Restaureren is al gepriegel op de vierkante millimeter, en dan komen daar nog de dilemma’s bij. In het Mauritshuis in Den Haag worden die nu heel concreet, bij de restauratie van ‘De stier’ van Paulus Potter. ‘De Volkskrant’ zat bij een overleg. ‘O jongens, wat is dit ingewikkeld.’
is kunstredacteur van de Volkskrant.
Vrijdagochtend zit de vergadertafel van het restauratieatelier van het Mauritshuis vol. Zij aan zij zitten restauratoren, conservatoren en mensen die in deze gebieden worden opgeleid. De hoofdrol op deze bijeenkomst, die ‘Vraagstukken Vrijdag’ heet, is voor Jolijn Schilder en Abbie Vandivere.
Al maanden werken zij aan de restauratie van een publiekslieveling: De stier van Paulus Potter uit 1647. Op het bekende grote doek (236,5 x 341 centimeter) staat een stier pontificaal in de schaduw van een eik en een wilg. De boer – later bekend geworden als ‘boer Teun’ van het leesplankje – staat erbij, naast een ram, een schaap met lam en een koe. Het vernis was sterk vergeeld en de restauratieverf die grote delen van het schilderij bedekte, was verkleurd.
Het kunstwerk kent een turbulente geschiedenis. Het was meteen in 1774 te bewonderen, in de eerste openbaar toegankelijke kunstcollectie van Nederland, die van stadhouder Willem V (1748-1806). In 1795 roofden de Franse nationalisten de kunstwerken. Gelukkig kwam De stier, net als een groot deel van de collectie, twintig jaar later terug naar Nederland. Sinds de opening van het Mauritshuis als museum in 1822 is het schilderij als topstuk tentoongesteld. Vandivere: ‘Het stond voorop de eerste museumcatalogus.’
Een happy ending? Niet helemaal. In Parijs is iets gebeurd dat het museum eeuwen later hoofdbrekens bezorgt. De Fransen hebben het doek grondig gerestaureerd. Vooral bovenin, midden op het doek, op een plek waar de originele verf was afgebladderd, is de restaurator destijds voortvarend te werk gegaan. Zo heeft hij een takje met eikenblaadjes toegevoegd, om beschadigingen te camoufleren. Vandivere: ‘Eigenlijk is het niet heel storend.’ Schilder: ‘Historisch is het een interessante toevoeging.’
Toch moest over die paar vierkante decimeter, die ‘Franse tak’, een lastig besluit worden genomen. Bij de huidige restauratie van het doek is namelijk besloten om de intentie van de kunstenaar leidend te laten zijn, naar de huidige inzichten in restauratie-ethiek.
Ooit, bijvoorbeeld in de tijd dat De stier in Franse handen was, werden restauraties vooral gezien als een esthetische ingreep, om het schilderij zo mooi mogelijk op te lappen.
Onder de Franse tak zit praktisch geen originele verf meer. In dit geval werd daarom niet gekozen om de restauratie te verwijderen, zoals op andere delen van het schilderij is gebeurd met Franse ‘correcties’. De vraag waarmee Schilder vandaag haar collega’s confronteert: ‘Wat gaan we doen met de Franse tak?’
Een ander vraagstuk, ook vandaag op de agenda, betreft de zogenaamde ‘pentimenti’ in het schilderij. Op een paar plekken heeft Potter, die pas 22 jaar oud was toen hij de loeigrote stier schilderde, al schilderend de voorstelling veranderd. Potter gebruikte het pigment loodwit, dat minder dekkend wordt in de loop van de tijd. Daardoor zijn op een paar plekken eerdere versies van de compositie te zien.
Daardoor heeft de stier een vreemd soort zwevende slagschaduw achter zijn rechterachterpoot, maar ook bijvoorbeeld bij de balzak, die Potter eerst groter schilderde. En onder de buik zijn de contouren van een hooivijzel te zien, die Potter later achter een laag lucht bedekte. Schilder: ‘Die pentimenti zijn zichtbaar als je weet waar je naar kijkt. En Potter heeft dat niet gewild.’
Een vraag die vanochtend de aanwezigen verdeelt, is of je per ‘pentimento’ mag besluiten hoe ver je gaat met het bijwerken. Stel dat je de weggeschilderde hooivijzel storender vindt dan de ‘piemelpentimenti’ (ja, die zijn er ook), mag je dan per plek bepalen hoe je het aanpakt? Kritische vraag aan tafel: ‘Wordt het dan niet een beetje cherry picking?’ Hoofd collecties en onderzoek Judith Niessen zucht: ‘Jongens, wat is dit ingewikkeld.’
Het voordeel: dit ‘retoucheren’, met hulp van kleine puntjes restauratieverf, kan geleidelijk worden gedaan en is omkeerbaar. De restaurator en de conservator kunnen al doende overleggen en bijsturen. De beslissing ‘wel of geen Franse tak’ is absoluter. Over dit kleine stukje schilderij, waar zes blaadjes en een eikeltje bungelen, is dan ook uitgebreid onderhoud geweest met de ‘adviescommissie’, bestaande uit vijf externe specialisten en twee van het Mauritshuis.
Essentieel bij die bijeenkomsten bleek een digitale reconstructie die het museum heeft gemaakt. Hoe ziet de gehele compositie eruit met en zonder tak? Niessen: ‘Het takje ziet er natuurlijk uit, het is knap gedaan en onderdeel van de geschiedenis van het schilderij. Ik was er eerst van overtuigd dat we het moesten behouden.’ Totdat de restauratoren haar de reconstructie van het originele schilderij lieten zien: ‘Dat was een openbaring, ik was meteen om. Zonder takje is de compositie véél beter, het geeft zo veel rust.’
Niessen is lang niet de enige die zo’n ommezwaai heeft gemaakt. Ook Vandivere was eerst ‘team tak’ en na het zien van de digitale reconstructie niet meer. Als Niessen inventariseert: ‘Zijn hier nu nog mensen die willen dat de Franse tak zichtbaar blijft?’, is het stil.
De restauratoren hebben al een klein stukje tak met restauratieverf proberen te bedekken. Schilder: ‘Het ging makkelijker dan we dachten. Maar met strijklicht zijn de bladeren nog wel te zien.’ Misschien is dat een schrale troost voor de collega’s van de educatie-afdeling. Hun valt het afscheid van de Franse tak zwaar, weten de restauratoren. ‘Het is natuurlijk echt een interessant historisch verhaal.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant