Om aan de verhoogde Navo-norm te voldoen, worden de komende jaren in Nederland en het buitenland de defensie-uitgaven fors verhoogd. Nederlandse defensiebedrijven kunnen profiteren van die extra uitgaven, maar dan moeten ze internationaal de juiste partners vinden.
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
In Nederland kunnen zo’n 3.400 maakbedrijven profiteren van de extra defensie-uitgaven die de komende vijf jaar worden begroot. Bij elkaar zou het gaan om zo’n 41 miljard euro, volgens een analyse van adviesbureau PwC.
Om die extra omzet in Nederland te laten neerdalen moet de defensie-maakindustrie drie tot vier keer zo groot worden als nu, becijferen de analisten in een woensdag verschenen rapport. Zij denken dat de groei vooral moet komen van bedrijven die nu nog alleen produceren voor de civiele markt.
Nederland kent relatief weinig ‘eindfabrikanten’, bedrijven die complete voertuigen of installaties leveren. Uitzonderingen zijn scheepsbouwer Damen, radarbouwer Thales en bedrijven als DAF en Defenture die licht gepantserde voertuigen maken. In veel andere landen, vaak met een op defensie gerichte industriepolitiek, zijn meer van dat soort bedrijven te vinden. Het is lastig daar als nieuwkomer tussen te komen.
Alleen op het gebied van drones, een markt die nog in ontwikkeling is, heeft Nederland inmiddels een paar bedrijven die complete apparaten maken. Maar daar zal de potentiële omzet relatief beperkt zijn, denkt PwC – een miljard euro in de komende vijf jaar.
De groei zal vooral moeten komen van midden- en kleinbedrijven die bijvoorbeeld elektronische installaties maken of metaal bewerken. Zij zouden dan halffabricaten kunnen leveren aan de eindfabrikanten, zowel in Nederland als in het buitenland. Vaak komen orders die in het buitenland worden geplaatst, bijvoorbeeld voor vliegtuigen, via de zogeheten offset namelijk terug bij Nederlandse bedrijven. ‘Die moeten zich dan wel in die markt kenbaar maken’, zegt Bastiaan Oomens, partner bij PwC Strategy&Deals, en een van de auteurs.
Volgens de analisten zal Nederland door de geleidelijke verhoging van de defensie-uitgaven (naar de Navo-norm van 3,5 procent van het bbp in 2035) tussen nu en 2030 zo’n 178 miljard euro aan defensie besteden. Iets meer dan een derde daarvan, 64 miljard, gaat naar personeel. Een bijna even groot bedrag, 62 miljard, zou naar nieuw materieel gaan (inclusief soft- en hardware).
Ook dat bedrag kan weer worden opgesplitst. Het meeste geld, 16 miljard euro, gaat naar raketten en luchtafweer. Voor vliegtuigen, schepen en pantservoertuigen is elk zo’n 11 miljard begroot.
Hoewel bijvoorbeeld raketten en luchtafweer grotendeels uit de Verenigde Staten komen, ziet PwC ook daar voor Nederland een rol. Nederlandse bedrijven zouden onderdelen kunnen maken die te maken hebben met de besturing, sensoren, elektronica en communicatie. Die onderdelen vormen samen toch de helft van de kosten van raketsystemen.
‘We gaan veel geld uitgeven aan defensie de komende jaren’, zegt Oomens. ‘Het zou zonde zijn als dat allemaal in het buitenland terechtkomt.’
Voor de eerste vijf jaar is er vooral een ‘schalingsvraagstuk’, zegt hij. Hoe zorg je ervoor dat de Nederlandse industrie inderdaad zo ‘opschaalt’ dat die in de extra behoefte kan voorzien? Dat betekent dat er in de eerste plaats, om maar wat te noemen, drie tot vier keer zo veel wielen of rupsbanden moeten worden geproduceerd. Pas in een volgende fase zouden bedrijven aan innovatie kunnen gaan denken: kunnen we ook lichtere of stevigere rupsbanden maken?
Alleen is er nu weinig wederzijds zicht op wie wat voor wie kan doen, zegt Oomens. Hij heeft het over een ‘enorme mismatch’. De Nederlandse toeleveranciers weten niet precies waar ze nodig zijn, en de buitenlandse defensiebedrijven weten niet precies waar ze de toeleveranciers moeten zoeken.
‘Nederlandse bedrijven moeten zowel in de Europese Unie als de Verenigde Staten relaties aanknopen met defensiebedrijven’, zegt Oomens. ‘Dat is niet heel anders dan wanneer je iets voor ASML wil doen. Laat zien wat je kunt.’
Daarbij moeten de bedrijven meer in samenwerking dan in concurrentie denken, zegt hij. ‘Als jij een bepaald klepje voor een vliegtuig kunt maken, en een bedrijf verderop maakt de bevestiging en weer een ander bedrijf de aansturing ervan, dan is het goed om dat samen aan te bieden. Het is goed als er clusters van defensietoeleveranciers ontstaan, zoals ook Brainport rond Eindhoven een cluster is rond ASML.’
Civiele bedrijven die militaire spullen gaan maken moeten wel aanpassingen doen om daarvoor gecertificeerd te worden. ‘Dat is meer dan een hekje bij de receptie’, zegt Oomens. Een voorbeeld is het bedrijf Neways, dat elektronische componenten maakt en zijn hele aanleverketen tegen het licht hield. ‘Je wilt dan niet dat er Chinese chips in gevoelige apparatuur zitten.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant