Home

De burger hoeft niet in alles te worden gespaard: bij veel Nederlanders kan de belasting best omhoog

Eens te meer blijkt dat Nederlanders gemiddeld genomen genoeg – en steeds meer – te besteden hebben. Daarin schuilt ook een gevaar.

Wat al eerder bleek uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, blijkt nu ook uit de cijfers van ABN Amro: Nederlanders hebben gemiddeld genomen genoeg te besteden en hun koopkracht is de afgelopen jaren alleen maar verder toegenomen.

Het percentage van het salaris dat opgaat aan noodzakelijke uitgaven (voeding, huur, zorgverzekering en abonnementen) daalde tussen 2019 en 2025 van 55,5 naar 52,5 procent. Het aantal huishoudens dat moeite heeft om rond te komen nam ook af.

Politici wekken zeker in campagnetijd graag de indruk dat Nederland vooral wordt bevolkt door hardwerkende burgers die moeilijk rond kunnen komen, maar dat blijkt niet uit de cijfers. De koopkracht is de afgelopen jaren fors gestegen en het aantal huishoudens dat in armoede leeft, is gedaald.

De meeste politici willen de koopkracht van de burger koste wat het kost sparen. In de doorrekeningen van het CPB laten de meeste partijen een koopkrachtstijging zien. Koopkrachtdalingen durft geen enkele partij voor haar rekening te nemen.

Daarin schuilt een gevaar, want de komende decennia ligt er een enorme rekening op Nederland te wachten. De forse extra uitgaven aan defensie en de voortdurende stijging van de zorgkosten zullen door iemand moeten worden betaald. Als het niet ten koste gaat van de burger van nu, zal de rekening bij toekomstige generaties terechtkomen.

Alle grote partijen laten de staatsschuld fors oplopen: bij GroenLinks-PvdA tot 130 procent in 2060, bij D66 tot 127 procent, bij het CDA tot 133 procent. Zelfs de van oudsher zuinige VVD ziet geen probleem in een staatsschuld van meer dan 100 procent van het nationaal inkomen. Veel rekeningen worden dus doorgeschoven.

Dat is ook een gevaar voor de economie van nu. Een overheid die de koopkracht te hard laat stijgen – zonder dat daar een stijging van de arbeidsproductiviteit tegenover staat – wakkert de inflatie aan. De prijzen in Nederland stijgen nog steeds te hard, 3,3 procent volgens de laatste cijfers, dat is fors meer dan de gewenste 2 procent en ook fors meer dan het Europees gemiddelde.

Inflatie is slecht voor de economie, maar leidt ook tot een gevoel van armoede en onzekerheid, die de koopkrachtstijging psychisch teniet lijkt te doen.

Er is nog steeds veel ongelijkheid in Nederland, vooral veel vermogensongelijkheid. Tussen huurders en huizenbezitters loopt een diepe kloof die steeds moeilijker te overbruggen wordt. Ook is de arbeidsinkomensquote laag en de winstquote hoog, wat erop duidt dat een te groot deel van het nationaal inkomen in de zakken van aandeelhouders verdwijnt.

Maar er is geen enkele reden om de burger over de volle breedte te sparen, dat is zelfs gevaarlijk. De belasting kan bij veel Nederlanders best omhoog. Het is logisch om daarbij eerst te kijken naar de voordelen voor huizenbezitters en vooral naar de vermogens- en de winstbelasting.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next