Mark de Sain, een trotse Emmenaar, is dit jaar 25 geworden. Hij vindt het prachtig, hoe zijn geliefde stad continu groeit, maar ze moeten afblijven van het bosje verderop: ‘Daar betreed ik mijn fantasiewereld.’
is televisierecensent voor de Volkskrant.
Waar ben je opgegroeid?
‘In de prachtige wijk Rietlanden, in Emmen, waar ik nog altijd woon. Ik ben enorm lovend over deze buurt. Het is zo ruim opgezet, dat geeft me rust.
‘In mijn jeugd was hier altijd iets te doen. Onze buurtvereniging organiseerde feesten, karaoke, spooktochten, dat soort dingen. Dat was top. Nu wordt die buurtvereniging helaas steeds kleiner, er is alleen nog een jaarlijkse buurtbarbecue. Misschien is dat iets van deze tijd: kinderen spelen minder buiten, waardoor ouders elkaar niet zo vaak tegenkomen. Dat maakt wijken minder hecht.’
25 in ’25
In de serie 25 in ’25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
Uit wat voor gezin kom je?
‘Toen ik 8 was zijn mijn ouders gescheiden. Mijn vader is daarna naar Assen verhuisd, en ik ben tot op de dag van vandaag bij mijn moeder blijven wonen. Dat gaat prima. We kijken samen televisie tijdens het eten en kletsen natuurlijk wel, maar voor de rest laten we elkaar met rust. Anders ga je te veel op elkaars lip zitten.
‘Mijn vader zie ik eens in de maand. Niet omdat we dat niet vaker zouden willen, maar gewoon omdat we allebei druk zijn. En de familie van zijn vriendin voelt inmiddels ook echt als mijn eigen familie.’
Hoe heb je die scheiding ervaren?
‘Ik heb daar helemaal geen last van gehad; ik was nog te jong. Mijn oudere broer vond het moeilijker. We waren aan het gamen toen mijn ouders vertelden dat ze uit elkaar gingen. Hij begon te huilen, maar ik vroeg meteen of we alsjeblieft weer verder konden gaan met ons spelletje.
‘Maar ook toen ik ouder werd, heb ik die scheiding nooit als vervelend ervaren. Het is gelopen zoals het is gelopen.’
Kun je dingen altijd zo makkelijk relativeren?
‘Ja, eigenlijk wel. Ik denk er niet vaak over na, maar ik heb vrij veel nare dingen meegemaakt: mijn moeder heeft bijvoorbeeld borstkanker gehad.
‘Ik was 11 toen mama die diagnose kreeg. Er kwamen allemaal vriendinnen huilend langs, maar zo erg leek het mij nou ook weer niet. Ik had ooit namelijk gehoord dat borstkanker meestal gewoon weer weggaat. Dat zei ik ook tegen mijn moeder: maar mama, je gaat daar toch niet dood aan? Misschien relativeerde ik toen zelfs iets te veel, maar dat lag ook aan mijn leeftijd.
‘Ik heb een positieve instelling. Ik geloof niet dat alles met een reden gebeurt, want dat klinkt zo zweverig. Maar dingen gebeuren wel gewoon, en daar moet je mee leren leven. Als je je teen stoot, kun je er een half uur van balen dat het pijn doet, maar daar heb je niets aan.’
Hoe vond je het op school?
‘De basisschool was leuk, maar het leren ging minder. Het was ook niet zo’n goede school: hij is nu failliet, dat zegt wel iets. Misschien ben ik door die matige begeleiding nooit echt schoolslim geworden. Dat is jammer, want ik had wel de capaciteiten om naar de universiteit te gaan, net als mijn broer. Ik ben namelijk best pienter: tijdens quizzen op tv weet ik bijvoorbeeld alles.
‘Maar dat liet ik dus niet zien op school, en ik kwam daardoor terecht op het vmbo. Ook dat heb ik een beetje verpest, want ik verloor mezelf volledig in videogames. Mijn moeder was toen ziek én druk met haar werk, dus niemand lette echt op me. Pas in mijn vierde jaar, toen ik bijna van vmbo-tl naar vmbo-kader moest, ging ik nog even knallen en ben ik gewoon geslaagd.
Mark de Sain werd 25 op 24 augustus
Woonplaats: Emmen
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘6, en hopelijk bereik ik nooit de 10. Ik wil het kind in mezelf niet verliezen.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Niet van mijn eigen generatie. Ik heb een sterker gevoel bij de jaren negentig: videobanden, de Game Boy, noem maar op.
Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan zit ik ‘s avonds lekker met een leuke vrouw en misschien kinderen op de bank, in een mooie twee-onder-een-kapwoning.’
‘Helaas gingen mijn cijfers wel te laat omhoog om nog naar de havo te kunnen. Toch heb ik geen spijt van dat gamen. Het was ook gewoon een heerlijke tijd, waarin ik me goed heb vermaakt.’
Wat voor werk doe je nu?
‘Ik werk als account consultant bij een uitzendbureau. Dat betekent dat ik het aanspreekpunt ben van uitzendkrachten en bedrijven. Dat is top, want ik hou van sociaal contact.
‘Het heeft even geduurd voordat ik wist wat ik wilde doen. Na de middelbare school had ik nog geen idee. Ik was 15 en had nog niet eens een bijbaantje gehad. Omdat ik toevallig een leuke geschiedenisdocent had, ben ik de mbo-opleiding onderwijsassistent gaan doen.
‘Dat bleek verschrikkelijk. Tijdens mijn stage op een school moest ik opeens kinderen opvoeden, terwijl ik zelf nog een kind was. Daardoor raakte ik mentaal in de prak. Ik had nachtmerries over die kinderen, meldde mezelf vaak ziek en bleef zelfs zitten.
‘Uiteindelijk ben ik marketing gaan studeren op het mbo, dat beviel beter. Toen ik dat had afgerond, heb ik nog twee jaar een hbo-opleiding op de hotelschool gevolgd. Daarna had ik wel genoeg van het studeren: ik wilde aan de slag. In de praktijk leer je ook veel.’
Hoe is het om een 9-tot-5-baan te hebben?
‘Lekker. Het weekend voelt nu echt als weekend, dus je hebt elke week iets om naar uit te kijken. Pas als je verplichtingen hebt, ga je je vrijheid waarderen.
‘Om van die vrijheid te genieten, moet je wel het kind in jezelf kunnen omarmen. Als ik serieus moet zijn, ben ik serieus. Maar ik heb net bijvoorbeeld nog gevoetbald met mijn vrienden en staan gieren van het lachen. En als ik zin heb om verstoppertje te spelen, doe ik dat ook gewoon. Als je leeft met de rem erop, kun je zomaar depressief worden.’
Voel je al de behoefte om op jezelf te gaan wonen?
‘Ik wil eigenlijk nog een jaartje sparen. Maar het lijkt me ook wel wat om met een leuke vrouw samen te wonen. Dus als die kans zich eerder voordoet, zeg ik daar geen nee tegen.
‘Ik ben nu anderhalf jaar vrijgezel, na een relatie van ruim zes jaar. Dat is vooral uitgegaan omdat ik benieuwd was naar wat de wereld nog meer te bieden had, en ik heb daar zeker van genoten.
‘Maar inmiddels lijkt het me heerlijk om na werk iets lekkers voor m’n vriendin te koken en dan samen op de bank te ploffen. Maar het moet wel iemand zijn met wie ik ook gek kan dansen of een potje kan badmintonnen.’
Zou je met haar in Emmen willen wonen?
‘Als het zo uitkomt. Dit is een topstad. Westerlingen denken vaak dat Emmen saai is, maar dat is onzin. Die moeten maar eens naar Stadskanaal gaan, dat is pas erg. Er is hier genoeg te doen: we hebben leuke terrasjes en een prachtige dierentuin.
‘Het klinkt cringe, maar ik ben een trotse Emmenaar. Ik volg bijvoorbeeld al het nieuws over hoe de stad zich ontwikkelt. Ze gaan nu nieuwe huizen bouwen bij station Emmen-Zuid. Prachtig, dat de stad zo groeit. Zolang ze maar van het bosje verderop afblijven, haha.’
Wat is er met dat bosje?
‘Dat is belangrijk voor me, want daar wandel ik altijd. Als kind nam ik dan een stok mee, om bijvoorbeeld in m’n eentje riddertje te spelen. Toen ik een tiener was, werd die stok een paraplu – dat ziet er minder gek uit. Dan deed ik bijvoorbeeld alsof ik in de wereld van Harry Potter zat en die paraplu mijn toverstaf was.
‘Nog steeds betreed ik mijn fantasiewereld, zodra ik dat bos in ga. Tijdens mijn wandelingen bedenk ik verhalen, waarin ik dingen verwerk die ik heb meegemaakt: dat iemand me heeft laten zitten, bijvoorbeeld. Dat is een uitlaatklep voor mij. Andere mensen gaan bijvoorbeeld wandelen met een muziekje, maar dat werkt niet voor mij. Dan ga ik te veel malen.
‘Het enige verschil met vroeger is dat ik mijn paraplu nu niet meer als toverstaf gebruik. Ik wil namelijk niet dat andere wandelaars denken dat ik een soort excentriekeling ben, hoewel ik me daar eigenlijk niets van zou moeten aantrekken. Want ik ben best een beetje gek, dat weet ik zelf ook. Gelukkig vinden mensen me zelden écht raar. Ik val eigenlijk bijna nooit buiten een groep.’
Hoe komt dat, denk je?
‘Ik ben een soort Barbapapa: ik pas me makkelijk aan. Dat komt doordat ik altijd overal tussen heb gestaan.
‘Ik was bevriend met jongens én meisjes; ik ben een enorme nerd, maar was ook veel aan het voetballen; ik speelde met kinderen, maar ging ook graag op bezoek bij mijn oudere buren. En door te leven met mijn moeder, weet ik hoe het is om weinig geld te hebben, terwijl mijn vader juist best welvarend is.
‘Ik weet niet waarom, maar mijn pad loopt altijd precies door het midden. En dat is heerlijk, want daardoor kan ik overal over meepraten en heb ik voor iedereen empathie.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant