Voor zijn trainerscarrière was Ron Jans elf jaar leraar Duits in Haren. Zou zijn succes als trainer iets te maken hebben met die vormende jaren als docent? ‘Hij had het omgaan met jongeren echt in zijn vingers’, zeggen oud-collega’s.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Nicht ärgern, nur wundern – niet ergeren, alleen verwonderen. Dit citaat van Goethe probeert FC Utrecht-trainer Ron Jans zo veel mogelijk in de praktijk te brengen. Het is een onvoorspelbaar ambt immers, dat van oefenmeester, zelfs voor de veruit meest ervaren coach van de eredivisie.
Jans is goed bekend met de Duitse taal. Wat heet, hij doceerde elf jaar Duits aan middelbare scholieren op het Maartenscollege in Haren, vlak onder Groningen, tot hij in 2001 proftrainer werd. In zekere zin is de cirkel nu rond, want donderdag treedt hij voor het eerst als trainer aan in Duitsland voor een officieel Europees duel. De opponent is SC Freiburg, in de Europa League.
Jans heeft zijn huiswerk gedaan. ‘Mooie, progressieve studentenstad, interessante club met weinig concurrentie in de regio. Goed beleid. Slechts drie trainers in dertig jaar, kom daar nog maar eens om.’
Ron Jans is succesvol bij FC Utrecht, zoals hij dat eerder was bij FC Groningen, PEC Zwolle en FC Twente. Komt het door die vormende jaren als docent Duits dat Jans als enige van zijn generatie standhoudt? Andere succesvolle coaches die lang meegingen zoals Guus Hiddink, Louis van Gaal en Co Adriaanse gaven ook les, maar dan in lichamelijke opvoeding, een vak dat meer in het verlengde van hun latere professie lag.
Jans: ‘Je leert voor de klas omgaan met allerlei typen jonge mensen, je leert veel over voorbereiding, didactiek en methodiek, en je leert om voor een groep te spreken en met verhalen mensen mee te nemen. Het was een hartstikke leuke, leerzame tijd.’
Een week voor Freiburg-Utrecht wordt op het plein voor het Maartenscollege gevoetbald, zij het niet al te fanatiek. Tijdens een spontane rondleiding door de school is het in het lokaal waar een vwo-klas Duitse les krijgt muisstil, tot de leraar in het Duits iets aan een leerling vraagt.
Hoewel hij zelf atheneum had gedaan, voelde Jans zich het meest verwant met de mavoleerlingen. ‘Die zijn het meeste mens: wat impulsiever, wat puurder, op de een of andere manier. Je had er wat meer branieschoppers. Dat gaf soms een uitdaging om die voor je te winnen.’
Duits was niet Jans’ hoofdvak op de lerarenopleiding, dat was geschiedenis. ‘Dat vond ik echt interessant, maar dat vergde ook veel studie, veel in archieven duiken, boekverslagen maken. Ik was goed in talen, dus ik dacht: ik neem een taal erbij. En dan ga ik niet Engels op de hogeschool in Groningen doen, zoals veel anderen, maar Duits in Leeuwarden.
‘Na mijn voetbalcarrière wilde ik gewoon ergens aangenomen worden. En als je al die vervoegingen doorhebt, is Duits niet heel moeilijk.’
Hij is geen missionaris van de Duitse taal, al leest hij wel graag boeken van Duitse auteurs als Stefan Zweig en Heinrich Mann. ‘En dan het liefst in het Duits, dan blijf je toch dichter bij datgene wat een schrijver echt bedoeld heeft. Vertalingen waren toen ik studeerde ook duurder dan het origineel.
‘Ik vind het een mooie taal, het is lang vrij oorspronkelijk gebleven, in tegenstelling tot het Nederlands. En in die tijd was Duitsland de belangrijkste handelspartner.’
Jans sprong direct na zijn profcarrière bij PEC, Groningen, Roda JC, het Japanse Mazda en SC Veendam in het diepe op het Maartens. Het ging hem wonderwel goed af, zag Anny de Boer, destijds eveneens leraar Duits, maar al veel langer op het Maartens actief.
‘Een natuurtalent. Misschien dat hij wel eens iets oppikte van mij en van een andere docent Duits, we gingen allemaal heel goed met elkaar om, zagen elkaar zelfs privé. Maar hij had het omgaan met kinderen echt in zijn vingers.’
Wat is typerend voor een leraar Duits? ‘Germanisten zijn over het algemeen best pünktlich, best precies’, zegt De Boer. ‘In de voorbereiding, in het aangeven van grenzen. Volgens mijn man zijn we wel een apart slag. We werken graag hard en verlangen dat ook van de leerlingen.’
Jans was niet heel streng. De Boer: ‘Zeker geen leraar Duits als die uit Koot en Bie. Hij slaagde erin zonder straffen leerlingen voor zich te winnen.’
Jans: ‘De meeste kinderen deugen. Als trainer stuur ik ook niet vaak spelers van de training. Terwijl het goed kan zijn om even de grens aan te geven. Daar roepen ze soms om. Ik zoek daarna direct de dialoog.
‘Met Luis Suarez had ik bij FC Groningen een keer een aanvaring, maar de dag erna een schitterend gesprek. Daarna was er veel respect en hebben we fijn samengewerkt.’
De Boer: ‘Ron was niet alleen ordelijk, maar ook creatief; hij verzon spelletjes om die akelige naamvallen erin te krijgen. Zoals hij als trainer van PEC voor de bekerfinale tegen Ajax persoonlijke boodschappen van geliefden voor die spelers liet maken. Hij probeert een snaar te raken, is echt geïnteresseerd in mensen.’ PEC zou de bekerfinale in 2014 met maar liefst 5-1 winnen.
Jans: ‘Ik liet leerlingen stoeien met een tekst van Herbert Grönemeyer, dan haalde ik alle werkwoorden eruit. Ik zette Duitse kinderprogramma’s op, wilde dat Duits er spelenderwijs in krijgen. Nu probeer ik mijn spelers ook steeds weer op een andere manier te raken. Je moet niet alleen maar rammen en drammen, leerde ik al op het Maartens.’
Op het Maartens leven ze mee met de trainer. Dat deden ze ook toen Jans middelpunt was van een racismerel tijdens zijn periode als coach van FC Cincinnati.
De Boer: ‘Dat vond ik vreselijk voor hem. Als er iemand openstaat voor alle culturen en een verbinder is, is het Ron. Hij had al snel ook in de lerarenkamer een soort natuurlijk leiderschap. Dan moet je toch van goeden huize komen, want we hebben allemaal dezelfde opleiding gehad en zijn allemaal redelijk goed gebekt.’
Haar man, op de achtergrond: ‘Absoluut!’
Jans stond open voor de mening en argumenten van anderen. De Boer: ‘Maar als hij dacht dat hij gelijk had, dan hield hij dat ook vol. Dat herken ik wel als ik hem nu weleens tekeer zie gaan tegen de scheidsrechter. Niet dat-ie bij ons met stemverheffing sprak, hoor. Tijdens zo’n wedstrijd zal er toch meer spanning in je lijf zitten.’
Dat is inderdaad een van de grote verschillen, stelt Jans. Als trainer ervaart hij veel meer druk, zeker tijdens een mindere periode. ‘Dan ben je de hele tijd aan het nadenken hoe je het kunt omdraaien; dat had ik helemaal niet als mijn klas slechte cijfers haalde. Je voelt als trainer het gewicht van een hele club en al die supporters op je, de media zijn met je bezig. Zie je ineens witte zakdoekjes, of je wordt zelfs bedreigd. Dan is het helemaal niet leuk.’
Het mooie van trainer zijn is dat hij veel meer invloed heeft op de vorming van de spelers dan hij dat op leerlingen had, zegt hij. ‘Die zag ik hooguit drie keer vijftig minuten per week. Ze kiezen er vaak ook niet voor om Duits te krijgen, terwijl voetballers natuurlijk wel met hun passie bezig zijn en je daar zes dagen per week mee werkt.
‘Je krijgt zo veel kansen om ze te raken. Om invloed te hebben op hun levensstijl, mentaliteit, gedrag en ontwikkeling. Je bent vader, moeder, broer, oom en soms een strenge legerleider voor die jongens. Ik heb niet de illusie dat ik veel leerlingen echt een bepaalde richting op heb kunnen duwen, hooguit een enkeling.’
Daarom overwoog hij nooit meer een switch, nadat hij in 2001 het assistent-trainerschap bij FC Emmen had verkozen boven zijn baan op de school in Haren. Jans: ‘Trainen doe je ook nog lekker in de buitenlucht. Op school kon het bloedheet zijn met dertig kinderen in de klas. Moeten ze ook nog allemaal zitten, in plaats van dat ze bewegen. Bewegen doen ze sowieso te weinig op school.’
Zichtbare herinneringen aan Ron Jans zijn er niet op het Maartenscollege. In het lokaal waar de voetbaltrainer ooit lesgaf, hangen nu posters van Brad Pitt, Liam Neeson en Superman. Het lokaal wordt gebruikt voor leerlingondersteuning. In het lokaal waar nu Duits wordt gegeven, hangt een briefje: ‘Alle Handys in Korb. Essen im Klassenzimmer ist nicht erlaubt. Trinken: nur wasser. Zur Toilette? Fragen (auf Deutsch).’
Jans: ‘Mobieltjes hadden ze bij mij nog niet. Ik heb respect voor de docenten van nu, die moeten dat soort dingen ook nog managen. Sowieso is het natuurlijk een ondergewaardeerd beroep.’
Er was ooit een plan om een hall of fame te maken in de school, want ook de acteurs Daan Schuurmans en Egbert Jan Weeber en programmamaker Arjen Lubach zaten op het Maartens. Maar toen dat plan al op de website stond, serveerden de genoemde BN’ers het af, vertelt scheikundeleraar Maarten van Koeverden.
Jans vindt het prima zo. Hij voelt zich niets meer dan zijn oud-collega’s. Tot zijn spijt (‘dat meen ik echt’) moet hij telkens uitnodigingen van collega Van Koeverden voor reünies of sporttoernooitjes met (oud-)leraren afzeggen. Het schema bij zijn club staat het telkens niet toe.
Van Koeverden, die gelijktijdig met Jans werd aangenomen en nog steeds scheikundeles geeft: ‘We kwamen allebei uit Zwolle, hadden een goede band. Hij was in zekere zin ook mijn leraar, want ik wilde in die tijd voetbaltrainer worden. Hij gaf me allerlei adviezen, op een totaal niet dwingende manier. Hij maakte leerstof beeldend, dus ik kan met recht zeggen: Ron is een goede leraar.’
De Boer: ‘Als ik hem nu op tv zie, zie ik nog dezelfde man die we in 1986 op school aannamen. Vriendelijk, vrolijk, positief, gevat, betrokken, een harde werker. Hij is alleen wat voller in zijn gezicht en zo.’
Fina Booij van de administratie: ‘Toen ik hem laatst zag, wist hij mijn naam nog. En hij is al 25 jaar weg!’
De Boer vindt het nu wel iets te veel een goednieuwsshow worden, maar ze kan dan ook weinig negatiefs opnoemen. ‘Hij kocht elke week een cd, dat was gewoon 42 gulden. Dat mocht niet meer van Marjo, zijn vrouw, maar hij deed het toch, want hij is gek van muziek.
‘Ik heb hem verder maar één keer met de stoom uit zijn oren het lokaal zien uitkomen, dat was na een aanvaring met een leerling. Toen dacht ik: zo, hij kan toch wel heel boos worden.’
Als er wedstrijdjes werden georganiseerd tussen leraren en leerlingen, zag Van Koeverden ook een andere Jans. ‘Hij was fanatiek, wilde absoluut niet verliezen. Hij had ook alles door. Ik stapte eens tijdens een partijtje over naar de leerlingen. Hij ging meteen op mij staan en zei grijnzend: ‘Maarten, weet je dit wel zeker?’ Ik heb geen bal meer geraakt.’
Jans is content met zijn loopbaan, ook al ontbreekt daarop een club uit zijn favoriete taalgebied. ‘FC Köln heeft een keer aangeklopt, maar FC Groningen wilde me niet laten gaan. Keulen is heerlijke stad, FC Köln een grote club. Ik had het best een keer leuk gevonden.
‘Maar het is niet zo dat ik de Bundesliga op de voet volg. Ik kijk vooral naar de eredivisie. Ik ben in die zin geen Fachidiot, zoals ik dat ook als leraar niet was. Noem me dan een Menschidiot. Ik ben graag bezig met mensen.’
Om à la Mark Rutte nog een uurtje per week les te geven, dat zit niet in zijn planning. ‘Daarvoor vind ik Duits dan net niet interessant genoeg. Dan liever maatschappijleer. Maar het allermooist lijkt me een uurtje over Neil Young praten. Of over Bob Dylan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant