Sinds kort kunnen baby’s in Nederland een prik krijgen tegen het RS-virus, dat jonge kinderen ernstig benauwd kan maken en de kinder-ic’s liet volstromen. Het programma kent een strikte grens voor de geboortedatum, waardoor sommige baby’s er net niet voor in aanmerking komen.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.
Als de dochter van Mirian en Leon Middelbeek op de uitgerekende datum was geboren, dan hadden ze geen moeite hoeven doen voor de prik waar ze nu al maanden achteraan zitten. Hun dochter kwam vier weken te vroeg ter wereld en daardoor blijkt ze nét niet meer in aanmerking te komen voor de RS-virusprik die baby’s sinds kort kunnen krijgen. Terwijl de staatssecretaris vorig jaar schreef dat alle kinderen, op advies van de Gezondheidsraad, in hun eerste jaar beschermd zouden worden.
Via de telefoon vertellen ze over hun vergeefse zoektocht langs het consultatiebureau, de huisarts, de kinderarts en twee apotheken. Mirian werkt in een ziekenhuis, jarenlang zag ze daar ’s winters de kinderafdeling vol liggen. RS is een virus dat jonge kinderen ernstig benauwd kan maken, jaarlijks kwam 1 tot 2 procent van alle baby’s vanwege een RS-infectie in het ziekenhuis terecht. De kinder-ic’s raakten hier soms zo overbelast dat baby’s naar een buitenlandse ic moesten worden overgebracht. Nu is er eindelijk een antistof die baby’s beschermt. Logisch dat zij daar hun dochtertje mee willen laten inenten.
Maar dat kan niet, want de prikcampagne, die op 8 september aanving, heeft een strikte afkapdatum: alleen de kinderen die zijn geboren na 1 april van dit jaar komen ervoor in aanmerking. ‘Gaat dit niet in tegen gelijke behandeling?’, vraagt Leon Middelbeek zich af. Hun zorgen moeten door meer jonge ouders worden gedeeld, denkt hij. Niet voor niets stelde D66 tien dagen na aanvang van de campagne al Kamervragen over alle baby’s die de prik mislopen. Staatssecretaris Judith Tielen van Preventie antwoordde dat uitbreiding van de doelgroep niet effectief is én niet uitvoerbaar.
Het prikschema kent een vast stramien: baby’s die worden geboren in de maanden waarin het virus rondwaart (van oktober tot en met maart) worden vlak na hun geboorte ingeënt. De antistof geeft ongeveer een half jaar bescherming, genoeg om ze die eerste risicovolle periode door te helpen. De kinderen die tussen begin april en eind september ter wereld komen, worden allemaal voorafgaand aan het daaropvolgende RS-seizoen ingeënt. Als zij meteen na hun geboorte antistoffen zouden krijgen, zijn die uitgewerkt als ze nodig zijn, in de herfst- en wintermaanden.
Met die logica in het achterhoofd is dit jaar, bij aanvang van de campagne, gekozen voor een afkapdatum van 1 april, verduidelijkt Jeanne-Marie Hament, programmamanager van het rijksvaccinatieprogramma bij het RIVM. Bij baby’s die zijn geboren voor 1 april is de kans heel groot dat ze vorige winter al een (milde) infectie met het RS-virus hebben doorgemaakt, zegt ze, en dus zelf al antistoffen hebben gemaakt. De virologische rapportages over de eerste maanden van 2025 laten zien dat het RS-virus eind maart nog altijd rondwaarde, al was de viruscirculatie wel sterk gedaald. Omdat die kinderen al wat ouder zijn bij aanvang van het RS-seizoen, kunnen ze bovendien tegen een stootje, zegt Hament.
Maar bij Leon en Mirian bleef na de geboorte van hun dochter ‘alles wat snotterde’ een tijdlang buiten de deur, vertellen ze. Het kraambezoek was voorzichtig, wie verkouden was, belde af. ‘Je maakt ons niet wijs dat onze dochter in de eerste dagen van haar leven het RS-seizoen heeft meegemaakt’, zegt Leon. ‘En dat moet gelden voor veel meer kinderen die in maart of zelfs in februari zijn geboren. Ouders zijn de eerste weken erg voorzichtig, een kind gaat dan ook nog niet naar de opvang.’
Ze hebben het advies van de Gezondheidsraad erop nageslagen en daarin lazen ze dat de afgelopen jaren gemiddeld bijna zeventienhonderd kinderen onder de 1 jaar in het ziekenhuis werden opgenomen met een RS-infectie. Van die kinderen was 60 procent jonger dan 3 maanden, maar er kwamen ook leeftijdsgenoten van hun dochter in het ziekenhuis terecht: 18 procent was tussen de 6 en de 12 maanden. ‘Dat risico is dus zeker niet nul’, zegt Leon Middelbeek. Bovendien blijken baby’s die een ernstige RS-infectie oplopen op latere leeftijd meer kans te hebben op luchtwegproblemen. ‘Dat verklaart onze vasthoudendheid.’
Er speelt nog iets: voor kinderartsen en voor de overheid is het van groot belang dat de RS-campagne een succes wordt. Jarenlang zag Louis Bont, kinderarts-infectioloog in het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis, rond de kerst de helft van de intensive care volstromen met stikbenauwde baby’s die moesten worden beademd. ‘Het is mijn droom dat we dat nooit meer hoeven mee te maken’, zegt Bont, gespecialiseerd in het RS-virus.
Buitenlandse cijfers laten zien hoe groot het succes van de nieuwe antistof kan zijn. In België nam het aantal ziekenhuisopnamen vorige winter met bijna de helft af, in Frankrijk voorkwam de RS-prik meteen in de eerste winter bijna zesduizend opnamen en in Spanje daalde het aantal opnamen van kinderen onder de 1 jaar met 90 procent. Dat kan alleen als zo veel mogelijk ouders besluiten om hun kind tegen RS te laten inenten.
Kinderarts Bont hoort dat er ook hier grote belangstelling voor is, Hament van het RIVM vangt dezelfde geluiden op. Dat kan te maken hebben met de ‘zichtbaarheid’ van de ziekte, zegt ze. ‘Elke winter schreven de media over de vele benauwde baby’s op de ic’s. Ouders hebben daardoor een goed beeld van de mogelijk ernstige gevolgen van een RS-infectie.’
Het is nu al dringen omdat alle baby’s die sinds april zijn geboren in een paar weken tijd moeten worden ingeënt. Als daar nog vele duizenden prikken bijkomen voor oudere baby’s, zoals de dochter van Leon en Mirian, dan zet dat ‘de zorgvuldige start van het programma onder druk’, schreef staatssecretaris Tielen aan de Kamer. ‘Dat heeft aanzienlijke consequenties voor de planning, logistiek en capaciteit van de jeugdgezondheidszorg.’
Kinderarts Louis Bont zegt: ‘Als we nu te veel baby’s moeten inenten, dan gaat dat mogelijk ten koste van de allerkleinsten, die de prik het hardste nodig hebben. Als we dankzij deze leeftijdsgrens van de campagne een succes kunnen maken, dan vind ik het verdedigbaar dat we straks mogelijk toch wat oudere baby’s in het ziekenhuis moeten opnemen.’
De afkapdatum zal elk jaar opnieuw vragen oproepen, denkt Bont. Volgend jaar krijgen de baby’s die, net als de dochter van Mirian en Leon, eind maart worden geboren wél meteen een RS-prik, maar die antistof is uitgewerkt als in oktober het daaropvolgende RS-seizoen aanbreekt. Ook dan zullen er ouders zijn die zich afvragen of hun kind wel afdoende beschermd is.
Bont krijgt van collega’s uit het hele land vragen over de groep oudere baby’s die geen prik kunnen krijgen, zegt hij. Hij snapt de zorgen van ouders, zegt hij, maar benadrukt dat een RS-infectie bij kinderen boven de 6 maanden bijna nooit levensbedreigend is. ‘Het RS-virus vormt veel slijm en dat verstopt de luchtwegen. Bij pasgeboren baby’s zijn die luchtwegen nog zo smal als een rietje waardoor ze heel snel vol lopen. Die kleintjes hebben bovendien de kracht niet om dat slijm op te hoesten. Oudere kinderen zijn sterker en hebben bredere luchtwegen, we zien vaak dat zij het op eigen kracht redden.’
De zorgen van Bont liggen vooral elders, bekent hij: terwijl in andere landen de RS-prik meteen na de geboorte wordt gegeven, staat in de Nederlandse richtlijn dat daarvoor veertien dagen de tijd is. Zo kan een pasgeboren baby al vóór de prik besmet raken. Over drie maanden moet duidelijk zijn hoe effectief het Nederlandse beleid is; Bont heeft contact met alle kinder-ic’s en analyseert samen met het RIVM de cijfers.
‘Geef ons dan een uitweg’, zegt Leon Middelbeek over de muurvaste leeftijdsgrens. Hij wil de prik best zelf betalen, maar ook die weg blijkt afgesloten. Op het consultatiebureau konden ze niet terecht, de huisarts wilde hun dochter wel inenten en schreef een recept uit. Maar de apotheek kon de antistof niet los bestellen. Ook de ziekenhuisapotheker kon er niet aan komen. Ze keerden terug naar het consultatiebureau, waar ze opnieuw te horen kregen dat er geen uitzondering kon worden gemaakt op het protocol.
Wat er speelt, blijkt lastig te achterhalen. Een woordvoerder van Sanofi, dat de antistof op de markt brengt, laat weten dat het advies van het Zorginstituut en de Gezondheidsraad wordt gevolgd en dat het middel beschikbaar wordt gesteld aan alle kinderen voor wie het middel is aangewezen. De farmaceut levert de antistof aan het RIVM, dat het verspreidt over consultatiebureaus en ziekenhuizen. Hament van het RIVM zegt daarentegen dat de huisarts gewoon een recept zou moeten kunnen uitschrijven. ‘Het is niet aan ons om dat tegen te houden. Sanofi heeft besloten om het middel niet op de vrije markt te brengen.’
Voor baby’s die zijn geboren voor 1 april kan een uitzondering worden gemaakt als zij tot een risicogroep behoren. Maar ook die weg loopt dood voor Leon en Mirian. Hun huisarts vroeg een consult aan bij de kinderarts, maar die liet weten dat het protocol hem niet toestond hun dochter in te enten. Ze was weliswaar vier weken te vroeg geboren, maar daarmee had ze nog geen recht op de prik.
In België, Frankrijk en Luxemburg had hun dochter wel kunnen worden ingeënt. Daar piekt het virus iets eerder, waardoor de afkapdatum niet op 1 april is vastgesteld maar al in februari of zelfs begin januari. Ook in de Verenigde Staten was de antistof beschikbaar geweest. Daar luidt het advies om bij aanvang van het RS-seizoen alle kinderen tot 8 maanden in te enten, en niet, zoals hier, tot 6 maanden.
Ze vertellen dat iedereen aanvankelijk heel voorzichtig was met hun dochter. ‘Steeds als we op het consultatiebureau kwamen, kregen we hetzelfde zinnetje te horen: ze is wel te vroeg geboren hè. En omdat ze te vroeg is geboren, valt ze nu buiten de boot.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant