Is Nederland een rechts land? Dat hoor je mensen vaak zeggen. Het was nota bene Frans Timmermans die het beaamde in een interview met NRC: „Dat is Nederland altijd geweest. Links heeft nog nooit een meerderheid gehad.” Bijzonder, om als linkse partijleider al voor de verkiezingen op je rug te gaan liggen.
Ik vraag mij namelijk af of je dit wel zo kunt stellen. Ja, Nederlanders stemmen in meerderheid op (centrum)rechtse partijen, maar dat betekent niet dat ze ook overwegend rechtse standpunten hebben. Het is, zeker in de huidige tijd, ingewikkeld om samen te vatten wat ‘rechts’ is, maar heel globaal komt het neer op ‘minder gelijkheid’. Minder herverdeling, minder nadruk op mensenrechten, minder emancipatie van minderheden.
Door de nadruk op asiel en migratie lijkt Nederland inderdaad een rechts land: een meerderheid wil meer hiërarchie tussen Nederlanders en buitenlanders. Maar er is meer in het leven dan asiel en migratie, ontdekte men tijdens het RTL-debat van afgelopen zondag. Dat liet zien dat juist de (centrum)rechtse partijen in het defensief kwamen op het onderwerp zorg. Het bevriezen van het basispakket, een plan van onder andere VVD en D66, is typisch een maatregel die ongelijkheid vergroot: rijke mensen kunnen nieuwe medicijnen zelf betalen, arme mensen niet.
Interessant genoeg zijn Nederlanders als het om de zorg gaat, een beleidsterrein dat een kwart van de Rijksbegroting omvat, behoorlijk links. Zo’n driekwart van de Nederlanders wil dat er (veel) meer geld naartoe gaat, meldde het SCP maandag. Dat geldt in bredere zin voor sociaaleconomische onderwerpen, blijkt al jaren uit onderzoek. Begin deze maand publiceerde Ipsos I&O een onderzoek naar de veranderde opvattingen van Nederlanders tussen 2010 en 2025. De uitkomst: op sociaaleconomisch vlak „blijven de meeste Nederlanders per saldo links”. Dit bleek uit vragen over onder andere belastingen, het minimumloon en privatiseringen in de zorg.
Op immateriële kwesties als abortus, euthanasie en lhbti-rechten zijn Nederlanders ondertussen „zeer progressief”, aldus Ipsos I&O. Zo is 73 procent voorstander van het recht op euthanasie bij voltooid leven, en vindt hetzelfde percentage dat religieuze scholen homoseksuele leraren niet mogen weigeren. De progressieve consensus zag je deze week terug in de verontwaardiging over Henri Bontenbal, die vond dat reformatorische scholen homoseksualiteit mogen afkeuren.
Oftewel: vooral op migratie en veiligheid zijn mensen rechts, op andere thema’s zijn ze eerder links. Wat de nadruk krijgt, hangt sterk van de context af. Toen het maatschappelijk debat meer ging over zorg en bezuinigingen, in 2012, leek zelfs SP-leider Emile Roemer een tijdje premierskandidaat. Ook Geert Wilders had het toen veel meer dan nu over de zorg.
Je kunt ook zeggen: Nederlanders ‘zijn’ niet zo duidelijk iets. Ze willen dat de overheid hen met rust laat en streng is voor anderen, ze willen lage lasten en goede publieke voorzieningen. Dat die wensen elkaar soms tegenspreken is het manco van opiniepeilingen: die vragen meestal niet om politieke keuzes te maken. Wil nog steeds de meerderheid meer geld naar de zorg als daarvoor de belastingen omhooggaan?
Toch valt er wel iets te zeggen over de Nederlandse politieke houding. Nederlanders zijn niet duidelijk rechts, maar wel behoudend. Ze willen dat iedereen een beetje normaal doet en dat ze gewoon hun leven kunnen leiden. Je kunt het ook burgerlijk noemen, en wars van verheven idealen. Hier kun je als politicus veel kanten mee op.
Voor de nieuwe linkse fusiepartij biedt dit kansen maar ook problemen. Wil je de gemiddelde Nederlander aanspreken, dan moet je zijn ‘doe maar normaal’-kant niet tegen de haren in strijken. Veel mensen staan open voor links beleid, maar niet voor moralisme. Ingewikkeld, want een deel van de rood-groene achterban, afkomstig van GroenLinks, vindt principes belangrijker dan pragmatisme. De PvdA moest van oudsher meer schipperen. Zoals Groene Amsterdammer-journalist Coen van de Ven over de sociaal-democraten schrijft in zijn pas verschenen boek Een links verhaal: „De partij is altijd een verbond geweest tussen de materiële verlangens van een groeiende middenklasse enerzijds en de vrijzinnige idealen van een culturele elite anderzijds.”
Tot dusver lijkt het electoraat van de fusiepartij meer op de culturele elite dan op de groeiende middenklasse. Zoals Simon Otjes en Matthijs Rooduijn, die de achterbannen van alle partijen onderzoeken, schrijven op politicologenblog Stuk Rood Vlees: „GroenLinks-PvdA heeft het relatief jonge, universitair of hbo-opgeleide, stedelijke electoraat dat we van een groene partij mogen verwachten, en niet een klassiek sociaal-democratische achterban.”
Het is niet zozeer ‘links’ dat ver van het midden af staat, maar de achterban van GroenLinks-PvdA. Dat maakt Nederland nog geen rechts land. Voor links beleid kan wel degelijk een meerderheid zijn.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC