Bijzonder onderwijs In Teheran zat Hamed A. Nadoshan op een islamitische school en zag hoe zijn generatie opgroeide met botsende idealen. Nu ziet hij in Nederland dat islamitische scholen hier ook voor de islam zelf weinig doen.
Madrassah in Iran
In 1989, tien jaar na de Islamitische Revolutie in Iran, was ik zeven jaar oud en ging ik voor het eerst naar school in Teheran. Alles voelde vreemd. Het leek op een soort Disneyland, maar dan een donkere en dreigende versie.
Hamed A. Nadoshan is schrijver, dichter en radioproducent, en winnaar van de Anil Ramdas Essayprijs 2023.
Elke ochtend werden we preventief gefouilleerd, zoals tegenwoordig de politie soms in Rotterdam of Amsterdam doet. Verboden waren: videobanden, cassettebandjes, verhalende boeken, schriften of etuis met (tekenfilm)personages uit het Westen, zoals Superman of The Simpsons. Onze kleren moesten sober zijn: geen felle kleuren, geen teksten of prints. Jongens en meisjes zaten op gescheiden scholen. Maar op straat zag ik hoe meisjes van zeven of acht al een hoofddoek moesten dragen, terwijl die in de islam pas vanaf negen jaar verplicht is.
Naast gewone vakken als rekenen en het leren van het Perzische alfabet kregen we ook Koranles en islamitische instructie; we leerden over gebed en vasten tijdens Ramadan. De belangrijkste regel van school: totale afwijzing van de westerse cultuur. Er lag een zware nadruk op het islamitische erfgoed, van de Arabische taal tot gebed en Koranrecitatie.
Thuis wachtte een andere wereld. Strips als Kuifje, westerse films en muziek, via video- en cassettebanden . Niet alleen bij ons, ook bij veel andere gezinnen. Mijn generatie groeide op tussen twee eilanden die voortdurend met elkaar botsten: het strenge schoolleven en het vrije huis.
Gelijkenissen
Toen ik deze week de uitspraken van Henri Bontenbal en de overwegend negatieve reacties van politieke partijen daarop las over religieuze scholen, moest ik meteen terugdenken aan mijn islamitische school. Ook in Nederland worden op sommige islamitische scholen jongens en meisjes gescheiden, voor gymlessen bijvoorbeeld, zijn gebed en Koran verplicht en dragen meisjes een hoofddoek. De gelijkenissen met scholen in Iran, ook al is hier geen islamitisch regime, zijn opvallend.
Ik denk aan de moslimleerlingen die op school één set normen meekrijgen, en daarbuiten, in een seculiere samenleving, een totaal andere cultuur aantreffen. Je kunt je voorstellen hoe verwarrend en vermoeiend dat is. Maar niet op de manier zoals sommige politieke partijen het framen. Wat voor de leerlingen vooral verwarrend is, wordt in het publieke debat vaak uitvergroot tot een politieke dreiging. Forum voor Democratie en PVV stellen bijvoorbeeld dat “Nederland islamiseert”. De samenleving zál niet islamiseren; het zijn juist nieuwe generaties moslims die tussen de regels van school en de regels van de samenleving verdwalen.
Het islamiserings-scenario kan alleen logisch zijn als je gelooft dat de islam een soort hemelse macht heeft die met het opleiden van nieuwe generaties de westerse waarden kan overwinnen. Die kracht zie ik niet. Als die er wél was, zou het huidige regime in Iran zonder moeite zijn jonge generatie in het gareel houden. Maar Generatie Z is, ook volgens westerse media, juist een groot probleem voor de islamitische leiders daar. Ondanks alle beperkingen heeft zij via internet en satellietzenders de westerse cultuur leren kennen en is er soms radicaal door gefascineerd. Westerse acteurs, filmmakers, schilders, muzikanten en schrijvers hebben een enorme aanhang, precies het tegenovergestelde van wat de ayatollah’s willen. Dat levert een constante spanning op tussen samenleving en staat, die in een dictatuur hardhandig wordt onderdrukt.
Tom en Jerry
Gelukkig kennen we in Nederland geen dictatuur – vooralsnog. De kloof tussen samenleving en overheid is hier ook lang niet zo groot. Maar zelfs hier kunnen diepe wonden ontstaan. Die wonden tonen zich als een spanning tussen twee polen, tussen de islam en westerse waarden. Je kunt het zien als Tom en Jerry: die twee blijven elkaar achtervolgen, zonder ooit echt te winnen, maar wel steeds hun omgeving overhoophalend.
Ik heb op islamitische scholen gezeten, maar ben uiteindelijk een volger van westerse waarden geworden. Daarom denk ik dat zulke scholen, zelfs in combinatie met de opvoeding thuis, op de lange termijn weinig invloed hebben. Op school had ik bijvoorbeeld geleerd dat het drinken van alcohol een grote zonde is en bestraft wordt, maar op feestjes dronk ik toch. In feite kon de islam me niet weghouden bij het drinken, maar het gaf me lange tijd obsessieve gedachten en angst.
In landen als Nederland, waar religie vooral een privézaak is geworden, verandert zij zodra ze het persoonlijke domein verlaat, in een bron van spanning en conflict. Alles blijft veiliger, vooral voor de religie zelf, als ze thuisblijft. Zeker nu islamofobie en islamkritiek in Europa steeds openlijker worden geuit, lijkt het veiliger wanneer religie vooral een persoonlijke keuze blijft. In westerse, van oorsprong christelijke samenlevingen kunnen religieuze en seculiere waarden alleen vreedzaam naast elkaar bestaan zolang geen van beide het publieke domein wil domineren. Dergelijke spanningen kunnen bovendien onnodige conflicten veroorzaken; politieke partijen kunnen ze gebruiken voor verkiezingspropaganda en het aanwakkeren van islam- en vreemdelingenhaat. Terwijl islamitische scholen uiteindelijk slechts een bescheiden rol kunnen spelen in het behoud van religieuze waarden, omdat daarbuiten in de grotere samenleving, in steden en op sociale media een veel aantrekkelijkere, modernere en vaak seculiere wereld klaarstaat om volgers aan te trekken.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC