Cultuurbeleid Van slechts een enkele regel tot meerdere pagina’s: er zijn grote verschillen in de aandacht die de verschillende politieke partijen in hun partijprogramma’s aan cultuur geven. Ook inhoudelijk lopen de plannen uiteen.
30-08-2025 VLIELAND, Nederland. Into the great wide open festival, zaterdag. Optreden Deki Alem. Foto: Simon Lenskens
Grote verschillen in wat de vijftien grootste partijen met cultuur willen én hoeveel geld ze hiervoor uit willen trekken. Zo willen Volt, GroenLinks-PVDA, SP en PvdD fors meer geld investeren, terwijl VVD, JA21, BBB, PVV en CDA juist willen bezuinigen. Waar de partijen het wel in grote lijnen over eens lijken te zijn: de regionale spreiding van cultuur moet beter. Een btw-verhoging op cultuur, in 2023 nog een breed gedragen voorstel, wordt alleen nog in het programma van PVV expliciet onderschreven.
De PVV wil weer “collectief trots zijn op ons land”, schrijft de partij in het programma. “Geen misplaatste schaamtecultuur, maar het koesteren van onze tradities, de standbeelden van onze nationale helden en onze feesten.”
Verder zal er 21% btw over kunst en cultuur berekend worden.
Het CDA zet in het partijprogramma in op regionale spreiding en het behoud van culturele tradities, streektalen en dialecten. Dit wil de partij doen door lokale initiatieven te steunen en het Rijksgesubsidieerde bestel aan te pakken. De culturele basisinfrastructuur (BIS) en de verschillende fondsen worden samengevoegd. Het cultuurplan moet van vier naar acht jaar.
Kunst en cultuur van hoogwaardige kwaliteit voor iedereen, dat wil Groenlinks-PVDA. De fusiepartij zet in op ‘rijke schooldagen’ waar meer aandacht is voor sport, dans, cultuur, techniek en natuur, zo staat in het programma te lezen.
Daarnaast moet het bibliotheekabonnement voor iedereen gratis worden. Kleine productiehuizen, muziekverenigingen, cultuurparticipatie en amateurkunst krijgen extra ondersteuning en de partij hecht “grote waarde” aan de regionale spreiding van subsidies en culturele voorzieningen. De partij wil ook de heroprichting van gesubsidieerde muziekscholen bevorderen.
GroenLinks-PVDA wil meer stabiliteit in de culturele sector. Dit willen ze doen door het proces van subsidieaanvragen te versimpelen en het mogelijk te maken om structurele financiering aan te vragen voor acht jaar, in plaats van de huidige termijn van 4 jaar. Een bindende voorwaarde voor het ontvangen van subsidie wordt het naleven van de Code Diversiteit & Inclusie en de Fair Practice Code, om diversiteit beter te garanderen en makers eerlijker te belonen. Ook mag er geen winst meer gemaakt worden op het doorverkopen van tickets.
Nederland, Amsterdam, 28-08-2025.Van Gogh Museum in Amsterdam, heeft problemen met verouderde infrastructuur als klimaatbeheersing, toiletten afvoer en liften, lekken in dakramen ed.Foto: foto: Olivier Middendorp
“Cultuur is onmisbaar voor een vrije en veerkrachtige samenleving”, zo staat te lezen in het partijprogramma van D66, maar ook is de culturele sector een “sterke economische kracht: zonder creativiteit geen innovatie”.
Ook bij D66 aandacht voor de regionale spreiding. Verder wil de partij dat zowel kunstenaars als instellingen meer zekerheid en ruimte krijgen. Dit moet bereikt worden door door een hogere beloning en beter toezicht op werkomstandigheden en auteursrechten. Daarnaast moet iedere buurt een volwaardige bibliotheek krijgen en wil de partij meer aandacht voor muziekonderwijs. .
Daarnaast D66 wil de creatieve sector actief betrekken bij maatschappelijke opgaven, waarbij kunstenaars en ontwerpers een ander perspectief kunnen geven “op vastgelopen processen”.
De VVD vindt zichzelf nog steeds dé ondernemerspartij, ook als het aankomt op cultuur. De partij beschrijft niet hoe ze dit precies willen doen, maar gesubsidieerde instellingen zullen worden gestimuleerd om samen te werken met culturele ondernemers en “krijgen meer ruimte om ondernemend te zijn”, door op zoek te gaan naar andere verdienmodellen en publiek. Concurrentievervalsing, de verstoring van eerlijke concurrentie, ligt op de loer. Maar, zo schrijft de partij, ze gaan ervoor zorgen dat dit niet gebeurt. Hoe? Dit wordt niet beschreven.
De VVD wil dat ultuurgelden beter regionaal verspreid worden, zo komt er ook meer aandacht voor de behoud van regionale tradities volkscultuur. Daarnaast moet er in elke gemeente een bibliotheekvoorziening komen en wil de partij woekerhandel bij ticketverkoop aanpakken.
Cultuur is “het zout in de pap” volgens JA21, maar vindt dat de culturele sector vanuit “een links ideologische tunnelvisie naar de maatschappij kijkt.” De partij wil meer ruimte voor “het tegengeluid”.
De partij wil minder overheidsgeld naar de uitvoerende kunsten, commerciële en particuliere initiatieven zullen zo gestimuleerd worden. Wel zal er geld besteed worden aan behoud, toegankelijkheid en restauratie van cultureel erfgoed.
Een algemeen beeld van de Bibliotheek Rotterdam op 18 maart 2025 in Rotterdam, Nederland. Hedayatullah Amid / NRC
De SP ziet cultuur als “basis voor onze beschaving” en wil stoppen met bezuinigingen op cultuur. Marktwerking is ongunstig voor de sector, de overheid moet juist meer verantwoordelijkheid krijgen.
Cultuur voor iedereen, dus elke gemeente dient een bibliotheek te hebben en de Rijksmusea moeten gratis worden, want zo schrijft de partij: “Rembrandt en Van Gogh zijn van ons allemaal”. Ook regionale musea moeten minstens een dag per week hun deuren gratis openen. Opvallend is dat, net als NSC, ook de SP een nationaal historisch museum wil.
Verder wil de partij dat de sociale zekerheid voor kunstenaars verbetert. Een eerlijk inkomen wordt wettelijk vastgelegd en er komen betere mogelijkheden voor pensioen en verzekering tegen arbeidsongeschiktheid. Daarnaast wil de SP een investeringsfonds oprichten voor Nederlandse kunstenaars, muzikanten en kleine podia. Daar komt nog een speciaal fonds voor Nederlandse popmuziek bovenop. Verder wil de partij een wettelijk verbod op het met winst doorverkopen van concert- en sportkaartjes.
Veel aandacht voor cultuur in het partijprogramma van de PvdD, maar dan wel groen en duurzaam. De partij wil dat de sector de ecologisch voetdruk verkleint. Zo zullen culturele instellingen die zich laten sponsoren door bedrijven uit de fossiele industrie geen subsidie meer krijgen. “Historisch waardevolle panden” moeten ‘natuur inclusief’ worden gerenoveerd en de verduurzaming van monumenten wil de partij gaan ondersteunen. Ook wil de partij dat de erfgoedwereld en de creatieve sector vaker worden betrokken bij maatschappelijke opgaven als de klimaatcrisis en gaat de PvdD “kruisbestuiving” tussen artistiek en academisch onderzoek faciliteren.
Bibliotheken worden gratis en zowel studenten, als mensen met een laag inkomen hoeven niet meer voor musea te betalen. Daarnaast wil de partij cultuurparticipatie en cultuureducatie in de wet verankeren. Cultuureducatie wordt onderdeel van het basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs.
Makers moeten eerlijker betaald worden, Fair Pay wordt verplicht. Hier wil de partij middelen voor vrij maken, ook om zzp’ers meer zekerheid te bieden. Naleving van de Code Diversiteit en Inclusie “wordt gestimuleerd”. Het auteursrecht moet worden “gemoderniseerd” en platforms die geld verdienen het werk van kunstenaars moeten een deel van de winst uitdelen aan de rechthebbende maker. Ook wil de partij dat makers beschermd worden tegen het gebruik van hun werk door AI-systemen.
Van FvD hoeft het “cultuurbeleid niet duurder, maar wel zinvoller”. En vooral: mooier. Zo wil de partij een schoonheidseis voor nieuwe gebouwen. Alle overheidsgebouwen dienen “architectonisch mooi en indrukwekkend” te zijn en nieuwbouw moet altijd passen binnen het historisch karakter van steden en dorpen. Er zullen subsidies komen voor het behoud van cultureel erfgoed. Daarnaast wil de partij een nieuw Paleis voor de Volksvlijt, “zodat er een nationaal symbool van trots en culturele grandeur terugkeert in het hart van onze hoofdstad”.
Het subsidiebeleid moet zich enkel nog richten op kwaliteit, niet op diversiteit of ideologie. Er wordt niet omschreven wat FvD met ‘kwaliteit’ bedoelt. Rijksmusea worden gratis. Cultuur- en muziekeducatie krijgen een vaste plek in het onderwijs, met een focus op Nederlandse cultuur, klassieke muziek, schilderkunst en filosofie.
‘Kunst en cultuur geworteld in de streek’ is een van de pijlers van de BBB. De partij gelooft niet in ‘Randstedelijke’ subsidies en beleidsnota’s en zet in op “cultuur van onderop”, denk aan: dialectpoëzie, bloemencorso’s en streekmusea. Ten minste 50% van het cultuurbudget moet naar initiatieven buiten de grote steden gaan en streekcultuur als carnaval, de trekkertrek en fanfares zullen structurele steun krijgen.
Streektalen en dialecten klinken de BBB “als muziek in de oren” en dienen volgens de partij gestimuleerd en beschermd te worden. Op scholen moet er meer aandacht komen voor de lokale geschiedenis, erfgoed en ambacht.
De partij wil regionale cultuurloketten waar kleine verenigingen en lokale makers eenvoudig subsidies kunnen aanvragen. Podia, musea en festivals met duidelijke ‘streekbinding’ zullen voorrang krijgen bij het toekennen van subsidies en er moeten meerjarige evenementenvergunningen komen voor “regelmatig terugkerende, laag risico-evenementen als bloemen- en fruitcorso’s”.
Ook wil de partij de culturele basisinfrastructuur (BIS) hervormen en, vooral, versoberen. De BBB schrijft dat dubbele subsidiëring en projecten die onvoldoende publiek trekken of geen maatschappelijke meerwaarde hebben zullen worden geschrapt. Er worden geen getallen genoemd en maatschappelijke meerwaarde wordt niet gedefinieerd, maar de partij meent dat er op deze manier minder afhankelijkheid van Haagse fondsen en adviescommissies zal zijn en meer ruimte voor cultuurbeleid dat “geworteld is in de samenleving.” Want, zo schrijft de BBB, “kunst mag schuren, maar niet vervreemden.”
Volt heeft het meest uitgebreide cultuurplan. Zo wil de partij dat er minimaal 0,7% van het bruto binnenlandse product naar cultuur gaat. Op dit moment is dat zo’n 0,4%, volgens de cultuurmonitor, een platform dat gegevens uit de culturele sector in kaart brengt.
Ook VOLT wil een aanpassing van de culturele basisinfrastructuur (BIS), door het verlengen van de subsidieperiode naar 8 jaar. De partij wil betere regionale spreiding en meer diversiteit in het culturele aanbod, dit door middel van diversiteitscriteria bij het aanvragen van subsidies. Beoordelingscommissies moeten een betere weerspiegeling zijn van de maatschappij, met ook extra ruimte voor jongeren.
Het partijprogramma schrijft uitgebreid over de positie van makers. Volt wil betere bescherming van de auteursrechten, onder andere door regelgeving voor ‘GenAI-bedrijven’. Er komen subsidies voor makers om zich te ontwikkelen aan “de zakelijke kant van hun creatieve werk”. Verder wil de partij een simpeler belastingstelsel, met een basisinkomen en een uniform BTW-tarief. Ook wil de partij subsidies meer toekennen aan de makers zelf, om te voorkomen dat er teveel macht bij producenten en instellingen komt te liggen.
Volt wil stevigere Europese netwerken en betere toegang tot Europese subsidies, daarnaast moet er een Europese museumkaart komen. “Diversiteit binnen de Europese context” wordt gestimuleerd door betere regionale spreiding van middelen en ondersteuning van lokale initiatieven zoals locatie theater, met een rol voor provincies en gemeenten. Achterstallig onderhoud aan monumenten moet worden aangepakt. Verder wil Volt dat roofkunst proactief wordt aangeboden aan de rechtmatige eigenaren en moeten historische verhalen in “de juiste, complete historische context worden geplaatst”.
Op het gebied van cultuur wil Denk alleen structurele financiering voor het slavernijmuseum dat op dit moment wordt opgericht.
“Kunst en cultuur zijn bijzondere gaven die binnen de kaders van Gods wet kleur kunnen geven aan het leven”, zo staat te lezen in het partijprogramma van de SGP. In de plannen wordt dit vertaald naar een structurele subsidieregeling voor grote monumenten, met name “monumentale kerkgebouwen en kerktorens”. Ook moeten openbare bibliotheken in iedere gemeente beschikbaar zijn.
Net als in het partijprogramma van de SGP, ook bij de ChristenUnie veel aandacht voor bibliotheken en erfgoed. De partij ziet de overheid als “subsidieverstrekker, opdrachtgever en hoeder van ons culturele klimaat”. Overheidssubsidies moeten eerlijker over het hele land worden verdeeld. Ook wil de ChristenUnie dat de bibliotheek gratis wordt voor iedereen tot 18 jaar en dat er geld beschikbaar blijft voor onderhoud aan Rijksmonumenten en het mogelijk maken van herbestemming.
Ook in het partijprogramma van NSC veel aandacht voor regionale cultuur en talen. De partij pleit voor een “stabiel, meerjarig cultuurbudget” met een betere regionale spreiding. Er wordt geschreven over “een aantal culturele instellingen”, die behoren tot “de vaste culturele infrastructuur van Nederland.” Zij hoeven niet steeds opnieuw subsidie aan te vragen, maar krijgen bij ‘goed presteren’ automatisch verlenging. Om welke instellingen dit gaat en wat ‘goed presteren’ inhoudt, wordt niet gespecificeerd.
NSC wil dat bibliotheken gratis worden en er moet een apart stimuleringsfonds komen om voor nieuwe nationale en streekproducties in toneel, musical en film te bevorderen.
Het meest opvallend in het programma is dat de partij een nationaal, alomvattend, historisch museum wil waar alle “belangrijke onderdelen van onze nationale en regionale geschiedenis te zien zijn”.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC