Home

Wonderlijke Londense ‘metromug’ begon als Egyptische plattelandsmug

De Londense ‘metromug’ geldt als beroemd voorbeeld van diersoorten die zich razendsnel hebben aangepast aan de stad. Nieuw onderzoek trekt dat in twijfel. Misschien zijn de supereigenschappen van de mug wel eigenlijk een handicap.

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Daar staat evolutiebioloog Menno Schilthuizen (Naturalis), in een ondergrondse gang van metrostation Liverpool Street in Londen met zijn neus tegen de tegels, een mug te bewonderen. ‘Het beestje is perfect gevormd’, constateert Schilthuizen, terwijl geïrriteerde passagiers tegen hem aan botsen.

Zo begint Schilthuizens boek Darwin in de stad (2018) en de mug die hij bekijkt is er niet zomaar een. Het is een ondersoort van de huismug Culex pipiens, die bekendstaat als de ‘Londense metromug’, Culex pipiens molestus oftewel molestusmug voor biologen.

Helemaal aangepast aan een leven onder de grond. Terwijl bovengrondse exemplaren uit zijn op het bloed van vogels, aast de metromug op het bloed van zoogdieren zoals de mens. Paren doet hij niet in een wolk, zoals andere muggen, maar een-op-een, knus in een hoekje. Bovendien is de mug ook ’s winters actief en legt hij soms eitjes zonder de bloedmaaltijd die daarvoor eigenlijk eerst nodig is.

Tweede Wereldoorlog

Hier is een mug die gaandeweg leerde om in de Londense metro te overleven, zeggen sommigen. De mug werd immers vooral bekend toen voor de bommen schuilende Londenaren tijdens de Tweede Wereldoorlog veelvuldig door haar werden geprikt.

Later ontdekten biologen dat de molestusmug al eerder was gespot, in Europese kelders. Maar de kern bleef overeind: ziehier een insect dat de evolutie in vrij korte tijd tot iets anders heeft gekneed. Een mug die is aangepast op kelders, metro’s en andere menselijke bouwsels.

Maar in vakblad Science zet een jonge, net aan de Princeton-universiteit gepromoveerde evolutiebioloog genaamd Yuki Haba dat argument nu op zijn kop. De molestusmug heeft zijn rare eigenschappen helemaal niet te danken aan metro’s of kelders, betoogt Haba, samen met zes collega’s.

Het zit andersom: de mug had zijn ongewone eigenschappen al – en móét nu wel in de metro leven, omdat hij in koele, noordelijke landen bovengronds niet kan overleden. Zijn rare aanpassingen zijn geen supereigenschappen, maar vormen eerder een handicap waardoor hij gedoemd is zijn dagen onder de grond te slijten.

Museumexemplaren

Haba bracht daartoe het DNA in kaart van 357 muggen afkomstig van 77 plekken in Europa. Daarbij ook 22 museumexemplaren uit Londen – vreemd genoeg gaven de Britten hem geen toestemming om in de metro zelf wat muggen te vangen. Aan de hand van minieme verschillen tussen de muggengenen kreeg Haba een aardig beeld van hoe de mug zich heeft ontwikkeld, ongeveer zoals je door streekdialecten te vergelijken kunt deduceren welke bevolkingsgroepen met elkaar contact hebben gehad.

Verrassend: het lijkt er sterk op dat de ‘ondergrondse’ mug ooit bóven de grond is ontstaan. Dat gebeurde vermoedelijk in het Oude Egypte, waar Haba de meest ‘oorspronkelijke’ vormen van het muggen-DNA terugzag. Meer dan duizend, misschien wel tienduizend jaar geleden moet de eerste voorloper van de metromug daar zijn ontstaan, zo lijkt het. ‘Vroege boerengemeenschappen langs de Nijl zullen een nieuwe, menselijke niche hebben gegeven in een gebied dat normaliter te droog is om robuuste muggenpopulaties te onderhouden’, schrijft Haba.

In gewone taal gesteld: in het droge, hete Egypte bleek de mug er voordeel bij te hebben om zich op zoogdieren in plaats van vogels te voeden, ontwikkelde ze de eigenschap om niet in wolken maar in tweetallen te paren en kreeg ze als handige extra het vermogen om zich soms ook zónder bloedmaaltijd voort te planten. Eenmaal uitgewaaierd naar meer noordelijke streken had de mug er last van dat hij het hele jaar door actief is. Er is maar één plek waar hij de winter doorkomt: onder de grond, en in de metro.

Ruigere voetjes

Een interessante gedachte, reageert Schilthuizen desgevraagd vanuit Singapore, waar hij verblijft. ‘Ik zou hier wel in mee kunnen gaan.’ Vooral het feit dat de meer oorspronkelijke, zuidelijke populaties van de metromug helemaal niet onder- maar juist bovengronds leven, geeft wat hem betreft te denken.

Ook als de metromug eigenlijk is ontstaan als Egyptische plattelandsmug, verandert dat weinig aan het basisidee, vindt Schilthuizen: de evolutie, die diersoorten aanpast aan de mensenwereld. In zijn boek bespreekt hij talloze andere voorbeelden. Van anolishagedissen die in de stad ruigere voetjes ontwikkelen om grip te houden op de gladde muren, tot spreeuwen die meer afgeronde vleugels kregen om sneller te kunnen reageren op aanstormende auto’s en katten.

Zijn bewondering voor de metromug is er dan ook niet minder om. ‘Je zou ook kunnen zeggen: die mug had zelfs geen moderne steden nodig’, appt Schilthuizen. ‘Landbouw en stedenbouw gingen natuurlijk al vrij snel hand in hand, dus het een zal het ander in gang gezet kunnen hebben. Al bij de allereerste urbanisatie was de mug er – evolutionair gesproken – als de kippen bij.’

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next