Home

Demi Vollering: ‘Elke keer als ik mijn mond opentrek, komt er commentaar. Dat is dan maar zo’

Iedereen heeft een mening over Demi Vollering (28), of ze nu op de fiets zit of niet. Zou dat voor de Europees kampioen en nummer één van de wereld ooit een reden zijn zich minder uit te spreken over onderwerpen die haar aan het hart gaan?

Halverwege het gesprek met Demi Vollering dient de vraag zich als vanzelf aan. Is ze, om het cliché maar eens te gebruiken, on-Nederlands in haar gedrag? Vollering lacht en kijkt demonstratief door het raam. Vanuit de keuken in haar ouderlijk huis in Berkel en Rodenrijs ziet ze de kassen waar haar vader hortensia’s kweekt, net als de donkere wolken die over de polder jagen. Hollandser kan het uitzicht niet zijn. Weifelend geeft ze antwoord. ‘Misschien durf ik wat groter te dromen?’

Vollering wuift de gedachte snel weg. Ze heeft er nooit zo over nagedacht. Hier groeide ze als oudste van vier kinderen op, volgde ze een mbo-opleiding in Flower Design, werkte ze in de kassen en in bloemenwinkels. Inmiddels is ze de beste wielrenster van de wereld, sinds het afgelopen seizoen in dienst van de Franse ploeg FDJ-Suez.

Wat ze zelf wél zegt te zien, is hoe topsport in andere landen wordt gevierd. Vollering: ‘En dan denk ik: waarom doen wij dat niet in Nederland?’ In haar ogen zijn sportwedstrijden een vorm van entertainment. ‘Als je het platslaat: je kijkt naar mensen die afzien om anderen te vermaken, en dát vier je. Of ze nou winnen of niet.’

Zo werkt het dus niet in eigen land, vindt ze, en zeker niet als het om haar gaat. Sinds ze in 2019 als 22-jarige met een knal debuteerde in het profpeloton – ze werd derde in haar eerste Luik-Bastenaken-Luik – is wat ze doet en zegt onderwerp van gesprek. En vooral discussie. Vanwege haar manier van koersen, en omdat ze zich uitspreekt over gevoelige thema’s als menstruatie, gewicht en mentale gezondheid. Om nog maar te zwijgen van de veelbesproken breuk met de Nederlandse ploeg SD Worx in 2024.

Ach, zal haar verloofde en manager Jan de Voogd later zeggen als hij bij Vollering aan de keukentafel is aangeschoven, eigenlijk moeten ze die aandacht koesteren. Een agent bij sportmerk Nike, waar ze een persoonlijk contract heeft, zei tegen hem: ‘Dat is beter dan dat ze géén mening over haar hebben. Daarom is ze ook een Nike-atleet.’

En toch. De 28-jarige Vollering, die dit wielerseizoen afsloot met de Europese titel en de eerste plek op de ranglijst van de UCI, zou best zonder die meningen kunnen. Toen ze onlangs tijdens de slotkilometers van het WK gravel Yara Kastelijn de achtervolging zag inzetten op koploper en landgenoot Shirin van Anrooij, wist ze: daar gaat Kastelijn nooit meer vanaf komen. Net zomin als zij aan het WK op de weg van 2024 in Zürich zal kunnen ontsnappen.

Vollering probeerde haar concurrentie in Zwitserland af te schudden op de klimmetjes, maar slaagde daar niet in. Ze kwam in een sprint terecht, waarbij ze de Belgische Lotte Kopecky in de laatste kilometers ongewild naar de winst begeleidde. Vollering eindigde als vijfde en werd het mikpunt van onlinekritiek. Ze zou zelf te graag willen winnen en daarmee haar ploeggenoten benadelen.

‘Wat ik na dat WK allemaal over me heen kreeg... Ik dacht: je moet hier sterk voor in je schoenen staan, anders word je zwaar depressief en doe je jezelf misschien wat aan. En het gaat er nu dus nog steeds over. Dat vind ik lastig.’

Wielerbond KNWU kwam na het WK gravel met een statement over de onlinehaat waar Kastelijn en de uiteindelijke wereldkampioen Lorena Wiebes aan blootgesteld werden. Het is volgens de bond ‘volstrekt onacceptabel dat sporters worden geconfronteerd met denigrerende, beledigende of intimiderende reacties’.

Voor Vollering is het aan de orde van de dag, ook tijdens de koers trouwens. Door een fout als die bij het WK in Zürich, verkeerde tactische inschattingen in de Tour de France of in klassiekers. ‘Ik had het er laatst met bondscoach Laurens ten Dam over, een beetje lacherig. Je bent Demi Vollering, hè, dus ze zullen weer van alles over je roepen, maak je borst maar nat. Inmiddels weet ik dat elke keer als ik mijn mond opentrek, er commentaar komt. Dat is dan maar zo.’

Het gaat ook vaker over de wedstrijden die je niet wint dan over de koersen die je wel wint.

‘Dat is zeker een dingetje.’

Heeft dat invloed op jou?

‘Dat weet ik niet. Omdat ik net zo kritisch op mezelf ben. Terwijl, als je het rijtje met uitslagen ziet van dit jaar, is het zo slecht niet, met het winnen van de Strade Bianche, de Vuelta en de Europese titel. Daar ben ik trots op. Ik kwam bij een nieuw team, dan is het maar afwachten hoe de samenwerking gaat. En juist als ploeg zijn we gegroeid, we hebben gewonnen met verschillende rensters. Alleen: ik ben een winnaar, ik wil altijd meer, dus... Mijn allergrootste doelen waren de Tour en het WK, en daar lukte het niet.’

Nou ja, in de Tour werd je tweede achter een oppermachtige Pauline Ferrand-Prévot.

‘Klopt. Kasia Niewiadoma, die als derde eindigde, zei tegen me: staan we toch maar weer mooi voor de vierde keer samen op het Tourpodium. Ik heb één keer gewonnen, alle andere keren ben ik tweede geworden.’

Ook in de Tour was er ophef, over het gewicht van Ferrand-Prévot, de olympisch kampioen mountainbike die voor de Tour in korte tijd vijf kilo afviel. Jij liet weten dat gewicht verliezen niet de ultieme oplossing is, dat jullie als rensters bovendien een voorbeeldfunctie hebben voor jonge meiden.

‘Het was weer een eyeopener hoe mijn opmerkingen vervolgens uit de context zijn gehaald, hoe er clickbait van werd gemaakt. Daar baalde ik enorm van, het werd iets negatiefs over Pauline en dat vond ik onterecht. Zij had de Tour niet alleen gewonnen doordat ze lichter van gewicht was, maar ook omdat ze zich goed voorbereid had. Mensen dachten dat ik het haar niet gunde. Dat was helemaal niet zo.’

Je maakt het jezelf niet altijd makkelijk door je uitspraken, zeker niet in combinatie met het commentaar dat je zelfzuchtig koerst én je zelfkritiek. Dat lijkt me een moeilijke mix.

‘Klopt. Daar heb ik het geregeld met mijn sportpsycholoog over. Ik vind het mooi als er betekenis achter mijn resultaten zit, ik kan kracht putten uit het delen van een boodschap. Weten dat ik niet alleen voor mezelf fiets, geeft me energie. Al ben ik me er soms op het moment zelf niet van bewust.

‘Ik heb op de een of andere manier altijd geweten dat ik een missie had. Toen ik in de bloemenwinkel en in de kassen werkte, dacht ik: niemand ziet mij hier. Ik had het gevoel dat ik mijn talent moest tonen aan de wereld. Dat ik een verhaal wilde delen. Best apart, want ik was toen erg verlegen.’

Dat ben je nu niet meer?

‘Nee. Soms kijk ik een beetje de kat uit de boom, als ik op een plek ben met nieuwe mensen bijvoorbeeld. Het topsportwereldje is hard, er zijn veel mensen en relaties die nep zijn. Ik ben iemand die een ander snel mag, dus voor mij is dat best moeilijk. Vorige winter wisselde ik van team, en daardoor van ploeggenoten. Er waren momenten waarop ik dacht: wauw, wij waren toch vriendinnen? Blijkbaar niet meer. Dat ging er best pittig aan toe. Als ik op mijn fiets stap, doe ik mee aan die hardheid. Dan ben ik een killer en wil ik winnen. Naast de fiets is dat anders. Soms weet ik niet precies wat ik van iemand kan verwachten.’

Is dat eenzaam?

‘Dat kan het zijn. Omdat niet iedereen doorheeft hoe hard je werkt, wat je jezelf allemaal aandoet om te kunnen presteren. Maar gelukkig kan ik goed alleen zijn. Dat zijn vaak de momenten waarop ideeën ontstaan, of ik gewoon even kan wegzakken in mijn gedachten, over hoe ik nou eigenlijk hier ben gekomen. Maar ik ben nooit écht alleen. Ik heb altijd Jan en onze hond Flo aan mijn zijde.’

En Jan durft volgens mij ook groot te dromen? Er is het contract met Nike, onlangs werd je opgevoerd in The New York Times in een artikel over menstruatie in de topsport, je staat in de ‘30 under 30’-lijst van Forbes (meest invloedrijke en innovatieve personen onder de dertig jaar, red.).

‘Jazeker. Jan helpt mij enorm. Dat is door de jaren heen zo gegroeid. We waren altijd bezig om een soort merk te maken van mij, of van ons. We maakten vanaf het begin bewuste keuzes, zeiden niet overal meteen ja op. Als je met een klein merk in zee gaat, kun je later nooit meer samenwerken met een groot merk in dezelfde sector.’

De Voogd loopt de keuken binnen en schuift aan, met een schuin oog kijkend naar zijn opengeklapte laptop op tafel. Dat ze al vanaf het begin van de sportieve loopbaan van Vollering bezig zijn met het opbouwen van een merk, komt volgens hem deels door hun ondernemersmindset. ‘En het was een samenloop van omstandigheden. Ik was toen ik Demi leerde kennen gefascineerd door allerlei verschillende sporten, door bijvoorbeeld triatlonatleet Jan Frodeno en alpineskiester Lindsey Vonn. Zij deden allemaal aan merkopbouw. We zagen dat er veel vraag naar samenwerkingen met Demi was, en dat de markt steeds groter werd. Dus hebben we besloten: we blijven exclusief en dan gaan we kijken hoever we komen.’

Dat ze als duo doen denken aan Leontien van Moorsel en Michael Zijlaard hebben ze vaker gehoord, lacht hij. Van Moorsel was meervoudig wereld- en olympisch kampioen op de weg en de baan, en won in de jaren negentig twee keer de Tour de France. Zijlaard zorgde als ‘de man van’ en manager voor een min of meer evenredige financiële vergoeding voor de prestaties van zijn vrouw, in een tijd waarin vrouwenwielrennen nog in de kinderschoenen stond.

Net als Vollering sprak Van Moorsel zich uit. Over anorexia, een ziekte waaraan ze zelf leed tijdens haar jacht op de gele trui. Over het dragen van make-up tijdens een wielerkoers, want sportvrouwen mochten er toch zeker goed uitzien? Maar Van Moorsel bleef voor de buitenwereld vooral die goedlachse Brabantse.

Heel anders dan jij wordt gezien. Is er bij jullie twee meer sprake van jaloezie?

De Voogd: ‘Dat zal best meespelen. Het grote verschil met de tijd van Leontien is de verharding in de maatschappij. Er wordt op de persoon gespeeld. En er is sociale media. Het is een instrument dat je voor je kunt laten werken, waarmee je mensen kunt bereiken. Dat doen wij ook, en gaan we nog meer doen. We werken er hard aan om meer vrouwen naar de verschillende socials van Demi te halen. Maar je hebt altijd een paar van die haters tussen je volgers zitten. En dat zijn altijd mannen.’

Wordt er in het algemeen kritischer gekeken naar vrouwen?

Vollering: ‘Ja. Je doet het niet snel goed. Het gaat ook veel over uiterlijk. Als je een sloddervos bent, is het niet goed. Maar als ik op Instagram iets over een make-upmerk post, wordt er gezegd dat ik me moet bezighouden met mijn sport. Voor mij is het een manier om meer vrouwen naar mijn socialemediakanalen te trekken. Jonge meiden zijn hele dagen bezig met filmpjes van influencers. Ik hoop hen te bereiken zodat ik een andere wereld kan laten zien. Om ze te inspireren op een fiets te stappen, sportief te zijn. Dat lukt niet met alleen maar fietsfilmpjes.’

Hoe wordt er in het peloton naar je gekeken?

‘Dat heb ik niet altijd even goed door. Het komt geregeld voor dat meisjes uit het peloton met me op de foto willen voor de wedstrijd. Dat vind ik soms gek, omdat we even later dezelfde wedstrijd rijden. Van de andere kant is het mooi.

Na het opdragen van mijn Vuelta-zege aan jongeren die worstelen met hun mentale gezondheid, bedankten rensters me. Zelfs rensters met wie ik in het verleden mot had, bijvoorbeeld bij het positioneren in het peloton. Dat vond ik bijzonder. En na mijn uitspraken over het belang van een gezond gewicht ontstond er een kettingreactie op sociale media, allerlei meiden spraken zich erover uit. Je merkt dat die onderwerpen gelijk meer gaan leven.’

Blijkbaar is het voor anderen moeilijk om er iets over te zeggen?

‘Ik had er met Marlen Reusser een kleine discussie over. Ze had zich willen mengen in de discussie over gewicht, maar het werd haar afgeraden omdat ze energie zou verliezen die ze in de koers nodig heeft. Pas nadat ik iets had gezegd, heeft zij het ook gedaan.

De Zwitserse Reusser, naast renster opgeleid als arts, liet weten dat ze stiekem had gehoopt dat Ferrand-Prévot niet zou winnen. Omdat ze met haar gewichtsverlies een nieuwe standaard had gezet, waarmee ze druk zou leggen op andere rensters.

De Voogd: ‘In het vrouwenpeloton zitten veel mannelijke managers en ploegleiders, een aantal van hen maakt nog deel uit van het oude wielrennen. Af en toe is Demi haar tijd een beetje vooruit. Dan krijgen wij te horen: moet ze niet gewoon fietsen? Soms denken ze ook nog eens dat ík het allemaal voor haar verzin.’

Tegen Vollering, aan de andere kant van de tafel: ‘Terwijl het voor jou juist brandstof is. Dat kunnen anderen zich niet voorstellen.’

Vollering: ‘Het is voor mij vaak geen vraag of ik me ergens wel of niet over moet uitlaten. Als ik het niet doe, denk ik dat ik er meer energie aan verlies. Omdat ik er dan de hele tijd over na zit te denken. Dan zeg ik het maar liever hardop.’ Lachend: ‘Met alle gevolgen van dien.’

Wordt het misschien steeds een beetje makkelijker?

‘Nee. Er zijn altijd mensen die iets negatiefs te zeggen hebben. En dat gaat niet veranderen.’

Jij ook niet?

‘Ik ga er niet stiller van worden.’

Misschien juist luider?

‘Nou ja, ik wil niet als ik me over één ding heb uitgesproken, nog eens honderd interviews over dat ene onderwerp geven.’

Zie je andere mensen in het wielrennen die er hetzelfde in staan?

‘Dat wat wij naast het wielrennen doen, is lastig om bij te houden. Jan en ik zijn een goed team. We weten wat we willen. En het heeft natuurlijk ook te maken met of je wedstrijden wint of niet. Cédrine Kerbaol heeft meerdere keren haar mening gegeven over de rol van menstruatie bij topsporters en over gewicht. Maar het wordt minder opgepakt omdat ze niet zo bekend is.’

Hoe gaat het eigenlijk met de persoon aan wie je in mei geëmotioneerd je Vuelta-zege opdroeg? Je zei dat iemand die dichtbij je stond mentaal door een moeilijke tijd ging.

‘Het gaat, met ups en downs... In mijn directe omgeving zie ik te veel jonge mensen met mentale problemen. Omdat ze zelf niet meer weten wat ze willen. En als je geen doel hebt in het leven, voel je je verloren. Ik wil graag meegeven dat je altijd achter je dromen moet aangaan. Toen ik in Luik vorig jaar derde werd in de sprint, stapte ik teleurgesteld de auto in. Kreeg ik een brief van een meisje dat vliegtuigmonteur wilde worden, en dat ze daarom gepest werd. Het was immers iets voor mannen. Ze schreef: maar dan denk ik aan jou en dan zet ik door. Ik dacht: waar maak ik me eigenlijk druk om? Het is toch het allermooiste dat je anderen kunt helpen?’ Met tranen in de ogen: ‘Ik word er weer emotioneel van.’

Demi Vollering in 2025

Goud op de EK

Zevende op het WK op de weg

Brons op het WK tijdrijden

Tweede in de Tour de France

Tweede in de Tour de Suisse

Winnaar Vuelta

Derde Luik-Bastenaken-Luik

Tweede in Waalse Pijl

Vierde in Milaan-San Remo

Winnaar Strade Bianche

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next