De Europese Unie hoopt boerenzoons en -dochters met gunstiger leningen en belastingvoordelen te verleiden hun ouders op te volgen. Een strategie voor jonge boeren moet de vergrijzing in de sector keren. De financiering is echter een heikel punt.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en voedsel.
Jong bloed in de landbouwsector is hoognodig. In 2020 was een derde van de boeren in de EU 65 jaar of ouder. Slechts 12 procent was onder de 40 jaar. In Nederland was dat nog minder: 9,7 procent. Sindsdien heeft de vergrijzing in de sector vermoedelijk doorgezet. Zonder aanwas van nieuwe boeren komt de continuïteit van veel bedrijven in gevaar en gaat de leefbaarheid op het platteland achteruit, is de vrees.
De Europese Unie presenteerde dinsdag daarom een strategie voor jonge boeren. Verjonging in de sector is een van de speerpunten van de Luxemburgse Eurocommissaris Christophe Hansen (43). Doel is dat in 2040 bijna een kwart van de boeren een 40-minner is, twee keer meer dan nu.
Hansen wil jonge boeren helpen ‘economisch levensvatbare, duurzame en toekomstgerichte bedrijven’ op te bouwen. Op vijf gebieden pleit hij voor ‘urgente actie’: toegang tot financiering, onderwijs en vaardigheden, toegang tot land, de levensstandaard in plattelandsgebieden en steun bij opvolging.
Als onderdeel van een ‘startpakket’ voor opvolgers stelt de Eurocommissaris bijvoorbeeld gunstige belastingregelingen voor. Het maximale bedrag dat jonge boeren via de EU kunnen lenen zou verdriedubbeld moeten worden, naar 300 duizend euro. Ook wil Hansen een grondobservatorium oprichten, dat het makkelijker moet maken voor alle boeren om te zien waar grond beschikbaar is om te kopen of pachten.
De strategie grijpt deels terug op de hervorming van Europese landbouwsubsidies die Hansen in juli voorstelde. Daarin wordt onder meer voorgesteld de inkomenssteun voor boeren voorbij de pensioenleeftijd af te schaffen. Ook gaat de EU bijdragen aan landbouwondersteunende diensten, om agrariërs de kans te geven vrij te nemen voor bijvoorbeeld vakantie of ouderlijke verantwoordelijkheden.
De hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ligt gevoelig, zowel bij de landbouwlobby als in het Europees Parlement. De subsidiepot voor boeren wordt namelijk samengevoegd met het cohesiefonds, waaruit achtergestelde regio’s financiële steun krijgen, en een aantal andere fondsen. Lidstaten mogen grotendeels zelf bepalen waar ze hun ‘nationale envelop’ met subsidies aan besteden. Landbouwclubs zijn bang dat er voor boeren minder geld overblijft.
Decennialang was het GLB een van de pijlers onder de EU, en de belangrijkste post op de begroting. Terwijl nieuwe aandachtsgebieden voor de EU de afgelopen jaren opkwamen, zoals klimaat, concurrentiekracht en defensie, werd de landbouw minder belangrijk. Het nieuwe GLB is een bevestiging van die ontwikkeling.
Met zijn strategie voor jonge boeren hoopt Hansen vermoedelijk hun steun te verwerven voor zijn hervorming. De vraag is of hij die ook krijgt. Voorheen moesten lidstaten namelijk 3 procent van de landbouwsubsidies besteden aan steun voor jonge boeren. In het nieuwe beleid adviseert hij een hogere besteding van 6 procent, maar vervalt de verplichting.
De organisatie voor Europese jonge boeren, CEJA, noemde dat destijds al ‘een grote stap terug’. ‘We weten uit ervaring wat er gebeurt als er geen minimumbudget wordt toegewezen’, aldus CEJA-voorzitter Peter Meedendorp.
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant