De biografische speelfilm Springsteen: Deliver Me from Nowhere is het invoelende portret van een artiest die zijn oude, beschadigde huid afstroopt. Een laatste rite, op weg naar wereldfaam.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Er lopen meerdere Bruce Springsteens rond in de biografische speelfilm over de Amerikaanse rockzanger. In de opening van Springsteen: Deliver Me from Nowhere treffen we de bekendste (gespeeld door Jeremy Allen White). We zien hem tijdens een opzwepende uitvoering van Born to Run: slaand op de gitaar, het hoofd opwaarts geheven met de ogen dicht – de klassieke Springsteen-pose. Het is dan begin jaren tachtig, aan het slot van Springsteens stadiontour van het dubbelalbum The River.
En dan mag Jeremy Allen Whites schedel, of hals, niet exact overeenkomen met het origineel, wiens fysiek ook wat peziger is. En klinkt de zangstem van de hoofdrolspeler een tandje te licht, qua volume en timbre (ook al heeft de acteur, bekend van The Bear, er knap aan geschaafd met Eric Vetro, de zangcoach die Timothée Chalamet bijstond bij het zingen als Bob Dylan, en Austin Butler als Elvis). Maar het hele door White belichaamde Springsteen-pakket ademt, rockt, en zwéét wel The Boss. Zozeer zelfs, dat je best nog even door had willen kijken naar deze concertuitsnede – een schaars moment in de film waarin de hele E Street-begeleidingsband bijeen is.
Zo’n livescène vormt een lakmoesproef binnen het biografische muziekfilmgenre. White hoeft geen exacte kopie te zijn om glorieus te slagen. Al is het toch vooral zijn tweede Springsteen-vertolking die je bijblijft: de gedeprimeerde muzikant die als een schim – kraag omhoog – over de straten van New Jersey zwerft, op het kruispunt van zijn rocksterrenbestaan. Terwijl zijn platenmaatschappij schreeuwt om dat ene album waarmee hij de héle wereld kan (en ook zal) veroveren, trekt hij zich terug.
Gekweld door onverwerkt trauma uit zijn jeugd, broedt de artiest (eerst ongewis) op een nihilistisch soloalbum met kale luisterliedjes, dat uiteindelijk ‘onaf’ zal worden uitgebracht. Het is geïnspireerd op de donkerte in hemzelf én de Amerikaanse samenleving. Deels geënt ook op de roadmovie Badlands (1973) van Terrence Malick over de historische moordreeks van Charles Starkweather en diens vriendinnetje, een film die de zanger toevallig op de televisie ziet.
We zien de dan prille dertiger Springsteen zich opsluiten in een kamer, enkel omringd door eenvoudige opnameapparatuur, om daar zijn demonen uit te bannen. Er is wat afleiding: gastoptredens in de lokale bar, een alleenstaande moeder (Odessa Young) met kind. Dominanter door de film vervlochten is de tikje hagiografisch benadrukte warme band met manager Jon Landau (Jeremy Strong), die (niet ongeestig) als intermediair optreedt tussen Springsteen en de radeloze top van diens platenmaatschappij.
Ook de derde Springsteen-incarnatie in de speelfilm van de Amerikaanse regisseur Scott Cooper (55) overtuigt. In de zwart-witflashbacks worstelt het jochie Bruce (Matthew Anthony Pellicano) met het agressieve gezag van zijn drankzuchtige vader (Stephen Graham, uit Adolescence).
Cooper, tevens de scenarist, staat bekend als een bekwaam filmmaker van sterk geacteerde en traditioneel vertelde drama’s als Crazy Heart (met Jeff Bridges als alcoholische muzikant) en Out of the Furnace (Christian Bale als staalwerker). Ook zijn Bruce-biopic voegt zich, anders dan het zo dwarse Nebraska-album dat Springsteen bezig is te componeren in de film, keurig naar de wetten van het biografische muziekdrama, waarin de artiest in het reine komt met één (traumatisch) aspect uit het verleden: op de knie bij vader Springsteen.
De magie van de film maakt dat je écht betrokken raakt bij de totstandkoming van zijn Nebraska-demobandjes. En de vraag of er überhaupt wel platen geperst kunnen worden van deze zo fraaie doch krakkemikkige thuisopnamen (hier horen we de echte Bruce) werkt zelfs als volwaardige verhaallijn.
We weten dat alles goedkomt, ook met de platenverkoop. Dat Springsteen zich, na de confrontatie met zijn desolate keelklanken uitslaande zelf (‘whooo, hooo-hooo!’) zal heruitvinden als stadionrock-god, met Born in the U.S.A. En dan zelfs uit de kast komt als MTV-sekssymbool voor de gewone man.
Springsteen: Deliver Me from Nowhere is het invoelende portret van een artiest die zijn oude, beschadigde huid afstroopt. Een laatste rite, op weg naar wereldfaam.
Biografisch drama
★★★★☆
Regie Scott Cooper
Met Jeremy Allen White, Jeremy Strong, Steven Graham, Odessa Young.
119 min., in 149 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant