Theatermakers Jan Hulst en Kasper Tarenskeen groeiden de afgelopen tien jaar uit van baldadige enfants terribles tot geroemde hofleveranciers van de betere millennialsatire. Welke eigenschappen maken de millennial voor hen zo’n onuitputtelijke bron van inspiratie?
schrijft voor de Volkskrant over theater.
‘Ik wil iets betekenen, ergens voor staan, een verschil maken in de wereld. Ik ben dus aan het oefenen dat te zeggen zonder dat het walgelijk klinkt.’ Aan het woord is dertiger Ashley, een personage uit de voorstelling Millennial I Vrede. Als zij niet in haar hippe, Amsterdamse bakkerijtje croissants met quiches aan het kruisen is, worstelt ze net als al haar generatiegenoten met haar engagement, of preciezer: het gebrek eraan.
Terwijl elders in de wereld de oorlog uitbreekt, zit zij vooral te dubben hoe ze haar zelfbedachte nieuwe broodje moet noemen. Cruichoint? Croichue? Of toch de Crocky Quiche? ‘Het is zo onbelangrijk en toch stressvol dat ik overweeg er een boek over te schrijven’, besluit ze.
Ashley komt uit de koker van theatermakersduo Jan Hulst (38) en Kasper Tarenskeen (36), twee montere millennials die zich de laatste jaren bij het Arnhemse gezelschap Theater Oostpool hebben ontpopt tot hofleveranciers van messcherpe tijdgeestsatires. In hun succesvolle publiekstrekkers, zoals de bejubelde voorstelling Showmeister (2024), waarin voormalig Idols-zanger Jim Bakkum bloedserieus een BN’er met toneelaspiraties speelde, nemen ze hun generatiegenoten even genadeloos als liefdevol de maat.
Met bakken zelfspot worstelen hun ruggengraatloze, egomane hipster-millennials (de generatie die grofweg geboren is tussen 1980 en 1996, en is opgegroeid met inbelmodems, tamagotchi’s en de belofte dat álles mogelijk is) met grote morele dilemma’s, verantwoordelijkheidsbesef en diepgewortelde angst. Hun personages ontpoppen zich al snel tot een verzameling grote kleine kinderen – die vaak even onhebbelijk als vertederend zijn.
Het duo lardeert hun komedies bovendien ruimhartig met opzichtige special effects (denk bermbommen, neerstortende ruimtecapsules of ontploffende Thuisbezorgd-scootertjes) en hoekige dialogen vol bijdehante grappen, inventieve taalvondsten en ironisch metacommentaar. Op recensiewebsite theaterkrant.nl vatte een bezoeker van de whodunit-parodie Detective Moncler uit 2023 haar avond treffend samen: ‘Zo hard gelachen dat ik urineerde. Mooie avond!’
De afgelopen tien jaar zijn Hulst en Tarenskeen uitgegroeid van baldadige enfants terribles in de marges van theaterland tot een sterk, eigenzinnig merk. Tarenskeen: ‘Toen we begonnen hadden we erg het gevoel dat we ons moesten afzetten tegen het bestaande repertoire. Als tegenreactie op alle Ibsens en Tsjechovs die we vaak op toneel zagen, dachten we: laten we theater maken dat in eerste instantie vet is voor onze vrienden. Dat kregen we soms ook terug in recensies: de kritiek was dat het te veel ‘millennialtheater’ zou zijn. Dat hebben we vervolgens juist omarmd.’
In hun nieuwe voorstelling Millennial I Vrede, gespeeld door onder anderen Tim Linde, Bram Suijker en Georgina Verbaan, gaat een net niet populaire technoproducer onverwachts viraal met een activistisch protestlied. Blij dat hij eindelijk ook eens wordt ‘gezien’, omarmt hij zijn nieuwe rol als radicale vredestichter gretig: ‘Ik wil me niet meer verschuilen achter een laptop’, dreint hij, vanuit zijn luxevilla op Ibiza. ‘Ik wil óók iets zeggen.’
Vrede markeert de aftrap van een reeks voorstellingen waarin de theatermakers de millennial definitief op het schild hijsen. Al weten ze zelf ook niet precies wat het betekent om millennial te zijn, benadrukt Tarenskeen meteen. ‘We zien onze personages als een soort laboratoriumratten: we zetten ze in een specifieke situatie en kijken dan wat er gebeurt, in de hoop dat het ons iets leert over wie we eigenlijk zijn.’
Welke kenmerkende eigenschappen zijn voor deze chroniqueurs van hun eigen generatie zo’n onuitputtelijke bron van inspiratie? Een beknopte anatomie van de millennial volgens Hulst en Tarenskeen.
Personages van Hulst en Tarenskeen zijn geobsedeerd door authenticiteit. Tegelijkertijd vinden ze alles wat oprecht is cringe – gênant, beschamend, ongemakkelijk dus. Showmeister ging over een kunstenaar die zich afzette tegen oprechte schoonheid en in Vrede onderzoeken ze hoe je je op integere wijze kunt verhouden tot de wereld.
Meer dan bij andere generaties leeft bij millennials het bewustzijn dat ‘je authenticiteit’ iets maakbaars is, zegt Hulst. ‘De tragiek is dat de millennial niet alleen voortdurend op zoek is naar een waarachtige versie van zichzelf, maar zich vervolgens ook heel bewust is van die zoektocht. Dat zelfbewustzijn zit enorm in de weg in de route naar oprechtheid.’
Hun werk gaat over mensen die enorme moeite hebben om oprecht te zeggen wat ze vinden, zegt hij. ‘Dat is een probleem waarmee de oude Grieken zich echt niet bezighielden. Iemand als Agamemnon zegt aan het begin van de Ilias gewoon meteen: fuck Troje. Wij zijn twee uur bezig om onze personages op de plek te krijgen waar Agamemnon begint.’
Zelf vinden ze het ook spannend om oprechtheid in hun werk toe te laten. ‘Laatst zaten we enorm te kloten met een goedmaakscène van een verliefd koppel. We kwamen er niet uit, totdat een van de spelers zei: ‘Waarom mogen we elkaar niet gewoon even aankijken, zeggen dat we van elkaar houden en elkaar dan gewoon een goeie zoen geven?’ Kasper en ik zaten elkaar een beetje twijfelachtig aan te kijken, maar iedereen vond het een touching moment.’
Oorlog is een terugkerend onderwerp in het oeuvre van de makers. In 2019 maakten ze Assad, waarin vier personages ieder een andere positie innamen in de Syrische burgeroorlog. En in hun uitzinnige bewerking van Homerus’ De Ilias (2016) wrongen vijf passieve militairen zich in bochten om maar niet ten strijde te trekken: hun millennialversie van de klassieke oorlogsheld Achilles zette liever een hippe conceptstore in oorlogsmeubilair op touw dan zich te verhouden tot de wereld om hem heen.
Hulst: ‘Het gebrek aan sneuvelbereidheid komt doordat we ons niet meer identificeren met een land of een vlag. Dat herken ik wel. Geen haar op mijn hoofd die eraan zou denken het leger in te gaan. Ik denk dat onze generatie kampt met een fundamenteel gebrek aan gemeenschapszin. Los van een paar goeie vrienden voel ik me van geen enkele groep mensen echt onderdeel. Bovendien vind ik het ook een gezonde mentaliteit om niet het leger in te willen.’
In Vrede krijgt een van de personages het vuur aan de schenen gelegd omdat hij zich vrijwillig aansluit bij het leger. ‘Ik wil geen oorlog. Als ik vecht, vecht ik voor vrede’, legt hij uit.
Tarenskeen twijfelt. ‘In de kern ben ik pacifist, maar er zijn natuurlijk echt énge mensen op deze wereld. Er zijn veel precedenten uit de geschiedenis waarin het ontzettend misging, ook bij dreigingen die lange tijd niet serieus werden genomen. Daar was uiteindelijk een krijgsmacht de enige oplossing.’
In Vrede verwijten de personages elkaar dat het wel erg makkelijk is om vanuit een luxevilla op Ibiza een activistisch bericht op sociale media te posten: een hashtag zou niets veranderen. Hulst: ‘Dat klopt natuurlijk. Tegelijkertijd geeft die geprivilegieerde vrijheid juist de ruimte om zo’n post de wereld in te sturen. Als ik in een loopgraaf zat, had ik wel wat anders aan mijn hoofd.’
Tarenskeen: ‘Wat ik typerend en heel grappig aan deze personages vind, is dat ze elkaar voortdurend van alles verwijten. De pacifist beschuldigt de soldaat van domheid, en de soldaat beschuldigt de pacifist weer: jij kunt defensie afschrijven, zegt hij, maar als jij midden in een oorlog zou zitten, zou je om ons smeken.’
Hulst: ‘De discussie over privileges is belangrijk, maar ook killing saai. Als je lang genoeg doordenkt over je eigen privileges, kom je uiteindelijk altijd tot de conclusie dat je het best je mond kunt houden. En wat schiet je daarmee op? Je eigen hypocrisie kun je maar beter erkennen dan haar gebruiken als excuus om niets te doen.’
Al in hun eerste samenwerking The Woods (2015) werden de personages geteisterd door natuurrampen. Later, in de scifi-komedie met de ironische titel Komt goed... (2022) probeerden de vier laatste overlevenden van een verdwijnende planeet hun laatste restje beschaving in stand te houden. Het stuk draaide om een interessant gedachte-experiment dat menig millennial bezighoudt: hoe te leven in het volle besef van het naderende einde?
Zelf hebben ze daar opvallend weinig moeite mee. Tarenskeen: ‘Het is vreemd, maar ik ervaar echt een totaal gebrek aan doodsangst. Ik maak me wel zorgen om alles wat er in de wereld gebeurt, maar voel me toch niet aangesproken wanneer er wordt gezegd dat we een noodpakket moeten aanschaffen. Ik denk dat ik een te fijne jeugd heb gehad om echt een reële dreiging te kunnen ervaren.’
Hulst: ‘Het komt ook omdat er al decennia wordt geroepen dat de wereld in de fik staat, waardoor ‘crisis’ een soort containerbegrip is geworden zonder betekenis. Ik ontken de ellende niet, maar het apocalypsdenken is nu eenmaal van alle tijden. Dus proberen wij ondertussen liefdevol theater te maken over mensen die in al hun onvermogen toch maar steeds vergeefse pogingen blijven doen.’
Millennial I Vrede van Theater Oostpool. Première 25/10, tournee t/m 21/12.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant