Home

‘Het is fijn dat ik met mijn ellende iets positiefs kan doen’

Als slachtoffer van kindermishandeling was loskomen van haar schuldgevoel voor Ted Kloosterboer het lastigst. ‘De diepste wens van een kind is dat ouders het goede met je voor hebben.’ Nu wijdt ze haar leven aan het tegengaan van deze misdaad.

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘We zijn allemaal in staat om degenen van wie we het meest houden pijn te doen. Als de situatie maar slecht genoeg is, als je diep in de ellende en de stress zit, dan kun je je meest dierbare een klap geven. Ik kan me voorstellen dat ik die geef aan mijn zus, van wie ik het allermeest houd. Maar dat dat in ons zit, willen we niet erkennen. Liever houden we onze eigen agressie op afstand en dus maken we van daders van kindermishandeling monsters die niets met ons van doen hebben. ‘Het zijn tokkies’, wordt er dan gezegd. Of: ‘Het zijn buitenlanders.’ Dat is veel te simpel, het komt voor in alle lagen van de bevolking.’

Dertien jaar geleden, op haar 50ste, begon Ted Kloosterboer met haar stichting Praat om gevallen van kindermishandeling te voorkomen. Het gesprek over deze misstand is broodnodig, vindt ze, zolang de cijfers niet omlaaggaan, wat al decennia het geval is. Naar schatting worden elk jaar zeker 119 duizend kinderen slachtoffers van mishandeling. Door onderrapportage ligt het werkelijke aantal volgens wetenschappers waarschijnlijk aanzienlijk hoger. Ongeveer vijftig kinderen per jaar overleven het geweld niet.

Maar het maatschappelijke debat erover zit vast, constateert Kloosterboer. ‘Mensen zeggen tegen me: ‘Heel goed dat je dit doet.’ Vervolgens nemen ze de kuierlatten. Iedereen wil het onderwerp verre van zich houden, omdat het zo afschuwelijk is en het te dichtbij kan voelen. Het idee dat het ook in je eigen familie of vriendenkring kan voorkomen, maakt het moeilijk bespreekbaar. Dat je op een verjaardag naast iemand zit die zijn of haar kind mishandelt is een gedachte die de meeste mensen niet willen toelaten.’

Voor de 63-jarige inwoner van het Noord-Hollandse Tuitjenhorn is het je ervan afwenden geen optie. Haar eigen jeugd kenmerkte zich door mishandeling door haar beide ouders. Als nakomertje in een akkerbouwgezin met zes kinderen uit de Noord-Beemster onderging ze van haar 5de tot haar 8ste seksueel misbruik door haar vader. Haar moeder mishandelde haar psychisch. ‘Dat is voor mij nog zwaarder geweest dan het seksueel misbruik door mijn vader.’

Na haar vertrek uit huis werkte Kloosterboer jarenlang als ziekenverzorger en beleefde ze ongelukkige liefdes. Op haar 27ste stortte ze in. Na een ‘serieuze suïcidepoging’ werd ze opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. ‘Mensen kijken daar altijd wat vreemd bij, maar voor mij was het mijn redding.’ Dankzij langdurige therapie wist ze af te rekenen met wat ze als ‘de rode draad’ in alle verhalen over kindermishandeling ziet: de eenzaamheid.

Waardoor wordt die eenzaamheid veroorzaakt?

‘Je durft er als slachtoffer niet over te praten. Dat kan komen door schaamte, maar vaak ook door bedreigingen van de dader, die er alles aan doet om het niet te laten uitkomen. Mijn vader zei tegen me: ‘Als je dit ooit aan iemand vertelt, wordt iedereen boos op je. Dan gaan we allemaal verhuizen en laten we jou hier alleen achter.’ Dan laat je het wel.

‘Wat ook speelt, is de angst dat het nog erger wordt. Daarom zien kinderen meestal af van enig verzet. Vaak proberen ze bij de pleger juist in de gunst te komen om erger te voorkomen. Zelf probeerde ik vooral om er zo min mogelijk over te voelen.’

‘Waar ik altijd boos van word, is als mensen zeggen: we moeten kinderen weerbaar maken tegen seksueel misbruik. Nou, we weten dat 85 procent van de plegers een bekende van het kind is, vaak is het binnen de familie. Dus hoe moet je weerbaar worden, hoe had ik me als 5-jarige dan tegenover mijn in alle opzichten sterkere vader moeten opstellen? Dat gaat niet lukken. Als iemand zegt dat ik weerbaar had moeten zijn, voelt dat voor mij als een vorm van victim blaming. Terwijl ik geen kant op kon, als kind was ik volkomen afhankelijk van mijn ouders.’

Hoe ging u met uw thuissituatie om?

‘Ik heb lang mezelf wijsgemaakt dat ik een slecht kind was, dat ik schuld aan de situatie had. Dat hielp me om te overleven, want dan heb je de oorzaak én het gevolg: doordat ik slecht ben, gedraagt hij zich zo. Dus als ik me nu maar beter gedraag, nog meer mijn best doe, kan het misschien ophouden. Wat natuurlijk nooit is gelukt. Maar door mezelf een rol te geven. behield ik de illusie enige invloed op mijn situatie te hebben.

‘Mijn moeder versterkte mijn gevoel een slecht kind te zijn. Ze had altijd kritiek op me, op ieder levensgebied. Door haar voelde ik me dom, lelijk, onhandig, ongewenst en egoïstisch. Als ik een boek las, kreeg ik van haar te horen dat ik een egoïst was, dus ben ik met lezen opgehouden. Haar houding tegenover mij kwam denk ik voort uit een persoonlijkheidsstoornis, al is die diagnose nooit gesteld. Haar voortdurende afkeuring van mij is van grote invloed geweest, omdat het op alle levensterreinen doorwerkte. Het misbruik door mijn vader zit in mijn hoofd als een soort doos met een deksel erop. Anders dan de kritiek van mijn moeder heeft dat maar met een enkel levensgebied te maken. Bovendien is het in de tijd beperkt gebleven, terwijl ik met mijn moeder veel langer te maken heb gehad.

‘Op mijn 8ste is mijn vader van mijn moeder gescheiden en uit mijn leven weggegaan. Aanvankelijk was ik daarover superblij, eindelijk hield het misbruik op, maar al snel bleek dat het leven erger werd. Mijn moeder zag zich als slachtoffer van mijn vader, hij had haar verlaten en haar met schulden achtergelaten. Ze ging meer drinken en gaf me voortdurend opdrachten, ik moest keihard werken. Zelf voerde ze niets uit, maar bij de buitenwereld wekte ze de indruk dat ze altijd in de weer was. Zodra er iemand een voet over de brug naar ons huis zette, begon ze ijverig rond te drentelen, voor al haar acteren had ze een Oscar kunnen krijgen. Vanaf mijn 10de waren mijn broers en zussen het huis uit, dus ik heb nog jarenlang alleen met haar op onze boerderij gewoond. Dat was geen feest.’

Bent u kunnen loskomen van het idee dat u schuldig was?

‘Toen ik later in therapie was, bleek dat het moeilijkst: het idee van schuld loslaten, erkennen dat ik het slachtoffer was. Dat kwam neer op toegeven dat zowel mijn vader als mijn moeder mij heeft gebruikt voor hun eigen problemen en gekte, als boksbal voor hun frustraties. Dat is pijnlijk, het voelde alsof ik ontmenselijkt werd, gereduceerd tot een voorwerp, waarop mijn ouders zich hadden uitgeleefd. Bovendien legde ik op het moment dat ik afstand deed van mijn schuldgevoel de verantwoordelijkheid volledig bij mijn ouders, terwijl het toch de diepste wens van een kind is dat ouders het goede met je voor hebben. Ook dat vond ik er erg moeilijk aan. Dat besef raakt me nog steeds.’

Wat ziet u als oorzaken van kindermishandeling?

‘In de gezinnen is het stressniveau meestal enorm hoog. Dat kan ook het geval zijn in een gezin waarvan beide ouders hoogopgeleid zijn en een dikke baan hebben. Ondervinden zij veel stress dan kan dat leiden tot verwaarlozing van hun kinderen, maar ook tot psychische en fysieke mishandeling. De stress in een gezin kan uiteraard ook door armoede te hoog oplopen. Dan kan een ouder een keer enorm uit de bocht vliegen. Als er niemand is om dat te corrigeren, kan het zomaar een patroon worden.

