Home

Zo (on)veilig is de straat ’s nachts voor vrouwen: ‘Als je deze brug overgaat, fiets je zo een zwart gat in’

Welke plekken vinden vrouwen ’s nachts eng en wat is eraan te doen? In Amsterdam ging de wethouder met een groepje vrouwen op pad om dat uit te vinden. ‘Lampen op ooghoogte werken beter.’

Eigenlijk vindt Wendy Ruijfrok (21) het zonde van haar energie om hierover na te denken. Maar ze moet wel. Er lopen te vaak ‘gare figuren’ rond in het donker. ‘Dan denk ik: het zou zo fijn zijn als ik nú niet alleen was.’

Soms past ze zelfs haar agenda erop aan en laat ze een avondje uit aan haar voorbijgaan. ‘Ik wil echt niet in mijn eentje de laatste metro pakken. Dan blijf ik nog liever thuis.’

Het is donderdagavond in Amsterdam-Zuidoost als Ruijfrok, hier geboren en getogen, vertelt hoe het gevoel van onveiligheid haar leven beïnvloedt. Ze staat naast een met graffiti bespoten talud, vlak bij station Bijlmer Arena. Om haar heen staan zo’n veertien vrouwen, van wie de meesten dit gevoel herkennen.

‘Ik word zo vaak gevolgd, aangesproken, aangeraakt. Blijf gewoon van mij af’, zegt de 23-jarige Nathali Machool.

Donkere tunnels en plantsoenen

Er moet iets veranderen, vinden de vrouwen. Daarom gaan ze vanavond – op verzoek van de gemeente – naar ‘plekken waar niemand wil komen’, naar donkere tunnels, verlaten plantsoenen en slecht verlichte pleinen, om te kijken hoe het beter kan.

In maart nam een ruime meerderheid van de Amsterdamse gemeenteraad een D66-voorstel aan om de openbare ruimte voortaan in te richten vanuit vrouwelijk perspectief. En na een zomer met meerdere incidenten van seksueel geweld, en pogingen daartoe, klinkt die roep alleen maar luider. Zo veroorzaakte de gewelddadige dood van Lisa een schokgolf in de samenleving. Het 17-jarige meisje werd in augustus op nog geen twee kilometer afstand van station Bijlmer Arena aangevallen. En hoewel dit niet de aanleiding is voor deze bijeenkomst, valt haar naam geregeld. Want haar dood confronteert hen met hun eigen kwetsbaarheid.

‘Ik dacht altijd: ik rij op een e-bike, dus ik ben te snel voor iemand die mij wil aanvallen’, zegt Laura Tasevski, die al jaren bij de Johan Cruijff Arena werkt en regelmatig ’s nachts alleen naar huis fietste. Inmiddels mag ze van haar werkgever een Uber nemen. ‘Want een e-bike maakt dus niks uit.’

Ook vóór de dood van Lisa fietste ze ’s nachts gespannen naar huis, benadrukt ze. ‘Ik appte altijd een vriend of vriendin dat ik onderweg was.’ Maar er is wel iets veranderd. ‘Er wordt meer over gepraat. Collega’s zeggen nu: je gaat toch niet alleen naar huis?’

Dat moet ook wel, voegt een ander toe. De 29-jarige wil niet met haar naam in de krant. Ze werkt bij een van de andere evenementenlocaties in deze buurt. ‘We hadden twee nieuwe medewerkers, maar eentje zei in de week na de moord: ik kom toch niet. De tweede besloot na de eerste werkdag, toen ze om 3 uur ’s nachts naar huis moest, dat ze de baan ook niet wilde. Als dit de tendens wordt, heeft personeelszaken echt een probleem.’

Gendersensitief beleid

Het idee om meer oog te hebben voor het vrouwelijk perspectief bij de inrichting van parken, straten en tunnels, is niet nieuw. En Nederland loopt er ook bepaald niet mee voorop, zegt Eva James, die zich als ontwerper en onderzoeker specialiseerde in dit onderwerp.

‘Steden als Amsterdam en Rotterdam zijn er nu mee bezig, maar in Wenen doen ze dit al sinds de jaren negentig. Daar is gendersensitief beleid echt geïnstitutionaliseerd. Dat gaat van de aanleg van zebrapaden tot hoe je een woonwijk bouwt waar vrouwen zich prettig voelen en kunnen bewegen. Ook Parijs en Barcelona doen dit allang.’

Want, is de gedachte: vrouwen – en dan met name jonge vrouwen – zijn ‘de otters van de stad’. Oftewel: zij zijn een indicator voor een gezond ecosysteem. ‘Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat als jonge vrouwen het ergens fijn vinden in de publieke ruimte, het vrijwel voor iedereen een fijne plek is’, zegt Elise Moeskops, D66-raadslid en initiatiefnemer. ‘Hun belang overlapt namelijk vaak met belangen van andere groepen. Het duidelijkste voorbeeld is dat van jonge vrouwen met een kinderwagen en die van rolstoelgebruikers. Of neem betere verlichting. Hierdoor voelen niet alleen vrouwen zich veiliger, maar ook lhbti’ers.’

Betere verlichting betekent niet altijd méér verlichting, benadrukt D66-wethouder Melanie van der Horst (Openbare Ruimte en Groen). Zo kunnen vrouwen zich onder een hoge lantaarnpaal al snel ‘een prooi’ in de spotlights voelen. ‘Lampen aan de muur, op ooghoogte, werken beter’, zegt de wethouder terwijl ze deze avond meeloopt.

De groep staat inmiddels achter de Johan Cruijff Arena. Op avonden dat er een voetbalwedstrijd of concert is, ziet het hier zwart van de mensen. Maar als er geen evenement is, is het uitgestorven. Zoals nu. Het is half 8 ’s avonds. In de verte is het geraas van een trein te horen. Heel soms komt er een – mannelijke – fietser voorbij.

Helemaal niet fijn, klinkt het terwijl de vrouwen om zich heen kijken. Wat hen vooral verbaast, is een nabijgelegen bruggetje dat wordt opgesierd door een fel licht-kunstwerk. Niet dat ze het lelijk vinden. Maar achter het felle licht is alleen maar duisternis te zien. ‘Als je deze brug overgaat, fiets je zo een zwart gat in’, constateert de wethouder. ‘Je kunt helemaal niet zien of daar verderop in dat plantsoentje iemand staat. Dit vinden vrouwen heel eng.’

Beter zijn ‘subtielere licht-overgangen’ zegt onderzoeker James. Maar met goede verlichting alleen ben je er nog niet. ‘Vrouwen willen goede zichtlijnen hebben. Dat betekent ook goed onderhouden groen, waarbij je kunt zien wat erachter gebeurt en dat je overzicht hebt.’

Meer levendigheid en ‘ogen op straat’ zou ook helpen. ‘In Oostenrijk en Engeland richten ze parken zo in dat je hele duidelijke routes hebt. Ze maken plekken waar bijvoorbeeld yoga- of bootcamp-klasjes kunnen sporten. Die klasjes worden echt aangemoedigd dat daar te doen. Of denk aan kiosken, zoals in Parijs, waar je koffie of een tijdschrift kunt kopen.’

Hangmatten en picknicktafels

Op al die manieren, wil James maar zeggen, hebben vrouwen het gevoel dat ze niet alleen zijn. ‘Je moet plekken creëren waar van alles gebeurt, en waar liefst geen dominante groep is maar een mix van mensen komt.’

Een goed voorbeeld vindt ze de hangmatten die al dertig jaar in een Weens park hangen. ‘Of denk aan picknicktafels waar je lekker kunt zitten en eten. Een gouden formule ook: de losse stoelen in Parijs, die je zelf kunt neerzetten zodat je niet gedwongen bent om naast elkaar te zitten, maar zelf een kring kunt vormen. Dat vinden jonge meiden fijn.’

Maar, benadrukt James, ‘het is vooral belangrijk om in gesprek te gaan met degenen die de openbare ruimte gebruiken en die samen met hen vorm geven. Want het grootste deel is nu ontworpen voor en door mannen. Historisch gezien is dat nou eenmaal zo gegroeid.’ Om dat te veranderen, stelt de onderzoeker, heb je goede informatie nodig over hoe Nederlandse vrouwen de openbare ruimte beleven. ‘Die data hebben we nu niet. Dat is echt een probleem.’

Zo heeft bewoner Machool haar bedenkingen bij het autoluwe beleid in haar wijk. ‘Voor het groen is het misschien fijn, maar ik moet een heel eind in het donker lopen om ’s avonds thuis te komen.’ Haar vriend heeft zelfs een looproute voor haar uitgestippeld, vertelt ze tijdens de wandeling met de wethouder. ‘Hij zegt: hier kun je het beste de auto neerzetten, en dan loop je aan die kant van het spoor, via deze route naar huis. Dat vind ik best heftig.’

Een oplossing, oppert buurtgenoot Ruijfrok, ‘zouden parkeerplekken speciaal voor vrouwen kunnen zijn’. Laatst, vertelt ze aan het gezelschap, ‘was ik op vakantie in Zwitserland en zag ik ze. Pal naast een mooi verlichte deur.’

Maar of dat echt een vooruitgang is? Daar twijfelt ze aan. ‘Het is eigenlijk een soort invalideplek, maar dan voor vrouwen’, reageert Machool.

‘Welke plekken vind je nou het engst ’s avonds?’, wil wethouder Van der Horst weten.

‘De looproutes naar de metro’, antwoordt Machool. ‘Want er is altijd wel een klein, donker stukje.’ Op zulke momenten zorgt ze dat ze iemand aan de telefoon heeft. Maar, vervolgt ze, ‘wat ik vooral vreemd vind, is dat iedereen allang weet welke plekken het zijn. Als we het weten, waarom gebeurt er dan niets?’

Afgelopen maanden organiseerde de gemeente – naast deze ronde met bewoners – onder meer een expertsessie, spraken ambtenaren met vrouwen en meiden op pleinen en scholen en werden routes naar metrostations onder de loep genomen. Naar verwachting volgt begin volgend jaar een inventarisatie van hoe het beleid en ontwerp inclusiever kan.

‘Uiteindelijk moet voortaan elk project door de ogen van vrouwen worden beoordeeld’, zegt raadslid Moeskops. Al merkt ze ook dat het weerstand oproept. ‘Toen ik met dit plan bezig was, reageerde de wethouder meteen positief. Net als een meerderheid in de raad. Maar als je een voorstel indient, hoort daar ook een ambtelijk advies bij. En dat was best negatief. Ik heb de ambtenaar opgebeld. Het bleek een man van een jaar of 50, die toegaf dat hij misschien niet degene had moeten zijn die dit advies had moeten schrijven.’

Ze is niet de enige die op weerstand stuit, de wethouder herkent het. Net als projectleider Mara Jong Kon Chin. ‘Niemand is tegen meer sociale veiligheid, maar het verbaast me soms wel hoe mannelijke collega’s reageren. Het zijn allemaal slimme mannen, die de stad mooi willen maken. Maar blijkbaar geeft dit ze het gevoel: ik heb altijd heel erg mijn best gedaan, heb ik het opeens niet goed gedaan dan?’

Wat Van der Horst betreft moet er daarom na de gemeenteraadsverkiezingen een volgende stap worden gezet. ‘Het moet opgenomen worden in het coalitie-akkoord’, zegt ze verwijzend naar Parijs en Wenen. ‘Daar hebben ze iemand aangesteld met een stevig bestuurlijk mandaat om te garanderen dat dít de manier van werken wordt.’

Doe je dat niet, voegt onderzoeker James toe, dan bestaat het risico dat zo’n project strandt. ‘Het gaat erom het systeem zó te veranderen dat vrouwen en meiden zich in hun stad meer thuis voelen, net zoals in Barcelona, Parijs, Wenen. We nemen niets van mannen af, de openbare ruimte wordt niet opeens Barbie-roze. Het zijn uiteindelijk relatief kleine en niet per se kostbare aanpassingen die leiden tot fijnere, gelijkwaardige plekken voor iedereen.’

Vrouwen scannen

Uit Amerikaans onderzoek (2024, Robert A. Chaney e.a.) blijkt dat vrouwen en mannen anders naar de omgeving kijken als ze lopen. Mannen zijn geneigd vooral recht voor zich uit te kijken. Zij richten hun aandacht vooral op het wandelpad. Vrouwen hebben eerder de neiging de omgeving te scannen en reageren alerter op bossages en donkere gebieden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next