Over Jacques Brel (1929-1978), de beroemde Vlaamse chansonnier, zijn nu een musical en binnenkort ook een dansvoorstelling te zien. Maar hoe dans je Brel? ‘Hij is bovenal een performing artist, en dat zijn wij ook.’
schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.
Het zweet gutsend van zijn hoofd, de haren glanzend van de brillantine, gekleed in een te groot vallend zwart pak en druk gesticulerend – zo zong Jacques Brel op 30 mei 1964 Les Bourgeois in ‘Het huis met de pilaren’ in Bergen, Noord Holland. De setting: een café met wat houten stoelen, een open haard en een handjevol publiek.
De VPRO had Brel voor een optreden naar Nederland weten te halen, maar vond een anonieme radiostudio niet de ideale locatie om de intussen wereldberoemde zanger te laten optreden. Men ging op zoek naar een intiemere setting en kwam uit in Bergen, in een café dat bekend stond om zijn artistieke clientèle. Dichter Adriaan Roland Holst was er vaste gast.
Ze hebben het geweten, destijds in Bergen. Brel zong alsof hij in het Olympia stond, de grote Parijse concertzaal waar hij al triomfen had gevierd, maar hij stond hier bij wijze van spreken vlak naast het biljart. Het belette hem niet op volle kracht te zingen, vijftien van zijn toen al bekende chansons, in rap tempo en met een enorme gretigheid. Alles aan hem ademde zangkunst, dichtkunst en theater.
Zo theatraal als hij met Les Bourgeois heel zijn lichaam inzette, zo klein klonk Le Plat Pays, zijn weemoedige ode aan het Vlaamse vlakke land, waarbij hij zichzelf op gitaar begeleidde. En zo intiem was zijn vertolking van Les Vieux, over twee oude mensen die een leven lang bij elkaar zijn en hun dagen slijten in vergetelheid. Brel zong hier met groot mededogen over de ouderdom, en met respect voor de rituelen die het leven dragelijk maken.
Jacques Brel (1929-1978) besloot op zijn 40ste met optreden te stoppen. Het was op, hij trok de wereld in en vond uiteindelijk zijn bestemming op Hiva Oa, een eiland in de Stille Oceaan. Een gezegende ouderdom zou hij niet meemaken: hij stierf in 1978 op 49-jarige leeftijd aan longkanker. Een even rusteloos als mateloos leven had zo zijn tol geëist.
Vergeten is hij niet, chansons als Ne me quitte pas, Le Plat Pays, Marieke, Amsterdam en La chanson des vieux amants behoren tot repertoire dat nooit verdwijnt. Op dit moment zijn een musical en binnenkort ook een dansvoorstelling over hem en zijn muziek in de Nederlandse theaters te zien. De musical, geproduceerd door Albert Verlinde Theater en Verhaak Entertainment, ging afgelopen weekend in première; in november komt de dansvoorstelling Brel van choreograaf Anne Teresa De Keersmaeker naar Internationaal Theater Amsterdam. Daarin danst zij zelf met haar jonge collega-choreograaf Solal Mariotte op muziek van 25 Brel-chansons.
Hoe dans je Brel? Dat is de vraag, maar die vraag zou je ook kunnen doortrekken naar: hoe dans je Beethoven, Bach of Steve Reich? Want muziek is immers de basis van bijna alle dans, zeker in het werk van De Keersmaeker. De choreograaf (65) groeide als Vlaming op in Wemmel, toen nog een dorp in de groene rand van Brussel, en kent de haat-liefdeverhouding van Brel met dat vlakke, grijze land maar al te goed. Brel, geboren in Schaarbeek bij Brussel, zei daar zelf over: ‘Vlaanderen is een staalkaart van grijs: grijze grijzen, groene grijzen, wijze grijzen, grijnzende grijzen.’
De Keersmaeker: ‘De thema’s in zijn chansons gaan over zijn jeugd, vriendschappen, mannelijkheid, vrouwen, identiteit, oorlog, politiek, heel uiteenlopend dus. Maar we gaan dat alles niet in dans uitbeelden. Dans is abstract, en in een afwisseling van solo’s en duetten hebben Solal en ik vanuit onze verschillende visies op Brel gewerkt. In zijn liedjes, die bijna allemaal korte poëtische verhalen zijn, zit altijd spanning en juist die spanning hebben wij in dans proberen om te zetten.’
Solal Mariotte is 24, heeft een achtergrond als breakdancer, studeerde in Brussel aan de dansopleiding Parts die De Keersmaeker dertig jaar geleden oprichtte, en heeft Brel via YouTubefilmpjes ontdekt.
Hij raakte niet eens zozeer gefascineerd door de zanger Brel als wel door diens expressie en performance. ‘Ik keek naar die filmpjes zelfs zonder geluid, alleen maar om die man te zien bewegen. Die bezetenheid interesseerde me, dat mateloze karakter, die vitaliteit, dat avontuurlijke. Maar ik zie toch ook zijn fragiliteit en gevoeligheid, zijn compassie met de gewone mens. Daardoor is zijn werk volgens mij nog steeds relevant’.
De Keersmaeker: ‘In die zin is onze voorstelling ook een nadere reflectie op Brel en zijn werk. Wij willen Brel niet heilig verklaren, hij is geen messias voor ons. Ik ben nu 45 jaar choreograaf, heb zeventig voorstellingen gemaakt en heb intussen ervaren dat ik een strenge partner nodig heb, en dat is muziek. Solal is in dit geval mijn tweede partner. Wat voor ons belangrijk is: Brel is bovenal een performing artist, en dat zijn wij ook.’
Dat laatste blijkt zeker uit de opnamen van Brel die deze zomer op het Festival d’Avignon zijn gemaakt. De Keersmaeker is daarin onder meer te zien in een solo op Ne me quitte pas waarin ze de wanhoop van de verlaten vrouw verbeeldt. Op zeker moment kleedt ze zich uit en tegen het eind versmelt haar naakte lichaam met de filmbeelden van de zingende Brel zelf. Even later danst Mariotte gevangen in een witte cirkel op Ces gens-là, dat lied over afgestompte mensen in een grauwe werkelijkheid. Met zijn breakdance-achtergrond maakt hij daarvan een aangrijpende performance.
Mariotte: ‘Na afloop van onze voorstelling komen vaak mensen naar ons toe die met de muziek van Brel zijn opgegroeid. Huilende mensen, mensen met allerlei herinneringen, iedereen heeft zo zijn eigen gevoelens bij Brel. Ik ben veel jonger en heb Brel dus op een totaal andere manier ontdekt, maar volgens mij hebben wij met deze voorstelling die verschillen overbrugd.’
Hoofddorp, Theater De Meerse, dinsdag 14 oktober. Vanavond is hier een try-out van Brel, de musical te zien. Volle zaal. Voornamelijk wat ouder publiek. Veel daarvan kent elkaar ook.
‘Ik wist niet dat jij een Brel-fan was.’
‘Dat wist ik ook niet, maar dat zal ik vanavond wel merken.’
In deze nieuwe Nederlandse musical speelt Sjors van der Panne de rol van Brel. In de verte lijkt hij op de zanger, met dat expressieve gezicht, dat smalle lichaam en geprononceerde gebit. Acht jaar geleden al werd hij gevraagd of hij Brel wilde spelen, maar hij voelde zich daar toen nog te jong voor. Hij is vooral zanger en tekstschrijver en heeft geen musicalervaring. Nu stapt hij wel in dit project.
Van der Panne: ‘Destijds durfde ik het nog niet aan, ik had de rust er niet voor, in een theatervoorstelling spelen leek me te hoog gegrepen. Nu ben ik 46 en denk dat ik er klaar voor ben. Maar het is een groot avontuur, waarbij ik twee dingen met mezelf heb afgesproken: deze rol moet geen Sjors van der Panne-show worden, maar zeker ook geen imitatie van Brel. Ik mag mezelf niet in hem verliezen, maar wel in zijn vuur en passie. Ik kan nooit Brel worden, Brel zijn – daarvoor is de legende te groot.
‘Wat mij vooral interesseert, is hoe intens hij heeft geleefd, met die voortdurende onrust in hem – drie concerten per avond, altijd maar op reis, veel vrouwen, veel vrienden, roken en drank. Na zijn sombere en eenzame jeugd wilde hij ertoe doen. Ja, dit project is zeker spannend voor mij, zangtechnisch en ook fysiek, maar het voordeel is dat ik gestopt ben met roken, anders zou ik er ook aan zijn gegaan, denk ik.’
Brel, de musical begint met een doodzieke Brel, die zijn laatste dagen slijt op zijn geliefde eiland in de Stille Oceaan, en hopt chronologisch door het leven van Brel. Als Van der Panne een nummer als Jojo zingt, dwalen de gedachten onwillekeurig af naar acteur Jeroen Willems, die in 2006 de voorstelling Brel 2 maakte. Daarin speelde hij eerst een monoloog van een oude man die reflecteert op een leven dat voorbij is, waarna hij een aantal Brel-chansons zong, allemaal opnieuw in het Nederlands vertaald.
Het werden geen imitaties van de meester, maar eigen creaties waarin Willems in een paar minuten een miniatuurdrama opvoerde. Met altijd dat tikkeltje slepende in zijn stem, die ietwat lepe blik, die zachtaardige ogen die ook iets onheilspellends hadden. Willems zong kleiner dan Brel, met minder gebaren, minder zweet. Zoals in Laat me niet alleen, dat in zijn versie geen lied was over het einde van een liefde, maar van dé liefde.
Die bezonkenheid maakte dan weer plaats voor een uitbundige versie van Amsterdam, over dat Amsterdamse havencafé met zijn haringhappende dronkenlappen, kotsend over het biljart. In zijn voorstelling nam Willems zijn publiek als het ware aan de hand, en voerde het mee naar de diepere lagen van Brels ongebreidelde poëzie. Brels bezetenheid werd bij Willems rauwe tederheid.
Natuurlijk zijn er meer Nederlandse artiesten die schatplichtig zijn aan Brel. Artiesten die zingen alsof hun leven ervan afhangt, en waarin zingen een performance wordt. Maarten van Roozendaal was er zo een, met zijn sombere teksten en zang, vol melancholie, af en toe cynisch ook, en hard. En met die mateloosheid – alles uit het leven halen, totdat ook bij hem de dood zich te vroeg aandiende.
Wende Snijders begon haar carrière met een repertoire van Franse chansons en zong toen uiteraard ook Ne me quitte pas, traag en intens, een jonge vrouw die verlaten werd. Veel later, in haar theaterconcert Mens, maakte ze zich op bijzondere manier meester van Au suivant. Dat nummer gaat over soldaten en bordelen, en is in wezen een protestlied tegen het leger en oorlog. Enkel begeleid door strakke, elektronische muziek zong ze feller dan ooit, en maakte daarmee Au suivant tot een nummer dat helemaal van deze tijd is.
Ook Ramses Shaffy was on-Hollands mateloos, maar had niet Brels hang naar het grote avontuur. Hij vloog niet in een eigen vliegtuigje de oceaan over om op een eiland gelukkig te worden, maar hield het bij het zwalken van café naar café totdat korsakov hem in de greep kreeg. Maar als Shaffy eenmaal zong, en hij had er zin in, gebeurde er iets magisch – liedjes over stille nachten in de stad, opwindende liefdes, en de gekte van het leven.
Wie Ramses Shaffy zegt, zegt Liesbeth List en haar komt de eer toe Brel op zijn mooist te hebben gezongen. Vanuit vrouwelijk perspectief bovendien, waardoor Brels hang naar de ruige romantiek van mannenbroeders zachter werd, weemoediger ook. Het album Liesbeth List zingt Jacques Brel uit 1969 geldt nog steeds als standaard, mede door de briljante vertaling van Ernst van Altena. Toen List in 1971 een gouden plaat voor haar album kreeg, werd die op Kasteel Groeneveld in Baarn door Brel zelf uitgereikt. Brel noemde haar bij die gelegenheid de beste vertolker van zijn oeuvre, naast hemzelf uiteraard.
Uitzonderlijk, want zijn nummers werden toen al wereldwijd door tal van artiesten gezongen, met name nadat de Amerikaanse singer-songwriter Rod McKuen Ne me quitte pas had vertaald. If you go away stond op het repertoire van uiteenlopende artiesten als Dusty Springfield, Julio Iglesias, Shirley Bassey en New Kids on the Block.
Dat List behalve zangeres ook actrice was – in haar latere carrière speelde ze de hoofdrol in de musical Piaf – hoor je vooral in Dat soort volk (Ces gens-là), waarin Brel genadeloos afrekent met de kleinburgerij. Haar vertolking is adembenemend – een monologue intérieur op dreigende muziek, een gezongen eenakter waarin de eenzaamheid van de hoofdpersoon te midden van de soepslurpende familie indringend wordt verbeeld.
Terug naar 2025. Eerder dit jaar werd in het centrum van Amsterdam het traditionele Prinsengrachtconcert georganiseerd, dat in het teken stond van Amsterdam 750 jaar. Aan het einde daarvan begon het Amsterdam Sinfonietta ineens heel zacht een instrumentale versie van Brels Amsterdam te spelen met cello en viool, bijna als een etude.
Ineens stapte Huub van der Lubbe het podium op en zong het laatste deel van deze hymne aan de verloren cultuur van kroegen en bohemiens. Rauwe stem, gedragen voordracht, theatraal tot in de vezels van het lied. Brel zweeg, maar de stad zong mee.
Brel, de musical is in diverse theater te zien t/m 22/3. De dansvoorstelling Brel is te zien in Internationaal Theater Amsterdam op 8 en 9/11.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant