Home

Een dementerende moeder

Deze week zat oud-voetballer John de Wolf in de talkshow Eva om een boek over zijn dementerende moeder te promoten. Het heet Ma, ik ben het. Het gaat onder meer over het feit dat hij zijn moeder in het verpleeghuis nooit meer bezoekt. Daarom had de titel misschien beter kunnen luiden: Ma, ik ben het niet.

Los daarvan is de vraag relevant: in hoeverre is het gewenst een dierbaar familielid in het verpleeghuis te bezoeken? Mensen als De Wolf vinden dat er een grens is aan het nut of de noodzaak daarvan. Een jaar geleden hoorde ik hem al, ook op tv, verbitterd vaststellen dat hij voortaan bij zijn moeder zou wegblijven omdat ze hem niet meer herkende.

Ik begreep zijn frustratie, maar vond zijn beslissing desondanks te pertinent. Je wilt toch de ontwikkeling blijven volgen van je moeder als zij de dood nadert? Ben je dat niet alleen aan je moeder maar ook aan jezelf verplicht? Je wilt toch ook in de positie zijn om te kunnen beoordelen of zij goed behandeld wordt in dat verpleeghuis?

In plaats daarvan besloot De Wolf, samen met een ghostwriter, een boek te schrijven dat „een ode” aan zijn moeder moest worden. Wie gaat het straks op haar nachtkastje leggen? De Wolf dus niet, maar misschien zijn zus die wél naar haar moeder blijft gaan?

Uit de tv-uitzending bleek dat hij geweldig geschrokken was toen hij zijn moeder voor het eerst bezocht: hij hoorde haar wild schreeuwen en vloeken. Haar karakter was totaal omgeslagen, van een lieve, zorgzame vrouw naar een onhandelbare kenau. Dat komt vaker voor, zoals mij gebleken is uit reacties van lezers die mij schreven na mijn eerste columns over mijn vrouw.

Het moet een vreselijke ervaring zijn: een partner die bij elk bezoek schreeuwt dat ze/hij niet in het tehuis wil blijven en dat je haar/hem onmiddellijk mee naar huis moet nemen. Ik kan me voorstellen dat je het bezoek dan gaat beperken, maar permanent wegblijven, zoals De Wolf besloten heeft, lijkt me ook voor hemzelf niet de beste houding. Wroeging dreigt, het is net als wraak een gerecht dat koud opgediend zal worden.

Maar, dat moet ik toevoegen, ik heb gemakkelijk praten. Mijn vrouw is, zoals zoveel alzheimerpatiënten, in zeker opzicht zichzelf gebleven: lief, meegaand, blij met afleiding. Ze herkent mij nog altijd en ze reageert vrolijk op mijn komst – zelfs vrolijker dan vroeger, zeg ik weleens, een grapje dat ze wel kan waarderen, want ook grapjes zijn nog steeds aan haar besteed.

Ik weet dat dit een stadium is dat voorbij zal gaan, het spreken gaat haar nu al een stuk moeizamer af. Hoe vaak bezoek je haar, wordt mij vaak gevraagd. Mijn antwoord, nog altijd: drie-viermaal per week. Te veel, zeggen sommigen, want waarom zou je, ze herinnert zich je bezoek toch niet meer? Dat is waar. Zodra je haar achterlaat, meestal bij de maaltijd, is ze je vergeten. En dat is voor haar maar goed ook. Voor mij is het een minder prettig besef, maar dat mag mij niet beletten haar regelmatig te blijven bezoeken. Want zij geniet, in het moment, van elk bezoek, ook van mensen die ze niet meer herkent.

Misschien geldt dat ook wel in zekere mate voor de moeder van John de Wolf. Wat er precies omgaat in het hoofd van een alzheimerpatiënt zal altijd een mysterie blijven.

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next