Betere marketing dan de kunstroof in het Louvre had heistfilm The Mastermind zelf niet kunnen optuigen. In de gelaagde, oogstrelende film duikt regisseur Kelly Reichardt in de psyche en het dubbelleven van een raadselachtige ‘meesterdief’.
Wat een toeval. Precies in de week dat kunstrooffilm The Mastermind uitgaat, wisten een aantal dieven tijdens de openingsuren brutaal het Louvre binnen te dringen en in zeven minuten tijd negen kroonjuwelen mee te nemen. ‘Het leek wel een film’, klonk het.
Het is precies dat hijgerige van de heistfilm waar het regisseur Kelly Reichardt om te doen is. Ze speelt voortdurend met de verwachtingen die de kijker heeft op basis van het genre.
De diefstal in The Mastermind bijvoorbeeld is eigenlijk lullig onspectaculair. Acht minuten duurt het, een minuutje meer dan in het Louvre, en dat is eigenlijk best lang. Terwijl twee mannen met een panty over het hoofd schilderijen in het fictieve Framingham Museum of Art van de muur tillen, dreigt een ouder echtpaar de ruimte binnen te wandelen. ‘O, er wordt schoongemaakt’, zegt de vrouw en trekt haar man weer mee. Niets aan de hand.
‘Mastermind’ – ironisch bedoeld – achter de roof is James Mooney (Josh O’Connor, ook al kunstdief in La chimera), huisvader slash timmerman, woonachtig in de herfstkleurige suburbs van de jaren zeventig, type keurige trui met geruit overhemd eronder.
Waarom zou zo’n man dat nou doen? Geknakt mannelijk ego wellicht, zoeken naar opwinding in een routineus leven, het oprechte verlangen die kunst zelf te bezitten, al is het maar even. Misschien wel simpelweg omdat hem geleerd is dat je in Amerika een kans moet grijpen als die zich voordoet.
Reichardt strooit met aanwijzingen waar je na de film nog lang over kunt napraten: van de manier waarop O’Connor de schilderijen aanpakt vergeleken met zijn handlangers tot zijn blik tijdens gesprekken met zijn dominante vader.
Het is misschien een suffige kunstdiefstal, maar het is makkelijk om je erdoor te laten meeslepen. In het eerste gedeelte van The Mastermind is Mooney een raadselachtig, doenerig personage, altijd in beweging, altijd handelend, vaak voortgestuwd door een tintelende jazzy soundtrack. Het verstoppen van de schilderijen is pure komedie.
Wie echter het gelaagde werk van de Amerikaanse cineaste Reichardt (Showing Up, First Cow) kent, weet dat het haar niet om die roof zelf te doen is, maar om de stillere momenten eromheen. Focus dus niet op het verkeerde – precies dit zal trouwens op verschillende manieren de oorzaak van Mooneys neergang blijken.
Visueel biedt The Mastermind een tijdsschets om de vingers bij af te likken. Van de auto’s uit de jaren zeventig tot de kadrering en het bruingroene kleurenpalet – het camerawerk van Robby Müller in The American Friend was een directe invloed. Net als in Reichardts andere films maakt de politieke werkelijkheid deel uit van deze wereld. Het valt Mooney misschien amper op, maar er staan ‘Moeders tegen oorlog’ op de straathoek en elke televisie blaast het laatste nieuws uit Vietnam en Cambodja binnen.
Wie goed kijkt en zich niet laat ontregelen als Mooney en de plot in de tweede helft van de film vertragen en gaan dolen, kan een ongelofelijke rijkdom aan thema’s ontwaren. Meer dan ooit laat Reichardt bovendien ons lachen om de aanrommelende mens. Toeval helpt Mooney en werkt hem tegen. Reichardt maakt het haar Icarus met zichtbaar plezier steeds moeilijker en toont zijn onvermijdelijke val even liefdevol als meewarig.
Tragikomedie
★★★★☆
Regie Kelly Reichardt
Met Josh O’Connor, Alana Haim
110 min., in 40 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant