Home

‘Heb ik dan voor niets geleefd?’, of: hoe Jan Wolkers in en uit de gratie raakt

Als íémands reputatie door de tijd heen verandert, is het wel die van schrijver Jan Wolkers. In België werd Turks fruit pas nog uit de literaire canon gegooid. Zijn biograaf, Onno Blom, neemt het voor hem op.

schrijft voor de Volkskrant over Nederlandstalige literatuur.

Wolkers leeft, achttien jaar na zijn dood. Deze zondag zou hij 100 zijn geworden. Zijn vroege romans worden herdrukt, zijn dagboeken, de weerslag van een rebels, zinnelijk en gulzig leven, worden gretig gelezen.

Hij bleef zijn hele leven even opwindend schrijven, maar de tijd golfde; op de seksuele bevrijding die Wolkers’ werk inluidde, volgde nieuwe preutsheid. Zijn reputatie is onverminderd controversieel.

Als een donderslag bij heldere hemel debuteerde Jan Wolkers als prozaschrijver in februari 1959 in Tirade met ‘Het tillenbeest’, een verhaal over een jongen die tijdens de oorlog een marmeren sfinx met pronte borsten steelt uit een door de Duitsers verlaten kasteel. Al Wolkers’ zwart-romantische thema’s en obsessies zaten er al in: natuur en kunst, liefde en dood. Het verhaal was geschreven in dreigende, gebeeldhouwde stijl.

Reputaties veranderen continu. In deze rubriek kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert.

Toen Wolkers de redactie van Tirade daarna het verhaal ‘Gevederde vrienden’ aanbood, over een man die zijn vrouw opsluit in een ijskast en haar in stukken gezaagde lijk aan de meeuwen voert, liet hij dat eerst aan Gerard van het Reve lezen.

‘Hij zat te stikken van het lachen toen ik het hem gaf’, vertelde Wolkers. ‘Hij had daar een satanisch plezier in.’ Geert van Oorschot, de uitgever van Tirade, riep: ‘Jezus, dat gaat weer abonnees kosten.’

Scrabeuze verhalen

Op de grens van de jaren 60 durfden veel uitgevers en redacteuren hun handen niet aan zijn scabreuze en gruwelijke verhalen te branden. In 1962 maakte Willem Bloemena, directeur van Meulenhoff, zich ernstige zorgen over de uitgave van Wolkers’ debuutroman Kort Amerikaans. ‘Hij zette’, herinnerde Wolkers zich, ‘bij iedere kut en pik een streepje, en dat moest geschrapt worden. Vervangen door penis en vagina. Vies hè!’

‘Beste Bloemena’, schreef de debutant op een rouwkaart, ‘‘Indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, zo zal God hem zijn deel afnemen van de boom des levens en van de heilige stad welke in dit boek beschreven zijn.’ Jan (Kort Amerikaans) Wolkers.’

In Turks fruit wilde Bloemena opnieuw schrappen. Hij zei: ‘Schitterend Jan, alleen die aftrekscène aan het begin zou ik eruit halen. Dat komt zo hard aan bij de mensen. Als je die weglaat verkopen we er honderdduizend exemplaren meer van.’ Wolkers accepteerde geen censuur. ‘Wat ik eenmaal geschreven heb, blijft op papier. Over mijn lijk.’

Turks fruit werd in 1969 onmiddellijk een bestseller en na de verfilming door Paul Verhoeven in 1973, waar 3,3 miljoen mensen naar gingen kijken, werden er nog eens honderdduizenden van verkocht. De film, een meesterwerk maar minder poëtisch en autobiografisch dan het boek, bepaalt tot de dag van vandaag Wolkers’ woeste imago.

Rode konen

In de jaren 70 leek men meer te leven zoals Wolkers aan het einde van de jaren 50, begin jaren 60 al deed – dat is de tijd die in Turks fruit wordt beschreven. Talloze lezers bekenden mij met rode konen dat thuis de boeken van Wolkers verboden waren, maar dat die wel degelijk aanwezig waren: achter de ‘nette’ literatuur in de boekenkast. Na stiekeme lezing van Turks fruit met een zaklantaarntje onder de wollen deken was iets in hun wezen voorgoed veranderd.

In de jaren 80 weigerde Wolkers de twee grootste literaire prijzen van het land, de P.C. Hooftprijs en de Constantijn Huygensprijs. ‘Nooit heeft een van mijn boeken een prijs gekregen’, zei de laureaat tegen de verblufte verslaggever van het NOS Journaal die naar Texel was afgereisd. ‘Wat heb ik gedaan om dit te verdienen? Heb ik soms met de juryleden gecohabiteerd? Ik voel me geschoffeerd.’

Aan het einde van zijn leven verbaasde Wolkers zich over de nieuwe preutsheid en politieke verrechtsing. Toen Jan Peter Balkenende, ‘een gereformeerde jongeling’, aantrad als premier, vroeg hij zich hardop af: ‘Heb ik dan voor niets geleefd?’

Van gesprekken met middelbare scholieren en studenten aan de Leidse universiteit (waar een docent het werk van Wolkers wilde ‘verscheuren’) weet ik dat jongeren ouderwets geschokt zijn door Turks fruit. Seks is overal en altijd beschikbaar in de werkelijke en virtuele wereld, maar er zinderend over schrijven, er de juiste woorden aan wijden, dat is onverteerbaar. Veel jonge lezers nemen de romans letterlijk, als ware het een levensprogram, en niet als een werk van de verbeelding. Fictie. Dat schokte mij dan weer.

Wraak op het leven

Afgelopen zomer werd Turks fruit uit de Vlaamse literaire canon gegooid. Het heeft mij altijd verbaasd dat letterkundigen, journalisten of andere getrainde lezers de roman als misogyn bestempelen. Zeker, de held (niet voor niets een beeldhouwer zonder naam) neemt wraak op het leven door met zo veel mogelijk vrouwen naar bed te gaan als hij door zijn grote liefde is verlaten.

Hij is grof, woedend, agressief, wraakzuchtig. Maar hij wordt daar – zoals Orpheus in de mythe – bij nader omzien hard voor gestraft. Voorgoed verliest de held zijn Olga aan de dood.

Zou Wolkers wellicht een roman hebben geschreven die laat zien hoe wreed de liefde is? Als de verbeelding van de onbarmhartigheid van het leven zélf moet worden afgeschreven, dan kan de hele canon van de wereldliteratuur opgedoekt, inclusief de Griekse tragedies, de stukken van Shakespeare en de verhalen uit het Oude Testament over sodomie, bedrog en broedermoord waaruit Wolkers’ vader al geen jota of tittel oversloeg.

De gloed van de schande, de lokroep van de verboden vrucht zorgt ervoor dat de reputatie van Jan Wolkers, morgen 100 jaar jong, nog wel een eeuw mee kan.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next