Voedselbossen zijn aan een opmars bezig. Maar kan deze duurzame vorm van landbouw, voor boeren van de lange adem, financieel al uit? ‘Natuurlijk vinden wij het prachtig om hier in deze groene omgeving te wonen. Maar voor ons moet het ook gewoon wat gaan opbrengen.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Hens Mekkings transformatie van veehouder naar voedselbosboer is met een beetje goede wil terug te voeren op twee momenten in zijn leven. Het ene gesitueerd in Albufeira, het andere rond een pot conserven van het merk Hak.
De Portugese badplaats was de plek waar Achterhoeker Mekking (43) in de jaren tachtig en negentig met zijn ouders naartoe ging, die ene week in het jaar dat zijn vader vrij was. Doodmoe van het elke dag koeien melken, lag vader dan het grootste deel van de tijd op het strand te slapen.
Mekking jr. wist al snel: zo’n leven ga ik niet leiden. Het denkproces over wat hij als enig kind dan wel zou doen als de boerderij zou overgaan in zijn handen, kreeg tientallen jaren later richting aan de eettafel van diezelfde ouders. Daar sprak zijn Letse vriendin Ilze haar verbazing uit over de potgroente uit de supermarkt die altijd bij de boerenfamilie op tafel verscheen.
‘In mijn land hadden de meeste mensen een moestuin’, zegt Ilze, inmiddels Mekkings vrouw, op de boerderij in het Gelderse Neede. ‘Ik was na school altijd druk met het inmaken van aardappelen, groente en fruit in weckpotten. Daar aten we dan de hele winter van.’
Zoiets moest toch ook op een deel van de 30 hectare in de Achterhoek kunnen?
En zie ze daar nu hand in hand lopen. Over hun grond tussen Lochem en Haaksbergen, dat al vijf generaties in de Mekking-familie is als veehouderij, maar waar nu geen koeien meer grazen. Mekking wijst aan waar eens de stallen stonden. Nu scharrelen daar alleen nog een haan en een kip.
Twee jaar geleden maakten hooiland en maisakkers (voor veevoer) plaats voor permacultuur; een voedselbos van niet minder dan 12 hectare groot. Bijna de helft van hun grond. ‘We wilden een landbouwvorm die minder werk vraagt en voor onze twee zoons toekomstbestendig is.’
Een veehouder in boerenhartland de Achterhoek die overstapt naar een voedselbos, omdat hij daar nog wél toekomst in ziet. Is voedselbosbouw als duurzaam landbouwalternatief daarmee definitief doorgebroken? En is het groeiend aantal bossen rendabel te maken?
Zeven jaar geleden keek de Volkskrant een jaar mee met de oprichter van het oudste voedselbos in Nederland, permacultuurpionier Wouter van Eck. De 2,4 hectare met de naam Ketelbroek, dicht bij Nijmegen, is gevuld met honderden, veelal exotische gewassen, variërend van schijnaugurk tot szechuanpeper en gele kornoelje.
‘De puberteitsfase’, sprak Van Eck over het toen tien jaar oude voedselbos. Nog lang niet volgroeid: ‘De kastanje- en notenbomen worden nog 15 meter hoger. Dan begint het pas echt.’
Een voedselbos onderhouden is ‘landbouw van de lange adem’, schreef de Volkskrant destijds. En ook: ‘het paradijs van de luie boer’. Want als het eenmaal staat, zo was het idee, doet de natuur het werk, en is het alleen een kwestie van de jaarlijks almaar overvloediger oogsten binnenhalen. Hoe anders dan het dagelijks koeien melken, of de jaarlijkse cyclus van ploegen, zaaien, spuiten, oogsten, waar akkerbouwers aan vastzitten.
‘Lange adem’ en ‘luie boer’. Leg die conclusies nu voor aan dé instelling waar boeren doorgaans hun geld lenen, de Rabobank, en zij zeggen: de eerste vaststelling is het probleem met voedselbossen, die tweede helaas niet waar.
En toch stapte de voormalige boerenleenbank afgelopen juni in een coalitie met onder meer Triodos Bank en groenestroomleverancier Greenchoice. Zij stellen 5 miljoen euro beschikbaar voor startende initiatieven en een lening waarop de eerste acht jaar niet hoeft te worden afgelost. Om zo de jaren door te komen waarin de jonge aanplant weinig oplevert.
De interesse van het grootkapitaal suggereert dat de jonge landbouwvorm volwassen wordt. We kijken mee met drie voedselbosboeren. Eerst terug naar waar het begon.
Het is eind september in Ketelbroek en op een ladder staat een vrijwilliger sterappels te plukken uit boomsoort Malus domestica. Hij klaagt over de kieskeurigheid van de mens, getuige de vele appels die zelfs de Nijmeegse bio- en fairtradewinkel Van Nature afkeurde, vanwege plekjes en beschadigingen.
Het blijkt achteraf een sorteerfout, waarbij de voor een cidermaker en een cateraar bedoelde exemplaren in de winkel terechtkwamen, maar het is wel inherent aan het voedselbos. Er wordt niet gespoten en geen mest aangevoerd, en dus variëren de vruchten, noten en kruiden in omvang en vorm. In ruil voor de puurste smaken die de natuur te bieden heeft: neem een hap van een nashipeer, en je vraagt je af waarom iemand ooit nog een melige conferencepeer zou kopen in de supermarkt.
Voedselbossen zijn ‘door mensen ontworpen productieve ecosystemen naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een grote diversiteit aan meerjarige, houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen’, zoals de officiële definitie luidt. Het bestaat uit verschillende hoogtelagen: van kruipers zoals aardbeien en kruiden onder, tot klimplanten, struiken en hoogstambomen erboven. Het voedt zichzelf door compost uit bladeren en gevallen takken.
Eetbare bossen begonnen in Nederland met pioniers zoals Van Eck en ook Martijn Aalbrecht, die twee jaar na Ketelbroek in Hengelo begon. Vanuit het idee dat ze niet konden aanzien hoe de intensieve landbouw de grond uitput en geen ruimte laat voor vogels, onkruid en insecten.
En het werkt. Zestien jaar na de eerste aanplant is Ketelbroek vrijwel net zo biodivers als een verderop gelegen Natura 2000-gebied, zagen onderzoekers. De kale stoppelbaard van de naastgelegen maïsakker steekt daar schril bij af. Terwijl Ketelbroek 22 soorten broedvogels herbergt en bevers er recentelijk een tweede dam bouwden, is ernaast met het blote oog geen leven zichtbaar.
Met de plantaardige tweesterrenkok Emile van der Staak van De Nieuwe Winkel als vaste klant, groeide Ketelbroek uit tot het bekendste voedselbos. Maar de idylle tussen de olijfwilg en zwartmoeskervel heeft ook een vertekend beeld gegeven. Nestor Van Eck erkent het zelf: ‘Het is hier te mooi om waar te zijn.’ Zijn relatief kleine voedselbos, met meer dan 450 soorten, staat tegenwoordig te boek als ‘romantisch’.
‘Het zijn te veel soorten en van sommige kan zelfs Emile niks lekkers maken’, zegt hij. Ook is niet nagedacht over hoe handig kan worden geoogst. Dat hij en zijn vriend ervan kunnen leven, komt omdat Van Eck ook een veelgevraagd spreker is.
Hij vertelt inmiddels dat het van romantisch naar ‘rationele’ voedselbossen moet. ‘Meedenken over commerciëlere vormen was wel een compromis met onszelf’, zegt Van Eck, wiens primaire drijfveer altijd landschapsherstel en biodiversiteitsverbetering is geweest. ‘Maar het is nodig, anders krijgen we de destructieve gangbare landbouw nooit mee.’
Van Eck richtte met anderen de Stichting Voedselbosbouw Nederland op, dat starters helpt met het bosontwerp. De professionalisering werd in 2019 met het landbouwministerie vastgelegd in de Green Deal Voedselbossen. Een kronkeling in het landbouwbeleid werd rechtgetrokken: tegenwoordig kunnen voedselbossen een zogenoemde gewascode krijgen, wat recht geeft op landbouwsubsidies die andere type boeren ook krijgen.
Die gewascode zou een sleutel blijken voor bestaande boeren om in te stappen. Landbouwgrond met een voedselbos erop verwordt ermee niet langer tot natuur. Waarmee een aanzienlijke waardedaling wordt voorkomen.
Er kwam ook een gezamenlijk streven: 1.000 hectare agrarische voedselbos in 2030. Volgens Stichting Voedselbosbouw zijn er bijna vijftig voedselbossen van minimaal 0,5 hectare met zo’n gewascode, en is met 450 hectare bijna de helft van dat doel bereikt. Daarbovenop zijn er honderden initiatieven in tuinen en landgoederen.
1.000 hectare lijkt heel wat, maar in het streven de intensieve landbouw terug te dringen, is het niets. De landbouw heeft volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 1.799 duizend hectare in gebruik – 54 procent van het totale landoppervlak van Nederland.
In de strijd tegen de industriële landbouw kreeg de voedselbosbeweging aanvankelijk vooral zij-instromers op de been. Idealisten van buiten de landbouw die niet konden aanzien dat de natuur eraan gaat. Het bracht nieuwe verdienmodellen en slimmere ontwerpen met zich mee. Kijk maar aan de rand van Utrecht.
Bioloog Jan Degenaar (44) begon tien jaar geleden, samen met een vriend met de aanplant van het Utrechtse Voedselbos Haarzuilens. Met 5,5 hectare al ruim twee keer groter dan Ketelbroek. Maar belangrijker: behalve een romantisch deel met veel variatie, richtte hij het grootste oppervlak rationeel in. Met minder soorten en vaste paden om het oogsten makkelijker te maken.
Vanaf het begin dacht Degenaar na over de economische kant, maar omdat het bos in fasen is aangeplant kan hij er nog niet van leven. En dus heeft hij voor drie dagen per week een baan bij een kweker.
Haarzuilens verdient op dit moment voornamelijk aan dertig zelfplukabonnementen en vier Utrechtse restaurants die er oogsten. Ook is er het voedselcollectief Utrecht (Voko), waar Degenaar om de week producten kan aanbieden die op dat moment rijp zijn.
Haarzuilens schrijft zwarte cijfers, blijkt uit de jaarverslagen die Degenaar sinds het begin netjes opstelt. Weliswaar mede dankzij giften, maar de jaarlijkse inkomsten uit voedselproductie stegen in de periode 2019-2023 ook van 200 naar 6.400 euro. Vorig jaar leverde de oogst met 4.800 euro iets minder op en bleef na aanschaf van nieuw plantgoed en andere kosten 386,38 euro over.
Een kleine 400 euro onder de streep. En dan te bedenken dat er geen arbeids- én geen grondkosten zijn. Degenaar kreeg het perceel in bruikleen van Natuurmonumenten. Met als afspraak na 25 jaar te evalueren. ‘Tegen die tijd kan ik normaal pacht betalen’, is Degenaars overtuiging. Omdat dan ook de recenter aangeplante delen van het bos exponentieel meer zullen opleveren dan nu het geval is.
Voor de toekomst is Degenaar hoopvol over een initiatief dat bepaalde producten van voedselbossen in het hele land wil gaan inzamelen, om zo meer schaalvoordeel te krijgen. Bijvoorbeeld met szechuanpepertjes, waar kruidenmakers pas voor warmlopen als het over duizenden kilo’s gaat.
Onder meer voor in Nederland geteelde kruiden en noten verwacht de Rabobank dat de markt groot zal zijn. ‘Als de eiwittransitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten doorzet, zal dit een enorme boost geven’, stelt Lonneke van Hellemondt, die bij de Rabobank verantwoordelijk is voor agroforestry, waar behalve voedselbossen ook initiatieven onder vallen waarbij meer eetbare bomen en struiken tussen vee in de wei staan.
Op dit moment beoordeelt de Rabobank de eerste initiatieven die sinds juni hebben aangeklopt voor financiering. ‘Er speelt meer dan het overbruggen van de eerste acht jaar’, zegt Van Hellemondt. ‘Het businessmodel moet ook kloppen. We willen dat nu al wordt nagedacht over afnemers voor over acht jaar.’ Dit klinkt als een onrealistische eis, maar met een groot voedselbos in Schijndel (20 hectare) maakte bijvoorbeeld Dille & Kamille en cateraar Vitam al in een vroeg stadium afspraken.
De bank verwacht dat voedselbosboeren op termijn ook geld gaan verdienen in ruil voor biodiversiteitswinst, verhoogde waterkwaliteit en verhandelbare certificaten voor het opslaan van koolstof (CO2) in de bodem. Een professionaliseringsslag bij voedselbosboeren is volgens de Rabobank wel nodig. Van Hellemondt: ‘Het idee dat een voedselbos voor de luie boer is, is echt achterhaald.’
Dat beaamt voedselbosboer en -ontwerper Martijn Aalbrecht uit Hengelo, die op Haarzuilens cursisten vergezelt die een rondleiding krijgen. Soms is het bijvoorbeeld toch nodig om (jonge) aanplant te bewateren, onkruid weg te halen of niet-eetbare soorten aan te planten om het bos op gang te brengen.
‘Lang hebben we gedacht: als het ontwerp maar goed is, hoef je niets meer te doen’, zegt hij. ‘De belangrijkste les van de afgelopen jaren is dat dit niet klopt. Per plek moet je heel goed blijven kijken wat wel en wat niet werkt.’
Hij vertelt over een pompoenteler die in de Betuwe 4,5 hectare voedselbos ontwikkelde met het idee: daar hoef ik niets meer aan te doen. ‘Toen bij de tweede keer aanplanten weer 80 procent niet aansloeg, heeft hij het opgeven en gerooid’, zegt Aalbrecht, die dit jaar met de boer meedacht hoe het verder moest. ‘Hij is in het wereldje verguisd, maar ik denk dat hij een weloverwogen keuze heeft gemaakt.’
Met meer professionele initiatieven die wel slagen, is Aalbrecht vooral hoopvol. ‘Met alleen geitenwollensokken gaan we het niet redden’, zegt de man die ook betrokken was bij de transformatie van het land van Hens Mekking. ‘Jan en Hens staan voor voedselbossen in de vuurlinie. Beiden op hun eigen manier, maar superstoer en ook gewaagd dat zij durven te investeren.’
Het blijft spannend, beamen Ilze en Hens Mekking, die in 2021 hun Voedselbos Achterhoek begonnen. ‘We nemen een risico, maar tegelijk doen we ook aan risicospreiding’, zegt Hens. ‘Vroeger had je gemengde bedrijven, met verschillende soorten vee en akkerbouw. Was de melkprijs laag, dan vingen de eieren of de aardappelen die tegenvaller op. Zo is het voor ons straks ook. Als kweeperen een slecht jaar hebben, dan kunnen noten en appels dat compenseren.’
Voedselbos Achterhoek staat ver af van de romantiek in Ketelbroek. Ruim vier keer groter, maar met 45 soorten (de ondergrens voor een voedselbos) slechts 10 procent van de variatie. De jonge sprieten staan gerangschikt in strakke rijen, met brede rechte paden ertussen om over een paar jaar gemakkelijk te kunnen oogsten. Het doet denken aan een fruitteler, alleen dan zonder monocultuur. ‘Hier staat straks toch echt een dicht bos.’
Met enthousiasme en positieve energie onder agrariërs als Mekking, die (een deel van) hun bestaande boerenbedrijf inruilen, staat ‘de voedselbosbeweging op een kantelpunt’ volgens Jeroen Kruit van Wageningen University Research (WUR). Maar hij ziet ook ongeduld bij geïnteresseerde boeren over wat het gaat opleveren.
‘Voor herstel van de bodem en biodiversiteit zijn de resultaten in korte tijd spectaculair’, zegt Kruit. ‘Maar de opbrengsten blijven op veel plekken achter. Onder meer door fouten bij de aanplant, beheer en soortenkeuze. Veel is nog onzeker, maar juist daarom is het een enorme opsteker dat banken nu een financieringsmogelijkheid bieden.’
De meeste gesprekken die de Rabobank voert spelen rond generatiewisselingen op boerderijen. Jonge veehouders die twijfelen over de overname van het veebedrijf van hun ouders vanwege stikstof of andere natuurdoelen. Zij zien de opbrengst uit bomen, struiken en kruiden op termijn als kans om met minder dieren uit te kunnen. De bank traint inmiddels alle accountmanagers om hierover het gesprek te kunnen voeren op het boerenerf.
Mekking zelf ging buiten de bank om. Hij financierde alle aanplant uit eigen zak, grofweg 180 duizend euro. Zijn inkomen in Neede bestaat verder uit subsidies voor agrarisch natuurbeheer op de 18 hectare die niet werd omgevormd tot voedselbos. Zoals kruidenrijke akkers, die de patrijs en andere bedreigde soorten aantrekt.
Mekkings prognose is dat hij over vijf jaar 3.000 tot 3.500 euro per hectare voedselbos verdient. Een bedrag dat het Nationaal Monitoringsprogramma Voedselbossen ‘haalbaar acht’. En wat ‘ruim boven het gemiddelde van bijvoorbeeld granen, snijmaïs en grasland’ ligt.
Hens en Ilze Mekking konden de stap ook maken omdat zij inkomsten hebben uit een bedrijf in landbouwmachines in Letland. Hij benadrukt dat de onderneming los staat van het voedselbos, dat zelfstandig moet renderen.
‘Veel mensen doen dit uit overtuiging’, zegt hij tussen de rijen duindoorn en mispel, die zijn omsloten door natuurgebieden. ‘Natuurlijk vinden wij het prachtig om hier in deze groene omgeving te wonen. Maar voor ons moet het ook gewoon wat gaan opbrengen.’
Tot die tijd neemt hij de gekscherende opmerkingen van ‘hardcore boeren’ uit de buurt met een grijns voor lief. Collega’s die het maar zozo vinden dat hij grasland opoffert voor bos. ‘Wat mot je toch met die boompies?’, staat dan in lollig bedoelde appjes. En: ‘Wat veur onkruud hè je nu weer staan dan?’
Wacht maar, reageert hij dan: ‘Over een paar jaar ben je blij dat je mag helpen met de appeloogst.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant