Home

Hoe JA21 probeert conservatief en liberaal tegelijkertijd te zijn

Vergezichten Josette Daemen houdt politieke partijen ideologisch bij de les. Voor welke waarden staan ze nou echt?

Ik was een jaar of twaalf toen er een nieuw kind bij ons in de klas kwam. Een meisje uit Leiden dat met haar ouders helemaal naar Zuid-Limburg was komen migreren, en dat nu haar draai moest zien te vinden op een katholieke dorpsschool vol koters met een zachte G. De jongen die naast me zat moest er niks van hebben, een Hollander in zijn klas. „Zij zijn anders dan wij”, zei hij. „Hoe dan”, vroeg ik. „Ze zijn niet zo gastvrij”, was het antwoord. Of ik het woord ‘ironie’ op die leeftijd al paraat had weet ik niet, maar met zekerheid herinner ik me dat de tegenstrijdigheid van zijn boodschap me niet ontging.

Ik moest eraan terugdenken toen ik me afgelopen week voor deze column verdiepte in het gedachtegoed van JA21. ‘Conservatief-liberaal’ noemt de partij zichzelf, en dat is op het eerste gezicht best een tegenstrijdig etiket. Het liberalisme draait om het idee van universele rechten en vrijheden, die dus voor alle individuen gelijk zouden moeten gelden. Terwijl het conservatisme het concept van universeel geldende morele principes juist afwijst, en aanneemt dat voor elke gemeenschap weer andere waarden opgaan, volgend uit de eigen culturele traditie. Hoe kun je die twee opvattingen nou met elkaar combineren?

Ik ging het pas snappen toen ik De conservatieve revolte las van politicoloog Merijn Oudenampsen. Het boek beschrijft de opkomst van een specifiek soort conservatisme in het Nederland van de jaren 90, dat in de politiek zijn meest prominente vertolker vond in de persoon van Pim Fortuyn. „Nederconservatisme” doopt Oudenampsen dit gedachtegoed, dat neerkomt op een wonderlijk mengsel van liberale en conservatieve ideeën.

Enerzijds omarmen aanhangers van deze ideologie liberale waarden zoals de gelijkwaardigheid van man en vrouw, en gelijke rechten voor homo’s en hetero’s. Tegelijkertijd zien ze die waarden niet als universeel, maar als iets ‘van ons hier in het Westen’. Andere culturen staan er vijandig tegenover, zo wordt telkens onderstreept, de islamitische cultuur voorop. Ondertussen zijn onze eigen liberale elites te laf om onze vrije beschaving tegen kwade invloeden uit het vijandelijke kamp te beschermen, aldus de nederconservatieven, en zodoende hebben we het conservatisme nodig om het liberalisme te redden. Hoe tegenstrijdig dat ook mag klinken.

Anno 2025 vinden we sporen van het nederconservatieve denken uiteraard bij de PVV, maar JA21 staat minstens zo duidelijk in de beschreven traditie. Het partijprogramma spreekt over het botsen van „onze vrije westerse cultuur” met de islamitische, waarbij de regel is dat die eerste „prevaleert” zonder „ruimte voor concessies”. „De islamitische cultuur kent nu eenmaal schadelijke opvattingen over vrouwen, homoseksuelen en joden”, zo stelt het programma, en „dit moet open en bloot kunnen worden geagendeerd”. Een boeiend contrast: Forum voor Democratie werpt zich ook op als hoeder van de Nederlandse identiteit, maar wijst inmiddels niet meer expliciet vrouwen- en homorechten als onderdeel daarvan; ook het woord ‘islam’ staat dit jaar niet in het verkiezingsprogramma.

Vaak is gezegd dat de emancipatie van vrouwen en homo’s voor radicaal-rechts niets meer is dan een stok om moslims mee te slaan, en er zijn vast genoeg lui voor wie dat inderdaad opgaat. Tegelijkertijd bestaan er natuurlijk ook legitieme zorgen over de positie van vrouwen en seksuele minderheden binnen de islam, net als over terroristische dreiging uit radicaal-islamitische hoek. Maar het is het obsessieve karakter van die zorgen dat me fascineert bij een partij als JA21. De begeestering waarmee de partij in haar verkiezingsprogramma hamert op „de radicale islam die onze manier van leven veracht en met bloedvergieten wil beëindigen”. De vurigheid waarmee ze ons oproept om „één ding goed voor ogen” te houden: „het grootste gevaar voor onze veiligheid was, is en blijft het jihadisme”.

Het woordje „blijft” is veelzeggend hier. Gretig klinkt het bijna, alsof we niet zouden weten wat we met onszelf aan zouden moeten als we ons niet langer hoefden te verdedigen tegen het radicaal-islamitische gevaar. Het past wederom bij de nederconservatieve ideologie zoals omschreven door Oudenampsen: in de confrontatie met de islam, zo toont hij in zijn boek, zagen politieke denkers eind vorige eeuw een kans om de Nederlandse identiteit opnieuw te formuleren. Het afzetten tegen een ‘zij’ gaf een invulling aan het ‘wij’. Zouden ‘zij’ een keer wegvallen, dan zouden ‘wij’ identiteitsloos achterblijven.

Een beetje als een Limburger die erachter komt dat Hollanders ook best gastvrij kunnen zijn. Nou ja, sommige dan.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next