Home

AI zou een politieke topprioriteit moeten zijn

AI De Nederlandse politiek moet niet alleen maar kijken naar AI als verdienmodel, schrijven Daniel Mügge en Marleen Stikker. Ze moet ervoor zorgen dat onwenselijke innovatie de kop in wordt gedrukt.

Digitalisering verandert onze samenleving fundamenteel, en AI is de klapper op de digitale vuurpijl. Veel mensen ervaren AI als behulpzaam, of op z’n minst amusant. Maar gaandeweg verschralen of verdwijnen banen. Weten scholen en universiteiten zich geen raad met algoritmische taalmodellen. Worstelt de creatieve sector met kunstmatige concurrentie, van Spotify tot reclamespots. Worden sociale media overspoeld door AI-gegenereerde content.

Daniel Mügge is hoogleraar politieke aritmetiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hij leidt het NWO Vici-project RegulAite over AI-beleid in Europa.

Marleen Stikker is directeur van Waag Future Lab en Professor of Practice aan de Hogeschool van Amsterdam. Ze schreef het boek Het internet is stuk – Maar we kunnen het repareren.

De digitale versnelling laat burgers gedesoriënteerd en uitgeput achter. Ondertussen rukt AI op in oorlogsvoering, zowel op het slagveld als door middel van cyberwapens. En misbruiken buitenlandse overheden en bedrijven alziende algoritmes om burgers in de smiezen te houden.

Tel dat bij elkaar op, en je zou verwachten dat democratisch grip krijgen op onze AI-toekomst een politieke topprioriteit zou zijn. Want: wie ongelijkheid wil terugdringen, zou het over AI moeten hebben. Wie ziet dat de nationale veiligheid onder druk staat, zou het over AI moeten hebben. Wie verdere polarisatie en extremisme vreest, ook. Hetzelfde geldt voor onderwijs, volksgezondheid, duurzaamheid, en tal van andere thema’s.

Maar als AI al opduikt in verkiezingstijd, dan is het als toverformule voor economische voorspoed. Alles is geoorloofd, zolang we de trein maar niet missen. Productiviteitswinst, concurrentiepositie, het nationale verdienvermogen – de toekomst van onze welvaart hangt aan een maximale inzet van AI, zo klinkt het in Den Haag.

Dat verhaal is zwaar overdreven. Ondanks mooie praatjes hebben veel bedrijven geen idee wat ze met AI moeten. De meeste AI-pilots lopen op niets uit. Vooral een handvol Amerikaanse techbedrijven profiteert van de „AI-revolutie”. Niet zozeer in daadwerkelijke winsten, maar in opgeblazen beurswaarde, gebaseerd op de hoop dat overheden en bedrijven hun autonomie nog verder overhevelen naar algoritmes.

Het resultaat: cruciale digitale infrastructuren leunen steeds zwaarder op Big Tech – denk aan betalingssystemen, informatievoorziening voor burgers, onderwijs, bedrijfsprocessen en de nationale veiligheid. Zou het verstandig zijn om Schiphol, de Rotterdamse haven of het wegennet volledig over te dragen aan buitenlandse bedrijven? Natuurlijk niet. Afhankelijkheid maakt kwetsbaar.

Hetzelfde geldt voor tech. Wat als OpenAI en Microsoft op gezag van de Amerikaanse regering hun software in Europa niet meer aanbieden of van veiligheidsupdates voorzien? Het klinkt absurd. En toch heeft Donald Trump twee weken geleden China precies met dat scenario gedreigd. Tel daarbij op dat het sinds de zomer officieel beleid is – per decreet van diezelfde Trump – om Amerikaanse dominantie in buitenlandse techlandschappen met overheidsmacht door te drukken. Digitale afhankelijkheid wordt bewust gekweekt, en ingezet als geopolitiek wapen.

Beleid gesloopt

Dat is extra erg omdat Amerikaans techbeleid haaks staat op de Europese visie. Op dag twee van zijn nieuwe termijn holde Trump de al zwakke AI-regels van zijn voorganger verder uit. Mededingingsbeleid, dat marktconcentratie moet voorkomen, is in de VS eveneens gesloopt. Wie wil dat het publieke belang en strategische autonomie in digitalisering de boventoon voeren, moet het niet hebben van het Witte Huis.

De afgelopen jaren zette de Europese Unie veelbelovende stappen, met een heel pakket aan techregels bedoeld om overmacht van individuele bedrijven en schadelijke AI of inhoud op sociale media tegen te gaan. Nu wordt de druk vanuit de Verenigde Staten opgevoerd om die wetten te herzien of uit te stellen.

Het narratief van de techlobby is dat regelgeving innovatie de nek omdraait. Maar wie meezwemt in deze libertaire gedachtestroom belandt in de fuik van de techoligarchie. Regulering en góéde innovatie zijn helemaal geen tegenstellingen. Alleen met doelgerichte regels kun je de schadelijke dominantie van Big Tech breken en vruchtbare concurrentie creëren. Je opent daarmee juist een markt voor ondernemers die de creativiteit en ideeën hebben om technologie en AI te bouwen die niet allemaal nare gevolgen heeft.

Vergelijk het met de farmaceutische sector: medicijnen moeten uitvoerig getest worden voordat burgers ze mogen slikken. Terecht. Belemmert dat innovatie? Integendeel. Het spoort bedrijven en universiteiten aan om innovatieve behandelingen te ontdekken die mensen beter maken zónder kwalijke bijwerkingen.

Regels zijn bedoeld om onwenselijke producten buiten de deur te houden. Natuurlijk zouden sommige ondernemers liever ongeremd hun gang gaan; met regulering worden schadelijke verdienmodellen afgeknepen. Als regels onwenselijke innovatie de kop in drukken, is dat alleen maar goed nieuws. Ondernemers die wél op een faire manier verantwoorde producten maken, krijgen zo een legitieme kans.

Een nieuwe Europese markt

Hier ligt een taak voor de overheid en maatschappelijke instellingen. Die moeten gezamenlijk helder krijgen wat wij als maatschappij wel en niet willen. Als strategische autonomie en een holistische visie op tech vervolgens zwaar weegt in aanbestedingen, komen bedrijven bovendrijven die in lijn zijn met democratische waarden. We moeten niet de Amerikaanse of Chinese markt proberen te kopiëren, maar een nieuwe Europese markt creëren.

De vraag is daarom niet wel of geen regels, maar wélke regels, en voor wát voor digitale wereld. Met de juiste digitale innovaties kunnen onderwijs, democratie, gezondheidszorg en maatschappelijke cohesie sterker worden. Van de verkeerde takelen zij alleen maar af en neemt de macht van een handvol techbedrijven toe.

Betere regulering is overigens niet de enige opgave op weg naar een veilige digitale infrastructuur, waarin ruimte is voor uiteenlopende bedrijven en digitale keuzevrijheid voor organisaties en burgers, bijvoorbeeld in apps die zij gebruiken of data die zij delen. Er moet opnieuw gekeken worden naar de rol van samenleving, bedrijven en de overheid rond digitale vraagstukken.

Zo kunnen stichtingen, verenigingen of coöperaties een cruciale rol vervullen in het beheer van digitale publieke infrastructuur. Nextcloud bijvoorbeeld is een opensource-alternatief voor online samenwerken en documenten delen zoals Microsoft Teams. Een entiteit zonder winstoogmerk beheert de softwarecode, en een ecosysteem van bedrijven, van zzp’ers tot grote IT-bedrijven, levert de diensten voor hosting en beheer. Dat vermijdt een ‘lock-in’ en dat één bedrijf voor de hele wereld kan bepalen hoe e-mailhosting functioneert.

Zulke combinaties van civiele entiteiten en commerciële bedrijvigheid vinden we elders in het internet – het leeuwendeel van internetservers bijvoorbeeld draait op de opensourcesoftware Linux. Een vergelijkbare aanpak is ook voor AI zinvol: maak het een publieke infrastructuur, beheerd in een trust. Op basis daarvan kunnen bedrijven dan diensten leveren. Dat verhoogt veiligheid en transparantie – en laat veel ruimte voor bedrijvigheid. Als je verder kijkt dan Google en Microsoft, gaat een wereld aan business- en organisatiemodellen open.

Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om economisch patriottisme, geen ‘eigen ondernemers eerst’. Noch is dit betoog een aanval op Amerikaanse bedrijven per se. Ons vertrekpunt ligt elders: wat voor techlandschap heeft Nederland nodig, zodat burgers er beter van worden, we strategisch autonoom zijn en de democratie versterkt wordt. Zoveel is duidelijk: extreme markt- en machtsconcentratie gepaard met excessief winstbejag en kwetsbaarheden tegenover bemoeizuchtige buitenlandse mogendheden staan er haaks op.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Kantelpunten

De beste ideeën over de planetaire verschuivingen in AI, ecologie en geopolitiek

Ministerie van Digitale Zaken

Tijd dus voor een fundamentele koerswijziging in Nederlands tech- en AI-beleid. Dat moet veel verder kijken dan alleen naar nieuwe verdienmodellen voor de BV Nederland. We moeten af van de illusie dat het wel goed komt als we AI maar inzetten waar het kan. De centrale uitdaging van deze tijd is niet om China en de VS in hun AI-race achterna te jagen, maar zelfbewust een eigen pad te kiezen, in lijn met onze eigen waarden.

Digitalisering speelt een centrale rol in alle beleidsdossiers. Dat coördineren is nog een hele klus – maar wel essentieel. Chefsache dus. Laten we die taak daarom beleggen bij een nieuw Ministerie van Digitale Zaken. Dat heeft vervolgens een heldere opdracht: zorg voor digitalisering waar Nederland beter van wordt. Menselijkere zorg, betere nationale beveiliging, hoogwaardiger onderwijs, meer verdraagzaamheid, betrouwbaardere informatievoorziening, bescherming van kinderrechten – en ja, ook een bloeiende techsector om trots op te zijn.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next