Home

Hoe een knullige kunstroof de inspiratie werd voor Kelly Reichardts heistfilm ‘The Mastermind’

Kelly Reichardt ‘The Mastermind’ is de wat sarcastische titel van een film gebaseerd op de eerste gewapende kunstroof in de VS. Maar Reichardt portretteert met de film ook weer een sneue kerel met een groots en meeslepend plan dat sneuvelt in een rommelige realiteit.

The Mastermind is een filmtitel die druipt van sarcasme.

Hoe regisseur Kelly Reichardt (61) op het idee kwam een film te baseren op de Worcester-kunstroof van 1972? De eerste gewapende kunstroof in de VS: een bewaker raakte gewond, de daders gingen er vandoor met twee Gauguins, een Rembrandt en een Picasso. Maar weinig liep volgens plan: ze werden vlot in de kraag gevat, de schilderijen vond men een week later op een hooizolder.

Die kunstroof zat in de knipselmap die Reichardt al zo’n tien jaar bijhield. Met haar authentieke antidrama’s is zij een vaste kracht geworden in de hoofdcompetitie van Cannes. Ze vertaalt vaak genre – een thriller, een western – tot iets dat spannend wordt door alledaagsheid.

Dit keer de ‘heist film’. Het begon heel concreet; de trigger voor The Mastermind was een artikel over vrouwen die vijftig jaar geleden bij de kunstroof betrokken raakten, vertelt Reichardt tijdens een videogesprek. Een kunststudente met baret die argeloos naar de mannen met nylonkousen over hun gezicht liep die schilderijen in canvaszakken staken. Was dat een performance? De dame die per ongeluk hun vluchtauto op de rotonde voor het museum klemreed.

Kelly Richardt in Cannes dit jaar.

Reichardt: „Hun verhalen waren heel beeldend, en dat intrigeerde me. Met name dat gehannes op de rotonde, waar hun auto klem stond en ze de achterklep niet open kregen.”  Ze besefte ook dat ze een single van het ‘meesterbrein’ van de kunstroof in haar platencollectie had. Florian ‘Al’ Monday, die in 1974 in Canada werd opgepakt, was in 1963 voorman van de garageband Florian Monday & His Mondos. „Vrienden van mij hadden hun hitje ‘I’m Crying‘ op vinyl heruitgebracht. Ik besefte opeens dat die zanger en dat ‘meesterbrein’ dezelfde zijn. Heel bizar.”

Fraaie antiheld

In The Mastermind voegt Reichardt weer een antiheld toe aan haar oeuvre. J.B. Mooney is een stuurs kind van wit privilege: pa is een gepensioneerd rechter, ma rijk. Hij mislukt op de kunstacademie en komt als timmerman niet aan de bak; zijn vrouw onderhoudt gedesillusioneerd het gezin met twee zonen.  Als Mooney ontdekt hoe slecht het kunstmuseum van Framingham, Massachusetts beveiligd is, rijpt zijn ‘meesterplan’. Dat op zich best slim is, maar in de echte wereld krijg je toch te maken met kletskousen, kapotte sloten en toeval.

In The Mastermind zet Reichardt twee filmclichés op haar helling van alledaagsheid. De desperado achtervolgd door de wet: J.B. Mooney zakt deerniswekkend diep nadat hij tegen de lamp is gelopen. En de gentleman-dief: Hollywood schildert kunstrovers graag af als elegante playboys. Niet voor niks speelde meerdere 007’s ook kunstrovers: Pierce Brosnan in The Thomas Crown Affaire, Sean Connery in Entrapment, Roger Moore in The Quest. Mannen van de wereld die iets stelen wat er niet echt toe doet. Het is maar kunst.

Tegenwoordig treedt de echte kunstdief vaker op in films: de luchtfietser of scharrelaar die geen idee heeft waaraan hij begint. Musea lokken criminelen: waar anders vind je zulke dure voorwerpen buiten een kluis. Maar dan? Diamanten kan je lospeuteren, goud smelten  –  zie de gestolen sieraden van het Louvre afgelopen weekeind. Maar voor schilderijen vind je geen heler. Wie koopt een schilderij dat niemand mag zien? Dus eindigt menig kunstroof in tranen: denk aan de Roemeense bende die in 2012 de Kunsthal beroofde, waarna hun moeder in paniek de Monet, Picasso en Matisse verbrandde.

Ook in The Mastermind kijkt de onbestendig broeiende Mooney niet veel verder dan zijn grootse onderneming. Hij is bedrukt door zijn falen als vader en man, voelt zich vernederd door zijn vader (‘Je hebt anders geen gebrek aan vrije tijd’). Wil hij bewijzen dat hij geen ‘loser’ is?

J.B. Mooney wordt fraai desperaat vertolkt door Josh O’ Connor, die in 2023 al een kunstrover speelde in Alice Rohrwachers’ Chimera. Reichardt geeft toe dat ze die film met „licht bezwete handpalmen” bezocht: zou het overlappen? Gelukkig was O’ Connor daar een soort Orpheus die zijn overleden geliefde zoekt in de onderwereld van Etruskische graven.  Reichardt: „Alice Rohrwacher filmt zo romantisch, bijzonder en mooi. En zonder één druppel cynisme. Ik bedoel – als een Amerikaan een film over die ene ware liefde maakt, zou ik met mijn ogen rollen. Maar niet bij haar.”

Reichardt heeft minder lof voor haar narcistische antiheld: The Mastermind is een filmtitel die druipt van sarcasme. Op zeker moment belt Mooney op de vlucht zijn vrouw en zegt dat hij alles deed voor haar en zijn gezin. Na een korte pauze:  „Nou, bijna alles.” Reichardt: „Hij maakt zichzelf maar wat wijs. Mooney is welgesteld en wit en heeft talent voor houtbewerking. Zijn rebellie is privilege, hij vlucht voor zijn verantwoordelijkheid en beseft onbewust dat het toch nooit al te slecht met hem afloopt, gezien zijn afkomst. Hij is een leegte die u mag invullen. Je leert het meest over hem via de vrouwen die de scherven achter hem opvegen.”

Alana Haim als Terri Mooney in ‘The Mastermind’

Sneue mannen

Mooney is zo’n sneue Reichardt-man met grote verhalen en snel-rijk-plannen. Zoals gids Meek in de western Meek’s Cutoff die met zijn gebluf een karavaan pioniers in levensgevaar brengt. Of praatjesmaker King-Lu uit haar droevige ‘buddy movie’ First Cow, die anno 1830 denkt binnen te lopen door ’s nachts stiekem de enige koe van Oregon te melken. Slachtoffers van zelfoverschatting; de realiteit achterhaalt ze.

Toch lijkt Reichardt zich een beetje met Mooney te identificeren. Zo laat hij – anders dan zijn model Florian Monday –  waardevolle schilderijen links liggen om vier bescheiden doekjes van de abstracte pionier Arthur Dove (1880-1946) te stelen. Volgens Reichardt kleurt Dove’s werk mooi bij haar film en onderstreept dat het scharrelgehalte van Mooneys misdaad: een Rembrandt zou te stoer zijn. Maar het klopt dat ze zelf zeer gesteld is op het werk van Dove, net als Mooney.

Hij steelt iets dat zij wil hebben? „Weet u, voordat ik in Boston naar de kunstacademie mocht, woonde ik in Florida. Mijn ouders zaten bij de politie, in mijn leven was er geen kunst. De meesterwerken die ik kende, stonden op kaartjes van een bordspel dat we thuis speelden, Masterpiece. Bij mijn eerste baantje bij het Whitney Museum zag ik die plaatjes opeens in het echt,  en dat gaf een elektrische schok van opwinding. Omdat ze al in mijn hoofd bestonden, denk ik. Zo is het ook met Mooney.”

Reichardt plaatst hem quasi-terloops in de geschiedenis: 1970, wanneer flower power, burgerrechtenstrijd en Vietnam-protest op Richard Nixons ‘stille meerderheid’ stuiten.  Amerika is er nooit helemaal van hersteld, denkt ze. „Ik ben geen historicus dus ik moet er niet teveel op los zwetsen. Maar in 1970 waren het buitenwijk-conformisme en de grote Amerikaanse droom van de jaren vijftig voorbij en waren de utopische idealen van de tegencultuur gesneuveld in het geweld van 1968. De Vietnamoorlog breidt zich ondanks protest alleen nog maar uit.

„Volgens mij is die tegenstelling van toen nooit opgelost. En raakten we tegelijk geobsedeerd door geweld en het trainen en bewapenen van krijgers. Dat geweld slaat nu naar binnen, vrees ik. Te bedenken dat ze in 1970 dachten dat Nixon het ergste was wat ons kon overkomen! Enfin, laat ik hier maar stoppen.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next