In Nijmegen werd er gesproken over weerbare democratie en ik deed mee aan het gesprek vanwege essays van Thomas Mann die ik had voorzien van een voorwoord, zoals de winterschilder de buitenmuren voorziet van een extra laagje verf.
Het publiek was weer eens op leeftijd, je moet natuurlijk tijd hebben voor de weerbare democratie. Misschien getuigt het van realistische moed om de weerbaarheid over te laten aan pensionado’s en zorgrobots.
Al is het natuurlijk ook moedig dat D66 de Nederlandse vlag heeft omarmd. Met universalisme win je geen verkiezingen, voor je het weet denken mensen dat je Nederland wil afschaffen. Mij lijkt dat geen slecht idee, een onafhankelijk Twente is een teken van vooruitgang, maar ik heb geen zin de mensen van mijn gelijk te overtuigen.
In het midden van de zaal vol oudere weerbaren zaten twee jongemannen met blozende wangen van wie ik mijn ogen niet kon afhouden, al was het maar omdat ik stiekem dacht dat Thomas Mann de jongens aantrekkelijk had gevonden. Bij het vragenkwartiertje deden ze helaas hun mond niet open.
Later die week melde ik mij op school bij de kleuterjuf van mijn zoontje voor een zogenoemd oudergesprek. Zijn moeder en ik zaten op krukjes en wachtten het oordeel nederig af, al het andere is contraproductief.
Op taalgebied liep hij een beetje vooruit, met rekenen nog veel meer, alleen als het erom ging andere kinderen te helpen met hun taakjes was het behelpen. De juf zei vergoelijkend dat het misschien kwam omdat hij zo klein was.
Ik heb altijd een wonderkind willen zijn, een soort Mozart maar dan zonder muziek, en toen dat uit de hand begon te lopen dacht ik wat iedereen denkt: laat ik zelf eens een wonderkind maken.
Mijn gedachten waren toen niet meteen naar hoofdrekenen uitgegaan, maar God geeft, God neemt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant