Home

Guillermo del Toro: ‘Frankenstein begint als Jezus en eindigt als Charles Manson’

Guillermo del Toro Dertig jaar lang probeerde regisseur Guillermo del Toro zijn ‘Frankenstein’ te maken. Nu is de film er: een liefdevol, gotisch, extravagant werk. Del Toro: „De film gaat over mij en mijn vader, over mij en mijn kinderen. Het spijt me, maar ik ben toch mijn vader geworden.”

Oscar Isaac als Victor Frankenstein die zijn bevindingen presenteert aan een anatomisch theater vol ongelovige wetenschappers.

‘Iedereen wordt geboren met één of twee liederen die hij kan zingen. Frankenstein is een lied, geloof ik, dat ik in mij heb. En ik probeer het al mijn hele leven te zingen.” Drievoudig Oscarwinnaar Guillermo del Toro (1964) zit in een schemerige Londense hotelkamer. Deze week draaide op het London Film Festival zijn Frankenstein, een film die hij al dertig jaar lang wilde maken. Toen hij het boek op zijn elfde voor het eerst las, werd het voor hem „de Bijbel”, zei hij in meerdere interviews, het „voelde als mijn biografie”. Toen hij in 2018 een BAFTA won voor The Shape of Water, besteedde hij een groot deel van zijn speech aan dankwoorden voor „een tiener genaamd Mary Shelley”, de schrijver van Frankenstein.

Het woord „monster” wordt deze middag in Londen liefdevol vermeden. Del Toro en ook de acteurs Oscar Isaac en Jacob Elordi spreken in Londen van „het creatuur” of „schepsel”. Het verrast niet als je hun film ziet – dit is geen horrorfilm, maar een romantische interpretatie van Frankenstein. Een compromisloos werk dat weinig van doen heeft met de meer dan honderd eerdere adaptaties, maar alles met Del Toro zelf én het oorspronkelijke boek.

Lord Byron

Het ‘schepsel’ was in 1816 niet het enige monster dat uit een Geneefse villa kroop. Een Brits gezelschap verbleef bij het Meer van Genève tijdens ‘het jaar zonder zomer’: een enorme uitbarsting van de Indonesische Tambora had de hele wereld in een vulkanische winter gestort, onwerelds kil en nat. En de vakantiegangers besloten elkaar bezig te houden met een griezelverhalenwedstrijd. Dat was het idee van rockster-poëet Lord Byron (‘de eerste beroemdheid’) en bleek goed besteed aan zijn vrienden: dokter John Polidori en poëet Percy Shelley met zijn geliefde, de achttienjarige Mary Wollstonecraft Godwin (later Shelley).

Het leverde twee gotische meesterwerken op. Met het korte verhaal The Vampyr startte John Polidori het vampierengenre, dat later Dracula zou voortbrengen. Maar Mary Shelley was de grote winnaar. Zij verzamelde daar de botten van „een verhaal dat de mysterieuze angsten van onze natuur aanwakkert”, schreef ze later. Over onbevlekte ontvangenis, schepping, wetenschappelijke hybris en de moeilijke band met haar ouders: haar vader, intellectueel William Godwin, die haar huwelijk met Percy afkeurde, en haar moeder, feminist Mary Wollstonecraft, die kort na de bevalling overleed. Alles aan elkaar gestikt in het verhaal van de ambitieuze wetenschapper Victor Frankenstein, die iets creëert wat hij kan verdragen noch beteugelen.

Twee jaar na Byrons schrijfwedstrijd werd Frankenstein, of The Modern Prometheus (naar de titaan die het vuur stal van de goden en aan de mens gaf), anoniem gepubliceerd. En al tijdens Shelleys leven werd het „legaal gepubliceerd, illegaal verspreid, geadapteerd”, vertelt Del Toro. „Zelfs Thomas Edison maakte een versie!”

„Er zijn pakweg tien personages die aan de mensheid toebehoren, als de bouwstenen van moderne mythen. Ook al heb je het boek nooit gelezen: je weet wat ze betekenen. Sherlock Holmes, Dracula, Tarzan, Jekyll en Hyde. Als ik Pinokkio noem, dan weet je dat ik doel op ondeugendheid, of leugens. Hetzelfde geldt voor Frankenstein; hij is onderdeel van ons vocabulaire.”

Daarom is het verhaal eeuwig, zegt Del Toro. „Je kunt Frankenstein doen… in space! Of Frankenstein… als politieke metafoor! Met een dictator als Frankenstein! Elke keer dat je iets nieuws inbrengt, wordt dat geliefde liedje nieuw.”

Een vrij bijbels beeld in ‘Frankenstein’: Victor Frankenstein kijkt naar het schepsel (Jacob Elordi) dat hij heeft gemaakt.

Atoomkracht

Frankenstein komt in alle vormen, alle talen: in Japan bevecht het schepsel Godzilla, in Amerika wordt hij aanvoerder van het voetbalteam van de universiteit. De roman echoot door in de subtekst van films van 2001: A Space Odyssey tot Edward Scissorhands. En het verhaal is gebruikt als argument tegen én voor slavernij, tegen en voor theïsme, als parabel voor het eeuwige conflict tussen schepper en schepping – voor natuur, religie, liefde. Journalist Nate White beschreef Donald Trump onlangs nog als „monster van Frankenstein, volledig samengesteld uit menselijke gebreken”.

Maar de bekendste interpretatie is van Frankenstein als waarschuwing tegen wetenschappelijke hybris. Dát raakte een snaar in de 20ste eeuw, een tijdperk waarin de mens genen leerde manipuleren, atoomkracht oogstte en de kracht verkreeg zichzelf te vernietigen – dat zou zelfs Prometheus wat ver gaan.

In Del Toro’s Frankenstein is die hybris slechts een voetnoot. „Ik denk dat de meest schoongewassen versies van het verhaal over wetenschap gaan, maar ik ben het daar niet mee eens”, zegt Del Toro desgevraagd. „Het huishouden waarin Shelley opgroeide was volgens mij juist nieuwsgierig naar wetenschap. En vooral naar de fundamentele existentiële vraagstukken, die worden opgeroepen in John Miltons epos Paradise Lost. Het verheffen van je stem tegen God en vragen: ‘Waarom heb je mij hier gebracht? Wat is mijn doel? En wat is mijn natuur?’ Dát is naar mijn mening wat Shelley doet met dit boek.”

Frankenstein gaat volgens Del Toro net zoveel om de zoektocht naar antwoorden, als om het stellen van de vragen. „Shelley stelt haar vragen met de passie van een adolescent. Ze is net de leadzangeres van een punkband! Want zij en Percy zijn punks. Kinderen die ’s ochtends vroeg wegrennen om te trouwen. Ze steken het Kanaal over, worden achternagezeten door Shelleys stiefmoeder. En dan geeft Percy laudanum [een pijnstiller, red.] aan Mary en zet hij een pistool op zijn slaap. ‘Drink dit op, dan blaas ik mijn hersens eruit. Dan zijn we voor altijd samen.’ Kinderen! Kinderen vol furie. Dus de vragen zijn urgent, maar niet gedisciplineerd. Het boek is ambivalent over deze dingen – het schepsel is enerzijds goed, anderzijds diabolisch.”

Frankenstein is autobiografisch, ‘het schepsel’ voornamelijk de vrucht van Shelleys eigen trauma’s, zegt Del Toro. „Mary Wollstonecraft stierf elf dagen na haar bevalling van Mary. En het boek is zwanger van het idee van een geboorte zonder moeder. Dat komt voort uit het freudiaanse, vreselijke, diepe gevoel van spijt dat Shelley heeft omdat ‘ze haar moeder heeft vermoord’. Shelley leerde nota bene lezen op haar moeders grafsteen! Dit zijn heel rommelige, diepe emoties. En die leiden tot die fusie van geboorte en dood in Frankenstein. Het boek lezen is alsof je in het id van Mary Shelley kijkt.”

Maar hoe verfilm je dat? „De enige manier waarop ik het origineel kon eren was door mijn film óók autobiografisch te maken. Het gaat om mij en mijn vader, mij en mijn kinderen. Over de excuses die ik mijn kinderen maak. Het spijt me, maar ik ben toch mijn vader geworden.”

Regisseur Guillermo del Toro geeft regie-instructies aan Oscar Isaac (Victor Frankenstein).

Mexicaans katholicisme

Del Toro’s Frankenstein is een freudiaanse pijncyclus: een voortplantende golf van trauma’s, doorgegeven van vader op zoon, schepper op schepsel. „Zoals Guillermo zegt: Frankenstein begint als Jezus en eindigt als Charles Manson”, lacht acteur Oscar Isaac in een andere hotelkamer. „Frankenstein is nog harder voor zichzelf dan voor zijn schepsel. Dat is, als het ware, het innerlijke kind dat hij naar buiten brengt.”

Del Toro maakte Frankenstein als „een expressie van alles wat hem vormde”, zegt Isaac. „Verhoogde expressie”, de bloederigheid van het Mexicaans katholicisme waarmee hij opgroeide. „Voor de rol van Victor Frankenstein keek ik naar acteur Oliver Reed, en films uit de jaren veertig en vijftig: de snelheid van taal en gedachte. Maar ook naar de telenovella, de Mexicaanse soapseries! Guillermo gaf regie-instructies, zoals: ‘Doe de Marie Christina!’ Ik vroeg: ‘Wat is de Marie Christina?’ Hij: ‘Als je naar de uitgang van de kamer loopt, plots stopt, je omdraait en zegt: Marie Christina?!’ Dan zei hij: ‘Kom op! Maak deze Mexicaan blij!'”

Naast Isaac zit zijn ‘schepsel’: de twee meter lange Jacob Elordi in een grote leren jas. Hij is een van de populairste (en knapste) acteurs van het moment. Elordi is als schepsel geen monster met bout in de nek, maar iets prachtigs: een homunculus, bleek als het maanlicht, zonder stiksels, maar met vlees dat golft als een schilderij. Del Toro zocht „de puurheid van een pasgeborene”, zei hij eerder tegen The New York Times.

„Het creatuur is niet kwaadaardig, maar reactief in Guillermo’s versie”, zegt Elordi. „Hij is alleen duivels in de zin dat Lucifer dat is in Paradise Lost, hij richt zich tot zijn schepper en vraagt: waarom houd je niet van mij!” Elordi keek stille films met Del Toro, om de emotieve bewegingen voor zijn Frankenstein te leren. „Je kunt zeggen dat die bewegingen over de top zijn, maar iedereen in de wereld kan een film uit de jaren twintig kijken en precies weten wat de emoties op het scherm zijn.”

Maar beide acteurs moesten ook iets van zichzelf vinden in het verhaal. Isaac: „Dat is ook hoe Guillermo het deed: het is autobiografisch.” Elordi: „Het geheim van elke acteur is zijn aanwezigheid in de rol. Het deel dat uniek ‘hem’ is.”

Beiden lijken dat vooral te hebben gevonden in de masochistische ambitie van Frankenstein. Isaac lacht: „Toen ik jonger was dacht ik: ik snijd elk ledemaat af om mijn rol 2 procent eerlijker te maken. Ik pijnig mezelf, verlaat mijn familie, doe alles wat nodig is!” Elordi: „Schrijver Charles Bukowski zei: [hij imiteert] „‘Go all the way. Verlies je familie, slaap op een parkbank. Mensen zullen je haten. Maar ik beloof je: als je all the way gaat, krijg je een plaats naast de Goden!'”

„Dat idee leeft in veel kunstvormen. ‘Wat is het grootste offer dat je kunt brengen?’ Als je die baby offert aan het altaar, dan zal je absolute waarheid bereiken. Het is totaal gestoord…” Hij lacht: „…maar we geloven het allemaal wel natuurlijk!”

„En uiteindelijk bereik je dan een moment, zoals Dante aan de rand van het bos”, zegt Isaac, die ook Dante Alighieri speelt in het aankomende In The Hand of Dante. „En dan denk je: O… Shit. Iedereen is weg. Mijn familie is weg.” Grappend: „But I fucking nailed it!”

De jonge Victor Frankenstein met zijn moeder, voordat zij komt te overlijden.

Alchemie

En dus muteerde het verhaal onder Del Toro. „Ik veranderde alles, behalve de hoogtepunten”, zegt hij. „Harlander is verzonnen, Elizabeth is anders… Ik voegde de oorlog toe, die overal zichtbaar is en waar Frankenstein de lichaamsdelen oogst. En de wolven, herten, muizen en raven die het schepsel over de wereld leren.”

„Maar ondanks al die aanpassingen, bijna door alchemie, is de ziel van het boek onveranderd. Mijn film is trouw aan die ziel van het boek op een manier waarop geen enkele andere adaptatie dat is.”

Nu staat Del Toro, zoals Dante, ‘aan de rand van het bos’. Hij beschreef zijn gemoedstoestand na het maken van Frankenstein in Vogue als „post-partum-depressie”. Maar of er nu een gevoel van leegte achterblijft of niet, het was een schitterend moment, vertelt Isaac: toen Guillermo del Toro’s Victor Frankenstein eindelijk zíjn schepsel in elkaar zette. Terwijl de dokter botzaagt en vleeshecht klinkt er een wals; gouden zonlicht weerkaatst lieflijk op lichaamsdelen. Het is macaber liefdeswerk, geen gruwel. „Guillermo vond wel regelmatig dat er niet genoeg bloed was”, zegt Isaac. „Dan gooide hij emmers vol nepbloed over de set heen! Maar er brak tijdens die scènes ook wat open voor ons. In de film, én in het echte leven. Misschien was het omdat Guillermo hier dertig jaar naartoe werkte… Het is geen horrormoment, maar meer alsof je naar Guillermo kijkt terwijl hij zijn modellen schildert. Of iets als: ‘Ik weet niet hoe liefde werkt, of hoe het leven werkt, maar dít kan ik.’ Hij pauzeert even. „En met ‘ik’ bedoel ik Victor!”

It’s alive… Drie Iconische Frankensteins

Er zijn zo’n honderd films gemaakt waarin het door Victor Frankenstein geschapen monster een rol speelt. De klassieke versie is die met Boris Karloff uit 1931, met de iconische elektroden in zijn nek. Als het monster middels de bliksem tot leven wordt gewekt, kraait zijn schepper „It’s alive”.

Het icoon: ‘Bride of Frankenstein’ (James Whale, 1935)

Het vervolg op Frankenstein (1931) combineert horror met zwarte komedie en wordt tegenwoordig gezien als queer-klassieker. Dankzij de biografische film Gods and Monsters (1998) weten we dat regisseur James Whale homoseksueel was, net als het monster een maatschappelijke outcast. In Bride of Frankenstein creëren de hoogmoedige, voor God spelende Frankenstein en zijn trouwe assistent een vrouwelijk speelkameraadje voor het monster (Boris Karloff) – met kenmerkend kapsel. Karloff heeft nog steeds een slepende tred, maar spreekt hier voor het eerst, zij het zeer rudimentair: „Smoke. Good”, zegt hij met een sigaar in zijn mond.

Elsa Lanchester en Boris Karloff in ‘Bride of Frankenstein’.

Het horrormonster: ‘The Curse of Frankenstein’ (Terence Fisher, 1957)

De eerste kleurenproductie van de Britse studio Hammer was The Curse of Frankenstein, met Peter Cushing als Frankenstein en Christopher Lee als het monster. Omdat er copyright op de oorspronkelijke monstermake-up zat, moest Hammer iets nieuws verzinnen. Het moment waarop het monster zich ontdoet van zijn bandages wordt onderstreept door een camera die op Christopher Lee inrijdt om zijn gehavende gezicht van dichtbij te laten zien. Die smerige scène staat symbool voor de hele film, die bloediger en viezer is dan ooit tevoren. Het betekende de geboorte van Hammer-horror en het uitmelken van een steeds sleetser wordende formule: er kwamen nog zes vervolgen op The Curse of Frankenstein.

Christopher Lee als monster in ‘The Curse Of Frankenstein’.

De parodie: ‘Young Frankenstein‘ (Mel Brooks, 1974)

Frankenstein was al snel rijp voor parodie, een van de leukste is het in prachtig zwart-wit gefotografeerde Young Frankenstein. Een steeds hysterischer wordende Gene Wilder speelt de kleinzoon van Dr. Frankenstein, Marty Feldman is zijn hulpje Igor en Peter Boyle is het monster: „Hello handsome” zegt Wilder tegen hem als hij ‘geboren’ wordt. Het moment waarop een dansende en zingende Wilder en Boyle het nummer ‘Puttin’ on the Ritz’ opvoeren is zeer amusant. De populaire film zette de sluizen open voor meer parodieën en hommages, waarvan Tim Burtons stop-motion animatie Frankenweenie (2012) een liefdevol voorbeeld is.

André Waardenburg

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next