‘Vaak zie je een stapeling van oorzaken: een onveilige jeugd van een ouder, al dan niet met misbruik, frustraties over het eigen leven, plus een psychiatrisch ziektebeeld. Bij mijn ouders speelde dat allemaal: mijn vader had zelf een vader met losse handen en deed werk als boer dat hem eigenlijk totaal niet lag, met financiële problemen tot gevolg. Het probleem was vooral ook dat mijn ouders elkaar niet hebben afgeremd in hun dwaze gedrag.’

Maar had het wel voorkomen kunnen worden?

‘Als mijn vader enige hulp had gekregen om zijn eigen ellende op te lossen, durf ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te zeggen dat het seksueel misbruik waarschijnlijk niet had plaatsgevonden. Ik ben ervan overtuigd dat het niet was wat hij wilde, ook al gebeurde het wel. Hij heeft vreselijke dingen gedaan, maar was geen monster.

‘Wat cruciaal is, is dat problemen in gezinnen op tijd worden gesignaleerd. Daarom geven we als stichting trainingen aan professionals die met gezinnen of kinderen te maken hebben – in de kinderopvang, het onderwijs, de zorg, maar ook bijvoorbeeld aan schuldhulpverleners. Ik vertel dan mijn eigen verhaal en maak duidelijk hoe je alert kunt zijn. Zelf heb ik meestal feilloos in de gaten wie slachtoffers zijn – ik zie het aan een bepaalde blik, ik herken de eenzaamheid in hun ogen. Die herkenning kun je van de gemiddelde professional niet verwachten, maar die kan wel alert zijn en vragen stellen als: ‘Gaat het wel goed thuis?’.’

Dat is wel een lastige vraag, zeker als je daarmee op grensoverschrijdend gedrag hint.

‘Nou, dat valt wel mee, vind ik. Als een schuldhulpverlener bij een gezin komt, is het niet gek te vragen naar het stressniveau van de ouders. Daarna kan hij informeren naar de kinderen en vragen of daar wellicht nog iets aan hulp nodig is. Dan suggereert hij nog niet dat er iets vreselijk misgaat, maar maakt hij wel ruimte voor de ouder om iets aan te geven.

‘Wat een groeiend probleem is, is dat we steeds minder tot echt contact met elkaar in staat lijken. Mensen verschuilen zich achter hun scherm, iets persoonlijks tegen ouders zeggen wordt steeds spannender gevonden, merk ik vooral bij jonge professionals. Maar het is wel wezenlijk om kindermishandeling te voorkomen. Ze moeten beseffen dat ouders graag worden geholpen. Geen mens zet een kind op de wereld met het idee die alle hoeken van de kamer te laten zien, een enkele lunatic daargelaten.’

Wat heeft dertien jaar strijden tegen kindermishandeling concreet opgeleverd?

‘Met onze trainingen hebben we veel mensen bereikt die daardoor bewuster van het probleem zijn geworden, en dus hopelijk alerter. Ze zijn gaan inzien dat het ook voorkomt op plekken waar je het helemaal niet verwacht. Maar ik kan niet zeggen: we hebben zoveel gevallen van kindermishandeling weten te voorkomen. Tegen dat probleem loop ik ook aan bij fondsenwerving. Geldschieters willen graag concrete cijfers, maar die ontbreken wanneer je op bewustwording en preventie inzet. Dat betekent dat het sappelen is, ook al omdat we trainingen soms goedkoper geven wanneer een organisatie krap bij kas zit. Zakelijk is dat niet handig, maar ik doe dit niet voor het geld, maar vanuit mijn innerlijke drijfveer.’

Is het niet zwaar bezig te blijven met materie die uw leven zo negatief heeft gekleurd?

‘Ik vind het juist fijn dat ik met mijn ellende nog iets positiefs kan doen. Ik wil iets betekenen voor die 119 duizend kinderen die per jaar worden mishandeld. Mijn eigen ervaringen zet ik graag daarvoor in. Die zitten sowieso in mijn systeem, dan kan ik er maar beter iets nuttigs mee doen.’

Boekentip: Een klein leven door Hanya Yanagihara

‘Wat me vooral raakte was de eenzaamheid van de hoofdpersoon, Jude, een slachtoffer van misbruik in zijn jeugd. Zijn manier van kijken en voelen over zichzelf maakt dat hij niet in staat is de liefde en vriendschap toe te laten, ook al houden de mensen om heen zielsveel van hem.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next