen bal aan verhelpen, Van Scherrenburg.’

Het is volgens historicus Maarten van Rossem zo oud als de mensheid om te denken dat je in een catastrofale tijd leeft. Wat is er voor jouw gevoel nu toch echt anders?

‘Mijn generatie, de babyboomers, heeft een van de beste perioden in de geschiedenis meegemaakt. Alles ging opwaarts. Benauwenissen in de vorm van achterlijke regels en preutsheid vielen van ons af. Toen viel de Berlijnse muur ook nog, je dacht: de wereld is gewoon zonnig. En dan kantelt de hele boel in een paar decennia. Ik ben er af en toe ontzettend slecht gehumeurd door. Ik snap dat steeds meer jongeren zich depressief voelen. Ik heb twee kleinkinderen: mijn kleinzoon is opgewekt en vol vertrouwen over de toekomst, maar mijn kleindochter is net als ik somberder over alles. Ik ben hartstikke blij voor mijn kleinzoon, maar ik voel erg mee met mijn 21-jarige kleindochter.’

Ben je weleens bang dat je zelf aan de wieg van die kanteling hebt gestaan? Je zei eerder in een interview: ‘Ik had een zwak voor Pim Fortuyn, want we kwamen uit de jaren negentig waarin niks meer gebeurde. Het geld klotste tegen de plinten, de werkloosheid was bijna verdwenen, en het kabinet-Paars 2 rustte op haar lauweren, het was zo saai. En toen kwam die man met al zijn reuring en ophef, alles werd op zijn kop gezet. Als je parlementair verslaggever bent, is dat natuurlijk fijn.’

‘Er was zeker veel aandacht voor hem, maar het was natuurlijk ook een volstrekt nieuw fenomeen. Ineens stond er een man op het podium die riep dat hij jonge Marokkaantjes in darkrooms ontmoette. Doordat hij inspeelde op de groeiende zorg over het aantal buitenlanders, liep men met hem weg. Ik begreep die zorg wel en ook het gevoel dat mensen hadden: eindelijk iemand die naar ons luistert.

‘Ik ben het met je eens dat Fortuyn de deur open heeft gezet voor latere politici zoals Wilders. Maar het komt ook doordat de kabinetten na Fortuyn het migratieprobleem niet goed hebben opgepakt dat we zijn beland in de situatie waarin we nu verkeren.’

De situatie is nu dat veel mensen denken dat ons grootste probleem de migratie is. Klimaat is naar de negende plek gedaald. Kun je die overfocus als parlementaire pers verleggen of ben je toch een beetje slaaf van wat het populisme prioriteit maakt?

‘Ik moet je eerlijk zeggen dat ik de huidige parlementaire pers over het algemeen te veel gevangen vind zitten in het volgen van de macht. Men gaat te veel mee in het gedoe, in de ophef, en neemt te weinig afstand om te kijken wat echt prioriteit heeft. Ik vind het vaak niet kritisch genoeg. Er zijn uitzonderingen. Ik vind dat Nieuwsuur de politiek kritisch volgt, en ik vind Floor Bremer van RTL echt een fantastische verslaggever. Ze stelt altijd de goede vragen, is scherp, en voor de duvel niet bang. Als Wilders meermaals zegt dat ze niet goed bij haar hoofd is, laat ze zich daar niet door uit het veld slaan.’

Het doet denken aan het trucje dat Fortuyn bij jou uithaalde.

‘Ja. Ik belde Fortuyn een keer voor een interview en toen zei hij: ‘Mevrouw van Scherrenburg, ik denk niet dat dat goed gaat, want ik mag u gewoon niet’. Later bracht hij me zijn boek op de redactie. Daarin stond geschreven: ‘Voor de leukste kattenkop van Nederland, op mijn moeder na.’ ‘Hoe kun je mij leuk noemen na dat telefoongesprek?’, vroeg ik. ‘Ik heb in de Verenigde Staten geleerd: je moet er één uit de pers pikken en daar moet je je pijlen op richten’, legde hij uit. Nou, dat is hem gelukt.

‘Het heeft het mij alleen niet makkelijk gemaakt dat ik als de treiteraar van Fortuyn bekendstond. Hij zei een keer in de schmink tegen me: ‘Wouke, als jij me dát zo gaat vragen – ik weet niet meer wat – loop ik weg.’ Ik moest die vraag wel stellen, en hij ging er inderdaad vandoor. Zo kreeg ik onder zijn aanhang een slechte naam.

‘Ik heb weleens gedacht: jeetjemineetje man, weet je wat je me daarmee hebt aangedaan? Weet je wat jouw aandeel is geweest in alle ellende erna? Want toen hij werd vermoord, ben ik erg bedreigd en had ik beveiliging nodig. Ik was daar totaal niet tegen gewapend. Het was voor mij zo verdrietig makend. Ik dacht: jeetje, waarom haat iedereen mij zo?

‘Toen er tijdens de rouwstoet een groot spandoek werd opgehangen met de tekst: Wouke en Wim, hebben jullie nu je zin?, belde de NOS en zei: ‘Je moet nu onderduiken.’

Waar dook je onder?

‘Ik ben met mijn man, Cees, drie weken in onze caravan gaan zitten in de Achterhoek. Daarna ging ik weer aan het werk. Maar de golven van haat, de bedreigingen, het iedere dag bij die verschrikkelijke LPF staan waar alleen maar ruzie was, braken me op. Ik kwam niet meer toe aan wat ik altijd deed: door de Kamer lopen en bij politici langsgaan op hun kamer. Voorheen wapperde ik bijvoorbeeld langs bij Roger van Boxtel en Thom de Graaf van D66 en ging daar met mijn benen op het bureau zitten kletsen en roken, dat mocht toen nog. Of bij Jan Marijnissen van de SP. Die had zo’n schuifraam en als hij me zag lopen duwde hij dat open en riep: ‘Wou, kom je zo nog even?’ Voor een journalist is het onontbeerlijk om die contacten te onderhouden, maar door dat hele LPF-gezeik kwam ik niet meer toe aan wat het leven in Den Haag zo ongelooflijk leuk maakte. Ik trok het me ook aan dat die partij er zo verschrikkelijk weinig van bakte doordat die bewindslieden elkaar voortdurend de tent uit vochten.

‘Op een gegeven moment dacht ik: wil ik hier nog wel zijn? Kort daarna ben ik erg ziek geworden. Ook door alle stress en toestanden. Vooral vrouwen krijgen vaak vaattoestanden door stress, weet ik van mijn vriendin en cardioloog Angela Maas.’

Wat voor vaattoestanden kreeg je?

‘Ik wil daar niet over uitweiden, maar ik was op vakantie in Frankrijk en werd daar ineens erg ziek. Ik lag er een week in het ziekenhuis. De NOS had toen moeten zeggen: ‘Wouk, neem een sabbatical van een half jaar of een jaar’, maar dat gebeurde in die tijd niet. Uiteindelijk zei ik zelf: ‘Jongens, ik moet ermee stoppen.’ Daarna belandde ik echt in een rouwproces. Ik miste het werk in Den Haag en de redactie ontzettend. Ik viel in een enorm gat.’

Je bent daarna permanent in Frankrijk gaan wonen. Maar uiteindelijk vond je de stilte daar toch lastig en ben je naar Nederland teruggekeerd, begreep ik van je vriendin en journalist Barbara van Beukering.

‘Ja. Toen het nog een vakantiehuis was, vond ik het er prima. Maar toen ik niet meer dag en nacht werkte, dacht ik op een bepaald moment: jeetjemineetje, ik heb Toulouse nu al duizend keer gezien. Het is prachtig daar, maar na een jaar of vijf zei ik tegen Cees: ‘Eigenlijk hebben we dit huis alleen nog maar omdat het zo heerlijk is dat onze vrienden en de kinderen en kleinkinderen in juli en augustus langskomen.’ ‘Ik vind het hier de rest van het jaar ook ontzettend fijn’, zei Cees. ‘Maar ik niet meer’, zei ik, ‘ik verveel me hier kapot.’ Ik heb een extreem rusteloze aard, dat is zijn pech. Toen hebben we het huis verruild voor een camper, en dat is voor mij het ideale leven. Na een paar dagen ergens te hebben gestaan, vertrek je weer.

‘Daarnaast zijn we in Doetinchem gaan wonen, op verzoek van mijn echtgenoot. In het Franse dorp waar we woonden, heb ik geleerd dat als je ergens hartelijk wordt ontvangen en goed woont, je iets moet terugdoen voor de gemeenschap. Daardoor kwam ik op het idee om hier een politiek café – een praatprogramma met vooral landelijke politieke kopstukken – te beginnen. Dat heb ik zeven jaar gedaan. Daarna werd ik gevraagd om een literaire talkshow te doen, Boek the Party, dat doe ik nog steeds. Ik presenteer ook in Musiater Zevenaar ‘Gesprek met Wouke’, een kortere versie van Zomergasten. En ik schrijf een wekelijkse column voor De Gelderlander. Dus ik verveel me absoluut niet.

‘Moet jij nog een beetje thee? Ik ga lekker water koken en een nieuw theezakje voor je pakken. Ook nog een stroopwafel erbij?’

Jouw eerste man vond dat je juist wat meer thuis moest zijn, toch?

‘Moeten we daarover praten, over die vreselijke man?’

Als de thee op tafel staat: ‘Het leek een rustige, stabiele, prettige, wereldwijze man. Maar achteraf was hij gewoon altijd jaloers, bezitterig en me aan het beknotten. Hij was doodsbang dat ik mijn vleugels uit zou slaan. Ik stikte. Na tien jaar maakte ik een eind aan dat huwelijk. Mijn oudste dochter was daar heel blij mee, de jongste had het er moeilijk mee. Gelukkig is dat nu allemaal verwerkt. Hij is overleden.’

Hielden je dochters contact met hun vader?

‘Nee. Op een gegeven moment wilde de oudste niet meer naar hem toe, maar ik vond dat ze minstens één keer in de veertien dagen een weekend naar hun vader toe moesten. Uiteindelijk zeiden ze allebei: ‘We willen er niet meer naartoe, het is er vervelend.’ Toen heb ik hem opgebeld. ‘Ze willen echt niet meer naar jou toe’, zei ik. ‘Dan stop ik met de kinderalimentatie’, zei hij, en die heeft hij inderdaad nooit meer betaald, terwijl hij veel meer geld had dan ik. Een vriend van mij, een advocaat, zei: ‘Ik ga gratis voor jou procederen’. Mijn ex heeft alle rechtszaken verloren, maar heeft nooit betaald. Hij heeft alles op naam van zijn vriendin gezet en dus was er niks te halen. Nou, laat dan maar. We hebben het allemaal gered, ook zonder hem.’

Waar ben je toen met je twee kinderen onder je arm naartoe gegaan?

‘Naar een gemeubileerde etage in Arnhem, met hulp van mijn vader.’

Was het een pittige tijd voor je?

‘Nee, het was een tijd van enorme bevrijding en opluchting, heerlijk!’

Werkte je onderwijl gewoon door?

‘Ja. Bij de Arnhemse Courant, waar ik tot mijn 32ste werkte, was ik de eerste fulltime werkende moeder. Het was veel geregel, met opvang en vriendinnen, maar het lukte. Ik had ook een ontzettend lieve buurvrouw, die me later bekende dat ze weleens tegen haar man zei, omdat ik ’s avonds vaak weg was: ‘Zou ze als escort werken?’ Haha. En twee jaar later ontmoette ik de man met wie ik nu al 48 jaar samen ben.’

De buurman, die politieman was.

‘Ja, hij zat bij een arrestatieteam. Maar dat wist ik helemaal niet! Toen ik nog met mijn ex in Oosterbeek woonde, was hij onze buurman, maar ik zat zo opgesloten in mezelf dat ik hem nooit zag. Terwijl hij zelfs mijn kenteken kende. O, daar gaat die leuke buurvrouw weer, dacht hij als hij dat zag. Tot ik op een dag na mijn werk op een terrasje mijn aantekeningen zat te bekijken en hij naast me kwam zitten. Hij was beeldschoon om te zien. Hij heeft Spaanse voorouders, dan weet je wel hoe mooi hij is. En zo oprecht. Alles voelde goed. Hij is het cadeau van mijn leven. Samen kregen we een zoon, Coen. Mijn kinderen zijn echt mijn vreugde.’

Je dochter Tanja is al geruime tijd ziek. Hoe is het met haar?

‘We hebben net een heel spannende periode achter de rug, maar nu lijkt ze stabiel. Ze heeft MS. Ze werkt nog, ze is de moeder van het vrolijke kind dat fluitend de wereld in gaat, maar haar lichaam is altijd in strijd. Ze is vaak erg moe, maar ze doet het allemaal. God, ze is zo’n sterk, dapper kind. Onze andere twee kinderen ook, ze zijn gelukkig alle drie dol op elkaar. Janine, Tanja en Coen.’

Volgens je goede vriend en voormalig hoogleraar ecotoxicologie Herman Eijsackers zit je als een kip op je eieren.

‘Op mijn uitgebroede eieren, ja. Ik kan enorm veel zorgen over ze hebben. Als er bij één van de drie iets niet in orde is, heb ik daar een enorme onrust over. Want dat moet in orde zijn. Terwijl ik hun leven helemaal niet kan repareren.’

Heb je dat van je vader? Die had ook een beetje een dominante persoonlijkheid, begreep ik.

‘Ja, en altijd oplossingsgericht. Ik kom niet uit een warm gezin, maar als er iets was, stonden mijn ouders altijd pal achter de kinderen.’

Op wat voor manier was het niet warm?

‘Het was gewoon geen warm gezin. Knuffelen gebeurde nooit. Terwijl ik gek ben op knuffelen. Ik vind het zo lekker en gezellig. Maar mijn vader was vooral een ondernemer die keihard werkte en mijn moeder was een huisvrouw van wie ik nooit de indruk had dat ze heel gelukkig was. Ze was een beetje een sombere vrouw. Maar op hun oude dag konden mijn ouders niet meer zonder elkaar. Zeker mijn vader niet.’

Hoe kwam dat?

‘Hij werd erg ziek, hij kreeg parkinson en een hartinfarct. Door verkeerde medicatie begon hij te hallucineren. Ik kwam bij zijn bed en hij greep me vast, het was een erg dwingende man. ‘Wouke’, zei hij, ‘als ze mij in een verpleeghuis zetten, kruip ik de A12 op en ga ik daar liggen, je haalt me hier weg!’ Ik beloofde het. Gelukkig had ik een fantastische zwager, die regelde dat er verpleging aan huis kwam. Dat was voor mijn moeder wel een opgave, want zij ging geestelijk achteruit. Het was een droevige, nare tijd. Mijn vader raakte in een delier, we hoorden hem de hele dag roepen: moeder, moeder, moeder. Zijn stervensproces was afschuwelijk. En dan merk je hoe ongelooflijk veel je, ondanks dat het geen warm gezin was, toch van je ouders houdt.’

Lijk je ook op je moeder?

‘Nee. Ik kan wel af en toe heel somber zijn, maar dat komt van Ede, waar ik ben opgegroeid, dat is echt Veluwse zandgrond.’

Wat bedoel je daarmee?

‘Volgens mij zijn mensen op de Veluwse zandgronden zwaarmoediger. Edenaren waren niet de vrolijkste mensen. Het was een door de SGP geregeerde gemeente, met hel en verdoemenis. Mijn vader deed ons op een niet-christelijke particuliere basisschool, maar desondanks was het ook voor ons een tijd van geboden en verboden in dat vreselijke dorp. Het was zo’n verstikkende leefomgeving.’

Ze staat op: ‘Drink jij lekker je thee. Ik moet even wat lopen.’

Wat heb je met je voet?

‘Ik heb twee jaar geleden een verbrijzelde enkel gehad na een val met mijn fiets. Ik heb nu een heel hekwerk in mijn enkel zitten, dus ik moet een beetje in beweging blijven. Ik wandel veel, je merkt toch dat je ouder wordt.’

Vind je het eng om 79 te zijn?

‘Ik vind het niet eng, maar ik vind het ook niet leuk. Alles gaat langzamer. En ik heb valangst overgehouden aan die verbrijzelde enkel en af en toe heb ik hersenmist. Dan kan ik niet meer op een naam komen. Oeh, denk ik dan, het zal toch niet waar zijn? En doe snel online een alzheimertest. Mijn moeder had het en mijn zusje, zij is 76, is nu ernstig aan het dementeren, daar heb ik veel verdriet van. Ik vind alzheimer het ergste wat er is. Mensen verdwijnen terwijl ze nog leven. Ze wordt gelukkig goed verzorgd in een fantastische instelling, maar ik heb wat afgejankt. Ik vind het zo verschrikkelijk erg, het grijpt me steeds zo aan. Ik zou er nu ook zo om kunnen huilen…

‘De laatste keer dat ik bij haar aankwam, kwam ze me tegemoet lopen. ‘Ik dacht dat je niet meer kwam’, huilde ze, ‘ik dacht dat je niet meer kwam’. Op dat moment houd ik me goed, maar op de terugweg in de auto komt al mijn verdriet eruit.’

Volgens je vriend Herman zit er een groot contrast tussen hoe je overkomt en hoe je bent. Als hij tegen mensen zegt: ‘Wouke is een schat, die heeft zo’n groot hart’, reageren mensen vaak verbaasd. ‘Wouke? Maar dat is toch best een harde tante?’

‘Ja, dat hoor ik ook vaak. Maar eerlijk gezegd interesseert me dat geen zak. Omdat ik een scherpe interviewer ben en ook scherpe columns schrijf, kom ik hard over. Wat niet deugt, deugt niet, wat onrecht is is onrecht. Maar bij onrecht of verdriet wil ik ook troosten. Vriendinnen kunnen altijd terecht bij mij, dat weten ze. Ik ben zelf alleen erg slecht in het delen van mijn eigen sores. Dat geeft geen bal, want dat hoort nou eenmaal bij mij. Ik ben daar gewoon een oester in. Maar dat zij zich veilig bij mij voelen, vind ik wel heel fijn. Toen ik in Nederland terugkeerde, heb ik het Zenneberaad opgericht, een genootschap voor vrouwelijke journalisten, en ik voel me echt een beetje hun matriarch.’

Waar komt dat oester-zijn vandaan?

‘Zo ben ik altijd geweest, altijd. Gesprekken over gevoelens hadden we thuis nooit, je moest je problemen zelf oplossen. Op dat gebied ben ik misschien wel een falende moeder geweest. Ik kwam altijd eerst met oplossingen en pas als het gesprek afgelopen was, voelde ik de emoties die erachter zaten. Mijn volgorde was niet goed. Tot een van mijn kinderen me daarop wees. Maar nog steeds vind ik het lastig om mijn oplossingsgerichte brein uit te zetten. Mijn dochter Janine begint haar app vaak met: mam, nou niet meteen gaan steigeren, maar zus en zo. Dan kan ik het wél. Als ze had gebeld en het rechtstreeks op mijn bord had gegooid, was ik meteen met een oplossing gekomen.’

Deel je je emoties wel met Cees?

‘Nee. Als hij zegt dat iets erg kut voor me is, reageer ik meteen met: nou ja, er zijn ergere dingen. Op een gegeven moment zaten we aan de borrel en begon ik ineens te huilen omdat ik weer in een medische molen zat. ‘Hier heb ik nou al zo lang mee te maken’, huilde ik, ‘ik heb er helemaal geen zin meer in. Ik ben er eigenlijk echt verdrietig en ongerust over.’ Hij sloeg een arm om me heen en zei: ‘Ja schat, dat wist ik allang.’ Maar zodra mijn tranen gedroogd zijn, denk ik alweer: hup, schouders eronder, zit niet te zeiken Van Scherrenburg.’

Heb je het nu over de ‘vaattoestanden’ die je na Fortuyn kreeg, waardoor je moest stoppen met je stressvolle baan in Den Haag?

‘Nee, ik belandde vorig jaar opnieuw in een andere medische molen. Na Fortuyn ging het om een bloedvat in mijn hoofd. En jaren later volgden die in mijn hart. Ik voelde me extreem moe, en belde Angela Maas. Zij weet dat ik nooit piep en hard ben voor mezelf, dus ik ging door de medische molen. Ze belde me voor de uitslag. 'Zit je?’, vroeg ze. ‘Heb je een goed wijntje ingeschonken?’ ‘Dat durf ik niet meer!’, riep ik. ‘Geen rotzooi drinken’, zei ze, ‘een goed wijntje nemen, nu!’ Vervolgens vertelde ze dat ik een stil hartinfarct had gehad. Daar merk je niks van, maar daardoor zaten twee vaten dicht. Dat konden ze niet verhelpen, het zat op een gevaarlijke plek. Gelukkig hebben twee kleine vaatjes het nu overgenomen. Die moeten alleen wel open blijven, anders is het daag, het einde. Dus dat maakt ook wel bang, hè.

‘In het voorjaar was ik op vakantie. ‘We moeten nu richting de hartkliniek’, zei ik tegen Cees, ‘dit is niet goed.’ Mijn hart klopte onregelmatig, kadunk kadunk kadunk en dan viel-ie weg. O god, dacht ik, straks zit Cees hier met een dode naast hem, de arme man. Ik belde met Angela, die zei: ‘Neem een glas wijn en een extra pil van je dagelijkse medicatie, dan komt het allemaal goed’, zei ze. Angela is mijn reddende engel.

‘Ik drink tegenwoordig wel minder, maximaal twee glazen. De zeldzame keer dat ik daar overheen ga, word ik beroerd. Vroeger kon ik in mijn eentje een fles wegwerken joh. Kloekkloekkloek. Nu we het er toch over hebben: ik ga een wijntje nemen.’

Daarna: ‘Mijn dochter die MS heeft, is ook slecht in het delen van gevoelens. Dat is echt een Van Scherrenburgje: altijd stevig, gesloten, sterk. Mijn oudste kind heeft dat ook, onze zoon kan zijn emoties wel goed delen.’

Heeft het je in je werk geholpen dat je een Van Scherrenburgje bent?

‘Ja, dat heeft me mijn hele leven geholpen. Terugkijkend ben ik heel blij dat ik daardoor altijd op mijn eigen benen heb kunnen staan.’

Heeft het je ook iets gekost?

‘Jeetje, wat een ingewikkelde vraag. Ik denk dat mijn sterk-zijn, het mij altijd weer kunnen oprichten, veel heeft betekend in mijn leven. Ik was totaal niet gewend om emoties te delen, om afhankelijk te zijn van anderen. Integendeel, ik heb dat altijd als superbenauwend en verschrikkelijk ervaren. Dus nee, nu je dat zo vraagt: het heeft me niets gekost. Het is juist mijn redding geweest. In alles. Dat realiseer ik me nu pas, daar moet ik dan 79 voor worden!

‘Maar ik kan het ook niet, het lukt me gewoon echt niet. Wat ik jou heb verteld over mijn zusje en over mezelf, is heel bijzonder. Meestal blijf ik koel en op het werk gericht als ik word geïnterviewd. Maar ik wist ook: Van Scherrenburg, of je begint eraan, en dan weet je ook dat het diep gaat, of je zegt het af. En toen dacht ik: ik doe het!

‘Maar nu ga je lekker knabbelen en dan ga ik een soepje maken, met een walnotenbroodje. Ik heb verrukkelijke paprikakruidenroomkaas. Vanmorgen vers gehaald.’

Cv Wouke van Scherrenburg

16 september 1946 Geboren in Ede.
1977 In vaste dienst bij de Arnhemse Courant.
1979 Overstap naar De Gelderlander.
1987 Haags verslaggever VNU-dagbladen.
1989-2004 Presentator en verslaggever Den Haag Vandaag.
2003 Verslaggever Sinterklaasjournaal.
2006 Boek Vrouwen op het Binnenhof.
2007 Mannen op het Binnenhof.
2010 Presentator Het gesprek.
2021 Presentator De strijd om het Binnenhof.
2010-2017 Politiek café in Doetinchem.
2018-heden Literaire talkshow Boek the Party in Doetinchem.
2025Columnist De Gelderlander.

Wouke van Scherrenburg is getrouwd en heeft twee dochters, een zoon en twee kleinkinderen.

Credits fotografie

Foto’s Petrovsky & Ramone
visagie Cindy Mantel
styling Lidewij Merckx (House of Orange)
locatie met dank aan: Hotel Villa Ruimzicht in Doetinchem

Kleding

Jas Rohe bij Pauw, jas Kassl, broek Vince bij Pauw, vest en blazer Arket

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next