Home

Opgepast: storm Benjamin komt straks verraderlijk snel opzetten

Het ene moment nog nauwelijks wind, en het volgende ogenblik gieren de windstoten je om de oren, met snelheden tot meer dan 100 kilometer per uur. Ziedaar de truc die storm Benjamin, die donderdag en vrijdag over het land trekt, zo verraderlijk maakt.

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

De storm lijkt daarin wel wat op zomerstorm Poly van juli twee jaar geleden, zegt klimaatwetenschapper Peter Siegmund van het KNMI desgevraagd. ‘Ook nu is het opvallend dat hij heel snel tot stand komt.’

Dat komt doordat er donderdag vanuit het Kanaal eerst een lagedrukgebied langs en over Nederland trok, met maar heel weinig wind. Pas daarna volgt de ‘draaiing’ rondom het lagedrukgebied, het ‘knijpveld’, zoals Siegmund het noemt. Een term die verwijst naar de weerkaart, waarop de lijntjes van de luchtdruk – de isobaren – nauw zijn samengeknepen.

En plotse overgangen in luchtdruk, dat betekent veel wind. En in dit geval een storm die plotsklaps opsteekt, als we van het midden van het lagedrukgebied ineens in het windveld eromheen komen. Als gevolg van ‘Benjamin’ worden op Schiphol donderdagavond tientallen vluchten geannuleerd. Ook treinreizigers moeten rekening houden met hinder op het spoor, vooral in het westen en midden van het land.

Geen klimaattrends

Hoewel de klimaatverandering afgelopen decennia rap ging, zien klimaatwetenschappers zoals Siegmund in het gedrag van herfststormen geen duidelijke trends. ‘We verwachten ook niet noemenswaardig meer of minder herfststormen.’ In de zomer neemt het aantal stormen in een opwarmend klimaat bij ons naar verwachting wél iets af.

Wel komen herfststormen wat vaker uit het zuidwesten, en trekken de banen die stormen afleggen iets meer naar het noorden, vertelt Siegmund. Dat is een gevolg van de wat noordelijkere positie van de straalstroom, de woest stromende ‘lopende band’ van lucht die op grote hoogte weersystemen vanaf de Atlantische Oceaan onze kant op duwt.

Hoewel stormen het hele jaar door kunnen ontstaan, vinden de meeste plaats in de winter en de herfst. Dat heeft te maken met het verschil in temperatuur tussen pool en evenaar: in de herfst en winter is dat verschil groter dan ’s zomers.

Knetterend weer

En omdat temperatuur energie betekent, kan het daardoor in de koude maanden meer knetteren op ons halfrond, een beetje zoals tussen de plus- en minpool van een opgeladen accu. ‘Er ontstaat een overschot aan energie in de tropen en een tekort aan energie aan de polen, waar heel weinig zon komt’, vertelt Siegmund. Dat verschil wordt door stormen weggewerkt. ‘Daarom zijn stormen typisch een herfst- en winterding.’

Gemiddeld krijgt ons land zo ergens rond half oktober te maken met de eerste herfststorm. Maar dit jaar was de eerste herfststorm al op 16 september, net twee weken na het begin van de meteorologische herfst. Ook de afgelopen twee jaar vielen de vroegste herfststormen in september. In 2021 en 2022 waren er overigens in het geheel geen herfststormen – het weer blijft uiteindelijk altijd onvoorspelbaar.

Onstuimig weer telt als een storm als een KNMI-meetstation officieel een uur lang windkracht 9 aantikt. Bij windkracht 10 wordt dat een ‘zware’ storm, bij windkracht 11 voldoet de storm aan de definitie ‘zeer zwaar’.

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Source: Volkskrant

Previous

Next