Verkiezingen Ivoorkust De 83-jarige president die Ivoorkust economisch uit het slop trok, hoopt zondag voor een vierde termijn te worden herkozen. Veel tegenstand heeft Alassane Ouattara daarbij niet: zijn belangrijkste rivalen werden opnieuw geblokkeerd.
Boven de markt in Abobo, een buitenwijk van Abidjan, prijkt een groot campagnebord van president Alassane Ouattara.
Hoog boven de skyline van de Ivoriaanse hoofdstad Abidjan torent een glanzende belofte. Een gebouw waarvan de symmetrische vormen moeten herinneren aan een Afrikaans masker, bedekt met glas dat nog net niet reikt tot waar een naastgelegen hijskraan uitsteekt. Beneden krioelt het. Van de vrachtwagens en mannen met bouwhelmen op, stug doorwerkend om de laatste hand te leggen aan een groots prestigeproject.
Volgend jaar moet Tour F, het nieuwe administratieve hart van Ivoorkust, af zijn. Net te laat voor de verkiezingen zondag waarin de 83-jarige president Alassane Ouattara vrijwel zeker zal worden herkozen. Toch heeft de toren zijn werk dan al gedaan. Met zijn ruim driehonderd meter is het straks niet alleen een van Afrika’s hoogste gebouwen, het illustreert ook de ambities en hoogmoed van een president die maar niet wil afzwaaien.
In Abidjan, een bruisende miljoenenmetropool, is de wolkenkrabber in aanbouw overal te zien. Vanaf de vier- en vijfbaanswegen die Ouattara sinds zijn aantreden in 2011 door en rond de economische hoofdstad liet bouwen – sommigen nog zo nieuw dat Google Maps ze niet herkent. Vanaf de enorme bruggen die hij eveneens liet optuigen en die de urenlange files waartoe Abidjans werkende inwoners notoir veroordeeld zijn, verder moeten verlichten.
En ook vanaf de heuvel waar Bernard Tra (55) nog net de laatste betonnen resten van zijn huis kan aanwijzen. Op een vroege ochtend in augustus vorig jaar verschenen hier plots bulldozers. Voor de smeekbedes van Tra en zijn paar honderd buren hadden ze geen gehoor. Binnen enkele uren oogde hun wijk aan de rand van Abidjan alsof er een orkaan over was geraasd. Tra: „Tot vandaag heeft niemand ons kunnen vertellen waarom.”
De toren en de heuvel vloeien beide voort uit de plannen die Alassane Ouattara vanaf zijn eerste dag als president formuleerde voor zijn land. Ivoorkust krabbelde net op uit een korte, maar hevige burgeroorlog die zeker drieduizend levens kostte. Eerder, in 2002, was het land ook al verwikkeld in een burgeroorlog. Beide keren speelde onenigheid over het verloop van presidentsverkiezingen daarbij een rol.
De Alassane Ouattara-brug en de Tour F in aanbouw in het zakendistrict van de Ivoriaanse hoofdstad Abidjan, 30 september.
Die oorlogen maakten veel kapot. Gebouwen. Infrastructuur. De Ivoriaanse economie. Maar ook, zeker in 2010, het vertrouwen van Ivorianen in de politiek. Ouattara bezwoer dit alles te zullen herstellen. Voor de technocraat die carrière maakte bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stond daarbij het aanjagen van de economie – en in het verlengde daarvan Abidjan veranderen in een moderne wereldstad – voorop.
Bijna vijftien jaar later en drie ambtstermijnen verder lijkt hem dat grotendeels gelukt. De Ivoriaanse economie geldt samen met die van Nigeria als sterkste van West-Afrika, met sinds Ouattara’s aantreden een gemiddelde economische groei van rond de 7 procent per jaar. „Afrika’s best bewaarde geheim”, kopte The Economist eerder dit jaar boven een artikel waarin het „verstandige economische beleid” van de president werd geprezen.
Zo richtte Ouattara zich op het diversifiëren van de Ivoriaanse economie, die lang vooral leunde op het feit dat het land ’s werelds grootste cacaoproducent is. Tegelijk wist hij het vertrouwen terug te winnen van buitenlandse investeerders, gelokt met onder meer belastingvoordelen, douanevrijstellingen en de terugkeer van stabiliteit. Dat laatste vooral ten opzichte van buurlanden die wegzakten in jihadistisch terreur en staatsgrepen.
Dat maakt hem een geliefde partner voor westerse landen. Vooral oud-kolonisator Frankrijk, met wie de banden na de onafhankelijkheid nauw bleven. Terwijl Franse, Amerikaanse en andere Europese militairen de afgelopen jaren elders in de regio de deur werden gewezen, houdt Ouattara die wijd open voor samenwerking. De overdracht begin dit jaar van een Franse basis aan de Ivoriaanse autoriteiten in Abidjan was vooral van symbolische waarde.
Een man bidt terwijl twee anderen op gebedsmatjes rusten, voor een verkiezingsposter van de Ivoriaanse president Alassane Ouattara, in Cocody, nabij Abidjan, op 16 oktober.
Naast president Ouattara (83) staan zondag nog vier kandidaten op het stembiljet: Simone Ehivet Gbagbo (76), de ex-vrouw en ooit politieke rechterhand van Ouattara’s grootste rivaal Laurent Gbagbo (die zelf werd uitgesloten), Ahoua Don Mello (67), een naaste van Laurent Gbagbo die zich tot diens ongenoegen zelf als alternatief presenteert, Jean-Louis Billon (60), een zakenman die zich eveneens tegen de zin van zijn PDCI-partij verkiesbaar stelde en Henriette Lagou (66), een oud-minister die bij een eerdere gooi naar het presidentschap in 2025 slechts 0,89 procent van de stemmen kreeg. In totaal mogen 8,7 miljoen (van de 30 miljoen) Ivorianen zondag hun stem uitbrengen.
Vooral wordt de president geprezen om de vele en grote infrastructuurprojecten die zijn regeringen realiseerden. Niet alleen in Abidjan: tot in het verre noorden, oosten en westen zijn snelwegen aangelegd, wegen geasfalteerd en bruggen gebouwd. Zelfs Ouattara’s politieke tegenstanders geven schoorvoetend toe aan NRC dat ‘Ado’, zoals hij in Ivoorkust ook wordt genoemd, dát „best goed heeft gedaan”.
Daar moest veel voor wijken. De buurt van Bernard Tra, om maar een voorbeeld te noemen. Begin 2025 begonnen bulldozers door verschillende arme en vaak informeel gebouwde wijken van Abidjan te trekken. De Ivorianen waren op dat moment nog euforisch over de Afrika Cup die hun voetbalteam zojuist op eigen bodem had binnengehaald – waarvoor Ouattara onder meer vier fonkelnieuwe stadions uit de grond had laten stampen.
Binnen enkele maanden werden meer dan dertig van dit soort wijken gesloopt – officieel omdat zij zich in overstromingsgebieden bevonden of om andere redenen een gevaar voor de bewoners vormden. Duizenden mensen verloren van de ene op de andere dag hun huis. Hoeveel precies is onduidelijk: de autoriteiten hadden vooraf geen telling gedaan. Wegens grote publieke woede, en met oog op de aanstaande verkiezingen, werd de sloopcampagne in november vorig jaar gestopt.
De bewoners, veelal informele werkers en dagloners, bleven achter zonder huis en veelal zonder enige vorm van financiële compensatie. Hun wijk stond niet eens op de slooplijst die de gouverneur van Abidjan – tevens een getrouwe van Ouattara – had gepubliceerd, zegt Tra. Noodgedwongen woont hij nu 65 kilometer verderop langs de snelweg, de enige plek waar hij iets betaalbaars kon vinden. Zijn vrouw is met hun kinderen terug naar haar dorp.
Volgens Ouattara’s tegenstanders is deze ontruimingscampagne – en vooral de bruutheid ervan – symbolisch voor diens politiek; met meer aandacht voor economische groei dan sociale programma’s. Goed onderwijs is voor arme Ivorianen nog altijd ontoegankelijk, de zorg voor velen te duur. En hoewel de jeugdwerkloosheid met zo’n 5 procent laag lijkt, wijzen critici er op dat die cijfers vertekenend zijn: zo’n 80 procent werkt informeel.
„Er wordt altijd gepraat over onze economische groei, maar er zijn heel veel Ivorianen die daar helemaal niets van merken”, zegt Pulchérie Gbalet, een van ’s lands bekendste burgeractivisten.
„Er wordt altijd gepraat over onze croissance economique, onze economische groei”, zegt Pulchérie Gbalet, een van ’s lands bekendste burgeractivisten. „Maar er zijn heel veel Ivorianen die daar helemaal niets van merken.” Dit is, aldus Gbalet, geen regering voor de armen. Ze staat sinds vorig jaar met een collectief de getroffen families bij die tijdens de ontruimingscampagnes hun huis en vrijwel al hun bezittingen verloren.
De activiste, die regelmatig optrekt met de oppositie, is geen vreemde van Ouattara. Zo ontpopte ze zich tot een van zijn felste criticasters, gefrustreerd over wat veel Ivorianen met haar zien als Ouattara’s belangrijkste gebroken belofte: hij zou na de oorlog het vertrouwen in de politiek herstellen, maar deed – en doet – het tegenovergestelde.
Niet alleen kwam er weinig terecht van initiatieven voor nationale verzoening, Ouattara – die zich bij zijn aantreden nog het imago aanmat van ‘modeldemocraat’ – liet al snel zien dat hij het niet schuwt verkiezingen naar zijn hand te zetten.
Dat werd vooral in 2020 duidelijk. Niet alleen stelde Ouattara zich na het plotse overlijden van zijn aangewezen opvolger verkiesbaar voor een omstreden derde termijn, daarbij leunend op een grondwetswijziging, ook werd het merendeel van zijn tegenkandidaten uitgesloten van deelname. Vrijwel de gehele oppositie besloot daarop de stembusgang te boycotten. Na de uitslag brak geweld uit, waarbij 85 doden en bijna 500 gewonden vielen.
Gbalet, die zich uitsprak tegen Ouattara’s „onwettige” kandidatuur, kwam tweemaal maanden in de gevangenis te zitten, onder meer nadat zij op het punt stond een grote demonstratie te organiseren. „Nu zien we exact hetzelfde gebeuren”, zegt ze.
Zo voelt de presidentsverkiezing van 2025 voor Ivorianen verdacht veel als die in 2020. Opnieuw is de inmiddels 83-jarige Ouattara kandidaat en opnieuw zijn zijn belangrijkste tegenstanders uitgesloten van deelname – door een kiescommissie die grotendeels door Ouattara werd samengesteld. Tegelijkertijd werden enkele tientallen leden van de oppositie opgepakt. Een deel van hen kwam vorige maand weer vrij.
Uit protest tegen Ouattara’s lonkende vierde termijn gingen begin augustus in Abidjan duizenden oppositie-aanhangers de straat op. Inmiddels zijn alle politieke demonstraties verboden; alleen de partijen van de kandidaten die zondag wel meedoen, mogen nog de straat op.
Kinderen spelen in een arme wijk van Adjame in Abdjan, waar een campagneposter hangt voor de verkiezingen van deze zondag.
Zelf zegt de president dat hij het als „zijn plicht” ziet weer mee te doen: het land heeft hem nodig voor stabiliteit. Maar volgens critici en analisten is het juist die stabiliteit die hij nu op het spel zet. Velen vrezen voor een nieuwe geweldsuitbarsting.
„Niemand wil een herhaling van wat in 2010 is gebeurd”, zegt Simon Doho, voorman in het parlement van ’s lands grootste oppositiepartij PDCI, in het partijkantoor. „Maar wij hebben niet in de hand hoe de bevolking reageert.”
Ze is bezorgd, zegt ook activiste Gbalet. Héél bezorgd. „De politici die deze crises veroorzaken, weten zichzelf in veiligheid te brengen als het misgaat. Maar wij burgers, wij betalen straks de prijs.”
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC