Home

Van derde divisie naar Zweeds landskampioen in negen jaar: zo deed het bescheiden Mjällby dat

Karl Marius Aksum | assistent-trainer Mjällby De kleine Zweedse club Mjällby is door de landstitel in eigen land uitgegroeid tot de verrassing van het jaar van het Europese voetbal. Hoe kreeg de technische staf dat voor elkaar?

Het team van Mjällby viert de tweede goal in de kampioenswedstrijd tegen IFK Göteborg.

Het was vrij laat geworden in Göteborg, in de nacht van maandag op dinsdag. „Rond half drie verlieten we met de technische staf de nachtclub”, zegt assistent-trainer Karl Marius Aksum van de Zweedse voetbalclub Mjällby AIF. Hij zit nog in zijn hotelkamer, dinsdagochtend, nadat ze de avond ervoor met een 0-2 zege bij IFK Göteborg de landstitel veilig stelden. Het is het eerste kampioenschap van Mjällby AIF op het hoogste niveau.

Zo is het Zuid-Zweedse vissersplaatsje Mjällby, met zo’n 1.500 inwoners gelegen aan de Oostzee, voor even wereldnieuws. Te midden van grote clubs als Malmö FF, Djurgardens, Hammarby, IFK Göteborg en AIK groeide de ploeg uit tot de verrassing van het jaar in het Europese voetbal. In 2016 speelde Mjällby AIF nog op het derde Zweedse profniveau, dat jaar werd op de laatste speeldag degradatie voorkomen. Daarmee werd ook een faillissement afgewend.

Onder de nieuwe voorzitter kwam er een ander beleid: kosten werden verlaagd en de bedrijfsvoering efficiënter. De omzet ging van omgerekend min 400.000 euro in 2016 naar inmiddels zo’n 2,6 miljoen euro, schreef de BBC. Ook wordt de club op sportief gebied slimmer aangestuurd – in het transferbeleid op basis van data en op technisch gebied met een duidelijke tactische spel-identiteit.

Meer plotselinge hoogvliegers

Het succesverhaal van Mjällby AIF staat niet op zich. In de afgelopen jaren zijn er meer relatief onbekende clubs in het Scandinavische voetbal die een spectaculaire opmars maakten. Eerder deed het Deense FC Midtjylland dat en meer recentelijk het Noorse FK Bodø/Glimt, dat het Ajax vorig jaar bijzonder lastig maakte in de Conference League. Evenals Mjällby AIF deden die clubs dat zonder een rijke eigenaar of investeerder, terwijl dat in het moderne voetbal vaak wordt gezien als de snelste weg naar prijzen.

Dat Mjällby AIF op een andere manier werkt dan de meeste clubs, is duidelijk te zien bij de aanstelling van assistent-trainer Karl Marius Aksum. Hij is een 35-jarige Noorse sportwetenschapper die vier jaar geleden aan de universiteit van Oslo – de Norwegian School of Sport Sciences – promoveerde op het kijkgedrag van voetballers, vaak ‘scannen’ genoemd. Visual Perception in Elite Football, was de titel van zijn proefschrift. Eerder deed hij al onderzoek naar het scangedrag bij onder meer jeugdspelers van Ajax. Daarnaast haalde hij een bachelor in ‘football coaching’ en een master in ‘coaching en sportpsychologie’.  

Assistent-trainer Karl Marius Aksum tijdens de kampioenswedstrijd.

Aksum speelt een belangrijke rol in het succes van Mjällby AIF. Dit project begon voor hem zo’n twee jaar geleden, toen hij werd getipt over een vacature die was gepubliceerd in de Zweedse media. Op dat moment werkte hij nog als coach van de onder-19 van de Noorse club Odds Ballklubb. Dat een vacature voor een trainer wordt opengesteld is uitzonderlijk. „Ik heb toen gewoon gesolliciteerd, zoals bij een normale baan”, zegt Aksum in een telefonisch gesprek. „Ik had nog nooit van Mjällby gehoord.”

De vacature was „heel specifiek”, zegt hij. De twee belangrijkste criteria: ze zochten iemand met veel kennis van aanvallend spel, die ook jeugdspelers kon ontwikkelen. Dat paste goed bij zijn profiel: Aksum heeft zijn ideeën over voetbal – zijn ‘game model‘ – in ruim tien jaar opgebouwd en die manier van spelen bij de onder-19 van Odds Ballklubb geoefend. „Ik was echt klaar voor de overstap naar het profvoetbal.”

Hij kreeg de baan na enkele gesprekken, waarin hij onder meer een presentatie met een tactische analyse moest geven. In januari 2024 – de Zweedse competitie loopt van het voorjaar tot het najaar – begon hij bij Mjällby, dat het seizoen ervoor als tiende eindigde.

Waar begin je dan precies?

„Met de andere assistent Christofer Augustsson en hoofdtrainer Anders Torstensson hebben we twee, drie dagen om de tafel gezeten en verschillende spelprincipes [zoals hoe een ploeg opbouwt of verdedigt] besproken. We waren het al snel eens over tien à vijftien spelprincipes die we wilden invoeren. Vanaf de eerste training zijn we daarmee aan de slag gegaan.”

Wat waren de belangrijkste spelprincipes?

„Voordat ik kwam was Mjällby een ploeg die weinig balbezit had. Ze speelden verdedigend, waren gericht op snelle tegenaanvallen en spelhervattingen. Ze wilden mijn ideeën over hoe je de wedstrijd kunt domineren toepassen: met meer balbezit dan de tegenstander en het spel controleren vanaf de opbouw.”

Dat klinkt als een radicale transformatie – van defensief naar zeer aanvallend. Hoe hebben jullie dit veranderd?

„Wij trainen heel wedstrijdspecifiek: bijna al onze trainingen zijn elf-tegen-elf, in verschillende fasen van het spel. Er is denk ik geen team ter wereld dat meer oefent op de opbouw vanaf de keeper dan wij, ja misschien Roberto de Zerbi bij Olympique de Marseille. Wij oefenen dat minstens één uur per week. Het jaar voordat ik kwam hadden we 44 procent balbezit, inmiddels ligt dat op zo’n 54 procent, dat is een vrij grote verandering.”

Mjällby viert het Zweedse kampioenschap maandag na de wedstrijd tegen IFK Göteborg in Göteborg, Zweden.

Maar je moet wel de spelers hebben om die aanvallende speelstijl te kunnen uitvoeren, toch?

„Nee, dat is een mythe. Deze spelers op dit niveau zijn goed genoeg om ook dominant voetbal op basis van balbezit te spelen. Het gaat erom hoe je ze traint.”

Hoe liep het eerste seizoen, in 2024?

„Na twaalf wedstrijden stonden we nog in de top drie, toen de zomerstop begon. Ons spel ontwikkelde zich dus snel. Daarna hadden we een moeilijke periode, waarin we alle uitduels tegen clubs in Stockholm verloren. Het waren duels op kunstgras, terwijl we thuis op echt gras spelen. Dat was dat seizoen een klein probleem. Nu is ons type voetbal eigenlijk beter geschikt voor kunstgras, dus winnen we inmiddels alle uitduels op kunstgras. We eindigden in 2024 vrij sterk en werden vijfde, met maar vier punten achter de nummer drie.”

Wat is dit jaar het grote verschil ten opzichte van vorig seizoen?

„We zijn aan twee belangrijke dingen gaan werken. We wilden beter worden in de counterpressing [direct druk zetten na balverlies]. En we zijn veel aandacht gaan besteden aan het combinatiespel door het midden. Vorig seizoen hadden we daar moeite mee.”

Waarom werkt jullie aanpak zo goed bij deze club?

„Deze manier van werken zal bij elk team ter wereld goed uitpakken. We zijn heel specifiek in wat we willen verbeteren. Als je heel goed werk óp het veld combineert met goede wedstrijdanalyses, slaagt het bij elke club.”

Wat is precies de rol van de hoofdtrainer?

„Eerlijk gezegd denk ik niet dat hij een duidelijke voetbalfilosofie heeft. Hij is meer een pragmatische coach. Anders is meer een leider dan een voetbalnerd. Ik ben een voetbalnerd, de andere assistent ook. De trainer geeft ons de ruimte om onze kracht en expertise te gebruiken.”

Hoe lang duurde het om jullie spelpatronen en spelprincipes te implementeren?

„Eén dag.”

Zo snel?

„Wij doen nooit passingsoefeningen, of partijvormen van vijf-tegen-vier. Elke minuut van de training werken we aan situaties die zich in een wedstrijd voordoen. Als je elke training zo werkt, kun je in korte tijd veel oefenen. Het kost twee trainingen om de filosofie te implementeren: hoe aan te vallen, te verdedigen, en hoe te reageren bij counterpressing. Maar dan duurt het nog wel zes maanden voordat de spelers het helemaal doorhebben.”

Hoe gebruik je je kennis over scannen bij Mjällby?

„We hebben het er veel over en ik coach spelers op dat gebied. We doen verschillende oefeningen en ik laat ze fragmenten zien, waarin een speler slecht of heel goed scant. Bij de manier waarop wij voetballen, met veel passes en balbezit, moeten we goed kunnen scannen en waarnemen: het is fundamenteel voor ons spel.”

En hoe zie je dat terug op het veld?

„Als de centrale middenvelders de bal ontvangen, weten ze waar hun tegenstander is. Ze draaien zich niet om, als een tegenstander in hun rug zit, omdat ze hebben gescand. Ze raken de bal zelden kwijt in gevaarlijke situaties. En ze zijn in staat om de passes te geven die de verdediging openbreken.”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next