Prins Andrew
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
In ieder ander bedrijf, ook een familiebedrijf, was prins Andrew – broer van de Britse koning Charles – allang de deur gewezen om verdere reputatieschade te voorkomen. Zijn associatie met zedendelinquent Jeffrey Epstein, ook na diens veroordeling, en de beschuldigingen van Virginia Giuffre dat zij op minderjarige leeftijd gedwongen werd seks met de prins te hebben en zijn miljoenenschikking met haar, zijn daarvoor ernstig genoeg.
Zijn ‘ontslag’ vrijdag bleek pas mogelijk na het overlijden van zijn moeder koningin Elizabeth, die hem naar verluidt de hand boven het hoofd hield, daags voor de publicatie van een postuum verschenen autobiografie van Giuffre, en enkele uren voor de onthulling in Britse media dat Andrew zijn beveiligers, die door de Britse overheid worden betaald, had gevraagd om onderzoek te doen naar Giuffre.
Dan nog is het geen ontslag. Andrew – die eerder zijn beschermheerschappen neerlegde en niet meer in het openbaar optrad – besloot zélf ,,in nauw overleg met de koning” zijn adellijke titels op te geven. Althans, hij zal ze niet meer gebruiken. Alleen het parlement kan titels daadwerkelijk afnemen, maar het Britse kabinet lijkt te aarzelen om een wetsvoorstel daartoe in te dienen. Onderliggend probleem is dat het Britse parlement niet mág debatteren over de koninklijke familie. Dat is een regel die niet meer van deze tijd is. De Windsors zijn zo in feite onaantastbaar.
Juist de 65-jarige Andrew toonde eerder al hoe onwenselijk het is als kabinet en parlement niet kunnen of durven in te ingrijpen. Na zijn carrière bij de marine werd de prins in 2001 onbezoldigd handelsgezant. In die hoedanigheid liet hij zich fêteren, gingen zijn handelsreizen verdacht vaak via strand- en skioorden, en ontmoette hij zakenlui met een reputatie die – zoals de Britten onderkoeld kunnen zeggen – questionable was, onder wie de zoon van de Libische dictator Gaddafi. Hij liet een vakantie door een veroordeelde wapenhandelaar betalen, lunchte met de schoonzoon van de van witwassen verdachte Tunesische president en zijn ex-echtgenote liet zich betalen in ruil voor toegang tot Andrew. Nog in 2018 nodigde hij een Chinese spion uit op Buckingham Palace.
Ontslaan kon het kabinet hem niet, ter verantwoording roepen kon het parlement niet, alleen druk van de familie – toen de banden met Epstein duidelijk werden – deed hem zijn baan opzeggen. En alleen toen de publieke opinie zich tegen hem keerde en de Britse monarchie schade daardoor leek op te lopen.
Het is inherent aan een monarchie dat het voor de tweede en derde in lijn moeilijker is een zinvolle invulling aan het leven te geven. De troonopvolger heeft immers een vastomlijnde toekomst. Broers en zussen moeten tegelijk klaar staan om de troon over te nemen, een eigen carrière vinden én ook nog een die de kritische blik van de buitenwereld kan doorstaan.
Juist dat vraagt niet alleen om een goed afgesteld moreel kompas van de betrokkene zelf, maar ook om een stelsel dat kan bijsturen. Of je nu voor of tegen de monarchie bent, het instituut is – niet alleen in het Verenigd Koninkrijk – gebaat bij het afleggen van verantwoording. Zeker als het vertrouwen in instituties wereldwijd tanende is.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC