Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Een van mijn favoriete citaten komt van David Sedaris. In zijn boek Happy Go Lucky beschrijft hij een gesprek tussen hem en zijn zus Amy. ‘Weet je wie ik haat?’, vraagt hij haar tijdens een etentje. Het is een retorische vraag, die hij zelf beantwoordt: ‘Iedereen.’ Ik denk regelmatig aan dat citaat, bijvoorbeeld als ik iemand op de snelweg wil gaan inhalen en diegene dan net op dat moment versnelt.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik moest er ook aan denken toen ik het café binnenliep en bijna de hele ruimte in beslag bleek genomen door een groot gezelschap dat de tafels en stoelen in een halve cirkel had gezet. Er was nog een schamel plekje over, langs de muur, op een barkruk, aan een plank waar koopwaar stond uitgestald.
Ik nam plaats naast een zwart-gouden verpakking matcha, visitekaartjes van een ‘autonoom fotograaf’ en flyers voor dure kraammaaltijden. Ik bestelde koffie, pakte mijn notitieboek en wilde wat schrijven over de dood van flirten; dat het een verloren kunst is, opgevreten door smartphoneverslaving, narcisme en een toenemende angst voor sociaal contact.
Net op dat moment begon iemand van het grote gezelschap aan een speech. ‘Jullie hebben elkaar ontmoet in de avondwinkel’, begon hij. Toen pas viel het me op hoe mooi iedereen aangekleed was. Vrijwel alle mannen droegen pakken, de vrouwen hadden jurken aan, zelfs de kindjes waren in overhemd. Hun tafels stonden vol met koffies en sapjes en viennoiserie. De bruid was een beeldschone vrouw van een jaar of 30 met dikke, zwarte krullen en een mediterraan gezicht. Ze droeg een eenvoudige, maar gracieuze witte jurk met een open rug.
Er was een oudere meneer met een bolhoed en helemaal aan de zijkant van de tafel zat nog een prachtige vrouw met inktzwart haar en granaatappelrode lippen. Weet je, eigenlijk was iedereen wel knap.
Ze hadden elkaar dus ontmoet in een avondwinkel. Een gegeven dat troost en hoop bood en tot de verbeelding sprak. Notting Hill, Before Sunrise, Serendipity. ‘Ik zou voor de joppiechips gaan als ik jou was’, en voor je het weet heb je samen een kind. Het was een mooi tafereel, al deze vierende mensen bij elkaar. Trotse ouders, vrienden met tranen in de ogen. Als ik er dan nog één ding op mocht aanmerken was dat de bruidegom speechte vanaf zijn telefoon. Speeches leer je uit je hoofd, of lees je op van verkreukeld papier. Nooit van je telefoon, want dan lijkt het alsof je tijdens de belangrijkste woorden van je leven tussendoor steeds even checkt of Johnny Heitinga al ontslagen is.
Ik kende al deze mensen niet, maar was dankbaar toeschouwer van hun geluk. Zo kon ik me aan hun vuur opwarmen, zonder zelf te hoeven stoken. Hier viel niets te haten. Dus hup, snel weer naar buiten.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant