Home

Opinie: Als we wetenschap in dienst stellen van defensie, militariseren we onze kritische denkruimte

Onze kennisinstellingen worden steeds meer actief vervlochten met het Nederlandse defensieapparaat. Dit doet inbreuk aan de academische vrijheid; wetenschappers moeten de inzet van geweld kunnen blijven bevragen en bestuderen.

De krijgsmacht is de collegezaal binnengestapt: onder namen als ‘nationale weerbaarheidstraining’ en ‘militaire minor’ worden wo-, hbo- en mbo-studiepunten ingeruild voor een ‘verrijkende militaire ervaring’. Wat op de website van defensie klinkt als een onschuldige kans voor persoonlijke groei, leidt er in praktijk toe dat kennisinstellingen en de krijgsmacht steeds verder verstrengeld raken.

Het huidige kabinet moedigt die verweving expliciet aan. Kennis en onderzoek moeten bijdragen aan de veiligheid van het land, en wie bezuinigingen wil opvangen hoort onderzoek te doen dat de krijgsmacht wél verder helpt – aldus het kabinet en de Adviesraad voor wetenschap, technologie en innovatie. Met andere woorden: beste kennisinstellingen, lever kennis en studenten waarmee het leger effectiever kan optreden – dát is de boodschap.

Over de auteur

Suzanne Klein Schaarsberg is universitair docent sociologie aan de Tilburg University

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Zo wordt de academische vrijheid aangetast: onderzoekers en studenten worden door financiering en beleid ontmoedigd onderzoek te doen naar alternatieven voor geweld en verleid om kennis te produceren waar defensie de voornaamste afnemer van is. Dat gebeurt onder het mom van maatschappelijke relevantie. Maar welke kennis van waarde is in de maatschappij, hangt samen met de waarden die een samenleving hanteert.

Wapens en geweld zijn niet neutraal en krijgen pas betekenis binnen een politieke, economische en culturele context. We kennen er waarde aan toe in de vorm van macht, geld of identiteit. Geopolitieke macht, in de zin dat wapens en geweld Rusland af zouden schrikken. Geld, in de zin dat de defensie-industrie goed zou zijn voor de Nederlandse economie. Identiteit, in de zin dat we ‘het vrije Westen’ beschermen. Met andere woorden, als we een sterk defensieapparaat en het idee van een ‘vrij Westen’ centraal zetten in onze samenleving, worden kennisinstellingen beloond voor onderzoek en onderwijs die oorlogsvoering efficiënter maken – en niet voor onderzoek naar vrede en demilitarisering.

Dit gaat niet alleen over maatschappelijke waardering, maar ook over betrokkenheid bij geweld. Adviescommissies van verschillende universiteiten hebben vastgesteld dat de vergaande verstrengeling van kennisinstellingen met het leger in Israël het genocidale geweld aldaar heeft gefaciliteerd. De commissie van de Universiteit Tilburg stelt zelfs dat wetenschappers die in Tilburg werken getuige en omstander zijn van het geweld wanneer de universiteit de banden met Israëlische partners niet verbreekt.

Door de vergaande samenwerking tussen defensie en de kennisinstellingen, zoals die nu wordt opgetuigd, worden we als wetenschappers en studenten dus óók betrokken bij het geweld dat wordt gepleegd uit naam van de Nederlandse staat.

Wie denkt dat dit in Nederland anders ligt dan in Israël, vergeet onze eigen geschiedenis. In Indonesië is in naam van ‘orde en beschaving’ extreem koloniaal geweld gebruikt. Onder de noemer van vrede en veiligheid zijn wereldwijd dictaturen gesteund en oorlogen begonnen. En onder het mom ‘Israël is de enige democratie in het Midden-Oosten’, is de etnische zuivering niet gestopt maar politiek mogelijk gemaakt.

De zogenoemde liberale wereldorde – het politieke en economische systeem dat geweld legitimeert als verdediging van ‘westerse vrijheid’ – maakt geweld dus ook denkbaar, verdedigbaar en uitvoerbaar. Juist daarom willen veel wetenschappers en studenten deze orde niet versterken met hun kennis en expertise.

Als de minister van Defensie wél verwacht dat wetenschappers met hun kennis bijdragen aan het creëren van krijgshaftige systemen en structuren, dan is de universiteit simpelweg geen ‘civiel’ instituut meer. De scheidingslijn tussen ‘samenleving’ en ‘krijgsmacht’ vervaagt. Wetenschap wordt zo een schakel in de maatschappelijke infrastructuur die militair geweld mogelijk maakt. Oorlog is namelijk geen moment, maar een politiek, economisch en cultureel systeem. En wie de kennisinstellingen militariseert, militariseert ook de denkruimte.

Precies die denkruimte is nodig om als burgers kritisch te blijven op het staatsgeweldsmonopolie. Zonder alternatieven denkbaar te houden en te onderwijzen, verwordt de universiteit tot verlengstuk van de krijgsmacht.

Het probleem is niet dat studenten leren marcheren. Het probleem is dat kennisinstellingen dan ophouden een ruimte te zijn waar we de inzet van geweld kritisch kunnen bevragen en bestuderen. Waar ook níét-militair gedachtengoed kan worden ontwikkeld. Waar we kunnen bestuderen hoe veiligheid losgekoppeld kan worden van de dreiging van geweld, hoe conflicten opgelost kunnen worden zonder de inzet van wapens en hoe sociale ‘weerbaarheid’ los kan staan van de omvang van onze krijgsmacht. Want een universiteit die geweld voedt, kan geweld nog maar moeilijk bekritiseren.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next