is columnist voor de Volkskrant.
Sinds ik columnist ben, vragen mensen mij geregeld wat ik zo allemaal uitspook gedurende een werkdag. ‘Zo’n stukje schrijven kost drie, vier uur’, zeggen ze dan, ‘dus wat doe je eigenlijk met de rest van je tijd?’
‘Nou, af en toe een ommetje maken’, antwoord ik dan, ‘wat lezen en verder veel nadenken.’
Vrijwel altijd zie ik op dat moment een lichte walging bezit nemen van mijn gesprekspartners, want niet alleen het concept nadenken is uiterst verdacht anno 2025 (‘waarom denkt hij niet gewoon na tijdens het vergaderen, zoals normale mensen?’), dat geldt al helemaal voor activiteiten als lezen en ommetjes maken. ‘Gatverdamme’, zie je zo’n gesprekspartner concluderen. ‘Volgens mij ben jij geen hardwerkende Nederlander’.
‘Klopt’, denk ik dan.
Toegegeven: het voelt spannend om op zo’n groot podium uit de kast te komen als niet-zo-hardwerkende Nederlander. Wij staan in de maatschappelijke pikorde weliswaar iets boven gelukszoekers, linkse drammers, antifa’s, drugscriminelen en transpersonen die meedoen aan vrouwensporten, maar tegelijkertijd ver beneden anonieme schelders op internet, bezorgde burgers die in het weekend hooligan zijn, tabakslobbyisten en Wout Weghorst.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat is overigens niet altijd zo geweest. Lange tijd was het zelfs geen enkel probleem om een niet-zo-hardwerkende Nederlander te zijn. De allereerste keer dat een politicus suggereerde dat wij minder rechten verdienen, was in 1992, toen CDA’er Hans Gualthérie van Weezel tijdens een Kamerdebat over de uitbreiding van de Schengenzone zei: ‘Wij moeten opkomen voor de goedwillende, hardwerkende Nederlander, die recht heeft om hier in grote vrijheid te leven.’
In die tijd herkenden zo weinig mensen zich in die calvinistische, naar spruitjes riekende woordcombinatie dat de ‘hardwerkende Nederlanders’ in de jaren daaropvolgend nauwelijks van stal werden gehaald. Tot vijftien jaar later ene Mark Rutte het toneel betrad en alles veranderde. Sindsdien moet alles nieuwer, groter, rijker en nog veel rijker, dus regent het sindsdien ‘hardwerkende Nederlanders’ in de Kamer. Zelfs een partij als de PVV, waarvan algemeen bekend is dat de 37-koppige Kamerfractie juist het tegenovergestelde doet van hard werken, zweert bij de term.
Het gevolg: in diezelfde periode werden de potverteerders, de flierefluiters, de dagdieven en de lanterfanters langzaamaan in het maatschappelijke verdomhoekje geduwd, ergens in de buurt van de hardwerkende niet-Nederlanders. Dat bleek een stille ramp, want Nederland barst juist uit elkaar van de niet-zo-hardwerkenden.
Kijk alleen al hoe absurd vroeg de avondspits hier begint en je weet: we zijn met miljoenen. Het percentage Nederlanders met een baan ligt weliswaar hoog in vergelijking met andere Europese landen, maar van alle Europeanen werken wij gemiddeld ook het minste aantal uren per week. Dat betekent dat er wel veel werkende Nederlanders zijn, maar niet zoveel hardwerkende Nederlanders.
Toch durft, vanwege de jarenlange haatcampagne van de VVD, vrijwel niemand nog hardop uit te komen voor zijn of haar oblomovistische inborst. Uit een onderzoek van Ipsos I&O bleek eerder dit jaar zelfs dat 72 procent van de ondervraagden zichzelf kwalificeert als ‘hardwerkende Nederlander’, inclusief 52 procent van de uitkeringsgerechtigden en 49 procent van de gepensioneerden.
Dat zijn tragische cijfers waarachter bergen schaamte schuilgaan. Vandaar mijn oproep: stop daarmee! Knik niet langer gedwee wanneer Dilan Yesilgöz het onderwerp aansnijdt. Buig niet langer uw hoofd voor de tirannie van het hardwerken, maar omarm uw luiheid. Klap die laptop dicht.
Een van de grootste geneugten van het leven is nu eenmaal dat je veel vaker mag uitslapen dan inslapen. Geniet daarvan voordat het te laat is.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant