Home

‘Nederlanders zijn aardig zodra ze doorhebben dat ik de taal leer en belasting betaal’, aldus Diyaa Ghanem

De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijks bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen? Deze week: Diyaa maakt zijn nieuwe huis klaar voor de komst van zijn gezin.

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

Voor het eerst sinds Diyaa Ghanem uit Syrië vertrok, woont hij alleen. In de woonkamer van de nog wat kale eengezinswoning drinkt hij een kopje oploskoffie. ‘De stilte is wennen’, zegt hij. ‘Mijn gedachten klinken ineens heel luid.’

Gedachten over alles wat er de afgelopen vijf jaar is gebeurd. Zijn vlucht uit Syrië, het eindeloze wachten in overvolle asielzoekerscentra (azc’s), de knagende onzekerheid over het lot van zijn achtergebleven vrouw en kinderen, zijn vader die overleed zonder dat Diyaa afscheid kon nemen. Maar ook gedachten over het toekomstige leven, dat hem voorzichtig begint toe te lachen.

Naam: Diyaa Ghanem
Leeftijd: 53
Komt uit: Al Suwayda
Woont in: Noordwijkerhout
Beroep: radiodiagnostisch assistent
In Nederland sinds: februari 2022

Zoals het er nu naar uitziet, kan hij zijn gezin binnen enkele weken in de armen sluiten: deze week krijgen ze hun visum. ‘Daarna ga ik meteen de vliegtickets boeken’, aldus Diyaa. Zodra ze hier arriveren, zullen Diyaas vrouw Rania (46), dochters Bisan (23) en Shams (10) en zoon Nour (21) hun intrek nemen in dit rijtjeshuis in Noordwijkerhout.

Vrienden en bekenden

‘Deze kamer is voor de meisjes’, zegt Diyaa terwijl hij op de eerste verdieping een van de slaapkamers laat zien. ‘De bedden en matrassen heb ik gekregen van vrienden.’ Ook de lampen, de ­nepleren stoelen rond de houten salontafel en de andere meubels in de woonkamer, een schilderijtje, het keuken­gerei – hij kreeg het allemaal van en via vrienden en bekenden. ‘Voor de koelkast en andere apparatuur heb ik een lening afgesloten bij de gemeente.’

Diyaa loopt nog een trap op, naar de zolder waar zijn Iraanse vriend Said met een boormachine in de weer is. Said heeft een tussenwand gemaakt, zodat de zolder nu een halletje en een kamer heeft. ‘Dit moet nog worden gestuct’, zegt hij, terwijl zijn hand over de gloednieuwe muur glijdt. Diyaa staat er glunderend naast. ‘Dit wordt de kamer van Nour. Het is een verrassing voor hem.’

Zoals alle statushouders heeft Diyaa recht op een sociale huurwoning. Lange tijd deelde hij in Noordwijk een eengezinswoning met vier andere Syriërs, maar nadat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) groen licht had gegeven voor gezinshereniging, kreeg hij deze woning toegewezen. ‘De buren zijn heel aardig’, vertelt hij. ‘Ze vroegen meteen of ze me ergens mee konden helpen.’

Grimmige sfeer

Maar het is Diyaa ook niet ontgaan dat de sfeer rond asielzoekers en statushouders in rap tempo grimmiger wordt. Dat ze de schuld krijgen van de woningnood, dat ze als gevaar voor meisjes en vrouwen worden afgeschilderd, dat er vrijwel dagelijks wordt geprotesteerd tegen azc’s en dat die demonstraties geregeld uitmonden in geweld. ‘Ik kijk vaak het NOS Journaal in makkelijke taal’, vertelt hij. ‘Daar riepen demonstranten dat we allemaal terug moeten naar ons eigen land.’

Over deze serie
De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijks bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen? Alle afleveringen vindt u hier.

Ook in Noordwijk, de gemeente waar Noordwijkerhout toe behoort, was in september fel protest tegen de komst van een azc. Een petitie werd vijfduizend keer ondertekend, actievoerders bekladden het gemeentehuis en woedende demonstranten gooiden met vuurwerk. Uiteindelijk belandde het plan in de ijskast.

‘Nederland is een democratie’, zegt Diyaa. ‘Er wonen hier linkse en rechtse mensen, iedereen heeft een ander idee over hoe het hier zou moeten zijn en mag die mening uiten.’ Dat is een essentieel onderdeel van de vrijheid die hij zocht toen hij Syrië ontvluchtte. ‘Ik heb er altijd van gedroomd dat mijn kinderen kunnen leven in een democratisch land.’

Onvrede

Hij vindt racisme en geweld verwerpelijk, maar begrijpt de onvrede wel. ‘Er zijn veel asielzoekers die hun best doen. Maar anderen hangen maar een beetje rond. Ze zeggen dat ze geen baan kunnen vinden omdat ze de taal niet spreken. Dan denk ik: leer de taal dan. Je moet vooruit in het leven en dat moet je zelf doen.’

Diyaa loopt de tuin in en steekt een sigaretje op. Hij wijst op omliggende woningen. ‘Stel je voor dat je iedere dag vroeg opstaat en naar je werk gaat om geld te verdienen. En dat er dan nieuwe buren komen uit een ander land, die alles gratis krijgen. Dan snap ik goed dat je daar boos over wordt.’

Dat neemt niet weg dat Diyaa geen oog dichtdeed toen de protesten op zijn hevigst waren. ‘Ik durf sindsdien niet meer naar Noordwijk’, zegt hij. ‘Ik ben bang dat de mensen aan me kunnen zien dat ik een statushouder ben.’

De moed erin

Hij heeft zijn vrouw verteld over de protesten, zijn kinderen weten nog van niks. ‘Mijn vrouw en ik maken ons zorgen. Hoe gaan mensen ons behandelen in de bus of in de supermarkt, als ze aan ons zien of horen dat we uit een ander land komen? Mijn twee oudsten hopen hier snel naar de universiteit te kunnen. Met welke ogen zullen medestudenten hen daar bekijken?’

Toch houdt hij de moed erin. ‘Het is een voordeel dat we niet religieus zijn’, zegt hij, terwijl hij een schaal fruit en koekjes op tafel zet. ‘En dat ik een baan heb. Ze willen vooral buitenlanders met een uitkering het land uit hebben. Toch?’

Diyaa gelooft dat de meeste Nederlanders een goed hart hebben. ‘Mijn ervaring is dat ze eerst onaardig of afwijzend zijn als ik zeg dat ik een Syriër ben. Maar zodra ze doorhebben dat ik de taal leer en belasting betaal, dan zijn ze vriendelijk en willen ze helpen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next