ADE | Pongo, zangeres Met het liedje ‘Kalemba (Wegue Wegue)’, had zangeres Pongo, toen nog Pongolove, op vijftienjarige leeftijd een wereldwijde hit. Deze week staat ze in Paradiso tijdens Amsterdam Dance Event. „In de eerste jaren dat ik optrad was ik zo verlegen dat ik het publiek niet aan durfde te kijken.”
Collega-zangeressen zien de Portugees-Angolese Pongo „als een aanvoerder en dat is precies wat ik wil zijn”.
Pongo’s vingers aaien over haar wangen, dan langs haar ogen. Ze zegt: „Dit onderwerp ontroert me.” Stilte, de handen rusten op haar gezicht. De Angolees-Portugese zangeres Pongo staat bekend om haar uitbundige gedrag tijdens live-optredens, en is deze week een van de smaakmakers op het ADE-festival in Amsterdam. Vandaag praat ze zacht en naar woorden zoekend, over de trektochten van mensen over de aardbol. En wat ze daarbij achterlaten.
Pongo, de artiestennaam van Engracia Domingos da Silva, werd geboren in Luanda, Angola. Begin jaren negentig vluchtte ze met haar ouders en zussen naar Lissabon voor de burgeroorlog die in Angola woedde na de dekolonisatie door Portugal. Al bijna twintig jaar inmiddels speelt de nu 33-jarige Pongo de muziek uit haar geboorteland: kuduro, de schelle elektronische muziekstijl met een hectisch hinkstapsprongritme, die in de jaren tachtig door jongeren in Luanda werd ontwikkeld. Pongo zingt de kuduro traag, snel, blikkerig of vloeiend. Beats en melodie lijken op elkaar te botsen terwijl haar felle woorden samen een spraakwaterval vormen.
Onlangs was ze op tournee in Colombia, vertelt ze, en werd daar geraakt door de muzikale overeenkomst tussen haar eigen kuduro en de Colombiaanse versie van de – ook uit Cuba bekende – son. Ze hoorde de gelijkenissen in het ritme en in de opstandige toon. „Meer Zuid-Amerikaanse muziekstijlen zijn verwant aan muziek die ik uit Afrikaanse landen ken”, zegt ze, via het scherm vanuit Lissabon. „Zo komt de samba in Brazilië bijvoorbeeld voort uit de Angolese semba en de cumbia uit Colombia heeft roots in Afrikaanse polyritmiek.”
In plaatsen als Cali en Bogota voelde ze voor het eerst de diepere betekenis van die verwantschap. „Het was alsof ik contact kreeg met generaties uit het verleden, via die muzikale connectie die afstanden overbrugt. Ik voelde wie er vóór me waren. Ik voelde waar ik vandaan kom. Bijna op een spirituele manier. Die ontdekking, tijdens mijn tournee in Colombia, gaf me antwoorden op de vele vragen die ik had in mijn jeugd.”
Haar verhaal is een „typisch migrantenverhaal”, zegt ze. „Op jonge leeftijd verhuisd naar een nieuw land met het gezin. Maar zonder de rest van de familie. Met niets weer opnieuw beginnen. Moeilijk. Me thuis voelen in Portugal was ook ingewikkeld. Het was daar dat ik erachter kwam dat ik ‘zwart’ ben. Ik was een klein kind, hoe moest ik omgaan met dat soort ervaringen? Mijn ouders hadden hun eigen problemen. Hard werken om de situatie voor ons beter te maken, weinig tijd voor de emotionele kant van de zaak.”
Vijf jaar woonde het gezin in een noodopvang, met zijn allen op één slaapkamer. Toen ze ouder werden mochten Pongo en haar zussen niet omgaan met leeftijdgenoten van haar vader. Op haar twaalfde sprong ze uit wanhoop uit het raam van hun huis op de zevende verdieping. Daarbij brak ze haar been.
In de periode daarna, op weg naar fysiotherapie, hoorde ze een keer op straat een kudurogroep optreden en voelde „dat die muziek deel van mijn geschiedenis was”. „Intuïtief. Het was alsof iets me naar deze muzikanten toe trok.” Ze begon te dansen en rappen, en maakte deel uit van deze Denon Squad. Via hen leerde ze de leden van Buraka Som Sistema kennen, een Portugees-Angolese groep onder leiding van de Angolese producer Andro Carvalho. Samen schreven en zongen ze het liedje ‘Kalemba (Wegue Wegue)’ dat een wereldwijde hit werd in 2008, mede dankzij gebruik in een Fifa-videospel. Pongo, toen nog Pongolove genaamd, was vijftien.
Na twee jaar samen volgde de breuk met de medemuzikanten, door ruzie over rechten en financiën. Pongo werkte daarna als schoonmaakster om geld te verdienen voor het gezin. Tot ze op een dag tijdens het schoonmaken ‘Kalemba (Wegue Wegue)’ op de radio hoorde en besloot haar zangcarrière weer op te pikken.
Terugkijkend op die periode zegt ze dat er wel wat veranderd is voor vrouwen met een Afrikaanse achtergrond in de muziekbusiness. Voor haar was het destijds moeizaam. „Ik spreek veel Afrikaanse en Angolese vrouwen, overal waar ik optreed. We vinden dat we dezelfde kansen moeten hebben als Europese vrouwen. En dezelfde rechten.” Ze voelt zich aangesproken om zich hiervoor in te zetten. „We willen zelfstandig en onafhankelijk zijn. Veel dingen leken lange tijd onmogelijk, maar vrouwen realiseren zich dat ze moeten vechten voor hun onafhankelijkheid. Mij zien ze als een aanvoerder en dat is precies wat ik wil zijn.”
Een groot verschil met haar eigen situatie als jonge artiest, bijna twintig jaar geleden, is de voorhanden zijnde informatie. „Ik zie dat jonge vrouwen nu toegang hebben tot kennis en handigheidjes door digitale platforms. Als vijftienjarige was ik vreselijk naïef. Ik heb moeten leren dat je mensen niet zomaar kunt vertrouwen, ze zijn soms oneerlijk.”
Ze ziet hoe jonge vrouwen nu al eerder zelfvertrouwen krijgen, zegt ze. Zelf was ze verlegen. „In de eerste jaren dat ik optrad durfde ik het publiek niet aan te kijken. Ik stond zo te zingen”, ze laat haar hoofd hangen met de kin op haar borst.
Tegenwoordig is juist haar expressie een attractie bij de live-optredens. Pongo, op blote voeten of sportschoenen, maakt voortdurend contact met het publiek, niet alleen door haar woorden en explosieve dansstijl vol pirouettes, dribbels en karatekicks. Met haar gezichtsuitdrukkingen en gebaren neigt ze zich naar de zaal, alsof ze iedereen wil laten delen in de kracht die muziek haar geeft.
Want, zegt ze: „Muziek heeft me gered.” In de liedjes op haar drie tot nog toe verschenen albums – wisselend in stijl, soms vermengd met samba, r&b of reggaeton – vond ze een manier om haar ‘verhaal’ over te brengen. Of eigenlijk: om zichzelf te tonen. „Door te zingen ontdekte ik hoe ik mezelf kan uitdrukken en mijn plaats in de wereld kan innemen. Via mijn zangstem maak ik contact.”
Ze zingt „altijd”, zegt ze. Het is een manier van leven. „Als kind al, als ik me niet fijn voelde, zong ik. Ik speelde buiten met een buurmeisje en we zongen in plaats van te praten. We maakten liedjes en zongen over alles wat we aan het doen waren. Als we liepen, als we kookten. De hele dag.”
Haar stem is een swingende lokroep, waarmee het verlegen meisje van weleer zich nu laat gelden. Zoals ze zingt in het nummer ‘Bruxos’ (‘heksen’), uit 2021: ‘Wat dacht je? Pongo is onverslaanbaar, vernietigt zonder angst, man/ Kijk goed uit’.
Door te zingen overwon ze de frustraties van het ontheemde kind. „Ik luisterde naar Angolese muzikanten en zangers, en voelde me beter dankzij hun cultuur die stoer en krachtig bleek.”
Zo zocht Pongo, die nog altijd in Portugal woont, een aanzienlijk deel van haar leven naar de band met het verleden in Angola – terug naar de oorsprong waarvan ze als kind was afgesneden. Ze mag haar muziek dan inmiddels mengen met soul of reggaeton: welke stijl ze ook speelt, ze noemt het altijd ‘kuduro’. Daarom was ze ontroerd dat ze in Colombia, waar ze haar versie van de Angolese muziek kwam verbreiden, ineens bekende elementen uit haar thuisland terughoorde. Ze besefte dat ze voortkomt uit een traditie van migranten die muziek met zich meenemen en in nieuwe woonplaatsen opnieuw laten wortel schieten. En bedacht: Angola ligt niet alleen in Angola.
Pongo treedt op tijdens Amsterdam Dance Event: 23/10 Paradiso, Amsterdam.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC