Kredietmarkt De kredietmarkt dijde afgelopen jaren flink uit, met nieuwe aanbieders en nieuwe investeringsproducten. Na een faillissement en een dreigend bankroet, en met twee banken die problemen hebben gemeld met leningen, zijn er zorgen dat de markt misschien al te snel gegroeid is.
Auto's in een Amerikaanse garage.
Op de financiële markten kan het deze maanden niet op. Toch was er afgelopen vrijdag even stress op de beurzen, vooral bij aandeelhouders van financiële instellingen. Aanleiding waren berichten dat twee kleinere Amerikaanse banken verliezen moesten nemen op twee leningen. Die kwamen bovenop twee faillissementsprocedures van automotive-bedrijven in de VS eerder deze maand. Hierdoor leek – vooralsnog kortstondig – angst te ontstaan dat er misschien meer, nog onontdekte, slechte bedrijfskredieten in omloop zijn.
Maandag vonden bankaandelen weer de weg omhoog, maar de bibbers van vrijdag legden wel een angst bloot die al langer leeft. Namelijk: hebben de leningverstrekkers, waarvan er de afgelopen jaren flink wat zijn bijgekomen, genoeg zicht op de financiële gezondheid van bedrijven?
Jamie Dimon, bestuurder van de Amerikaanse bankreus JP Morgan Chase, waarschuwde vorige week al voor problemen op de kredietmarkt. „Als je één kakkerlak ziet, zijn er waarschijnlijk meer”, zei hij bij de toelichting op de kwartaalcijfers van zijn bank. „Dus iedereen is gewaarschuwd.”
Dimon leek vrijdag dus meteen gelijk te krijgen, toen die twee kleinere Amerikaanse banken hun problemen openbaarden. Zions, in diverse Amerikaanse staten gevestigd, zette 50 miljoen dollar opzij om verliezen op te vangen bij een Californische dochter. Het probleem bij branchegenoot Western Alliance had ook een Californisch tintje: de bank heeft een klant in die staat aangeklaagd wegens fraude met het onderpand voor een lening.
Analisten verschillen echter van mening of de issues bij Western en Zions niet business as usual zijn – leningen verstrekken betekent altijd risico op wanbetaling – of dat ze wijzen op fundamentelere problemen. Western gaf in zijn persbericht al direct aan dat zijn huidige leningenportefeuille in doorsnee gezonder is dan in het vorige kwartaal.
Marktvorsers tellen de berichten van de beide banken echter op bij het recente bankroet van leningverstrekker Tricolor, en de bescherming tegen schuldeisers die auto-onderdelendistributeur First Brands eind september aanvroeg. Die raken niet alleen werknemers en klanten, maar ook een flink aantal financiële instellingen. Beide bedrijven waren namelijk niet gefinancierd met op de reguliere beurs verhandelbare obligaties of ‘gewone’ bankleningen, maar met veel minder transparante private leningen.
Dit ‘private credit’, kredietverstrekking door andere partijen dan banken, is de afgelopen jaren enorm gegroeid. Aan banken werden na de kredietcrisis van 2008 strengere eisen gesteld, waardoor ze minder makkelijk geld kunnen uitlenen. Daardoor vonden allerlei bedrijven op zoek naar groeifinanciering bij die banken een gesloten loket. Dat geld was wel elders te vinden; veel geld, op zoek naar hoge rendementen.
Hoe groot de markt is voor private credit, is niet helemaal duidelijk. Door het private karakter is – anders dan bijvoorbeeld bij obligaties – informatie daarover niet openbaar. Volgens Morgan Stanley gaat dit jaar 3.000 miljard dollar om in die markt, de helft meer dan vijf jaar geleden. Vermogensbeheerder Blackrock houdt het op 2.100 miljard dollar en voorziet een verdubbeling in de komende vijf jaar. In ieder geval is het véél geld.
Al dat private geld verstrekken de geldschieters – doorgaans pensioenfondsen, verzekeraars, andere grotere vermogensbeheerders en óók banken – niet meer rechtstreeks aan bedrijven. In plaats daarvan verschaffen deze beleggers kapitaal aan privatecreditfondsen, vaak beheerd door partijen die ook groot zijn in private equity. Die bundelen de leningen meestal in grotere pakketten, om risico’s te spreiden en de drempel voor investeerders erin te verlagen.
Die grote investeerders missen zo echter direct zicht op de bedrijven waaraan die privatecreditleningen zijn verstrekt. En daardoor hebben ook aandeelhouders en andere belanghebbenden van die financiële partijen – pensioendeelnemers, toezichthouders – een slecht beeld van de blootstelling van die banken, verzekeraars en pensioenfondsen aan private credit.
Daarbij komt ook nog eens de angst dat de beheerders van privatecreditfondsen, door de snelle groei van de privatecreditmarkt, zelfs ook niet altijd meer goed zicht hebben op de bedrijven waaraan ze geld uitlenen.
Het faillissement van Tricolor en de problemen bij First Brands hebben een tipje van de sluier opgelicht. En wat toen zichtbaar werd, was niet fraai. Zo bleek een privatecreditfonds van de Zwitserse zakenbank UBS bijna een derde van zijn kapitaal in First Brands gestoken te hebben. Dat kan de investeerders in dit fonds, als het bedrijf toch bankroet gaat, een half miljard dollar verlies opleveren. En een fonds van zakenbank Jefferies bleek 715 miljoen dollar in First Brands gestoken te hebben, al stelt die Amerikaanse bank dat een mogelijk verlies minder dan 100 miljoen dollar zal bedragen.
JP Morgan, de bank van Jamie Dimon, nam 170 miljoen dollar verlies op het faillissement van Tricolor, dat Amerikanen leningen verstrekte voor auto’s. „Niet ons beste moment”, gaf Dimon toe. Zijn bank onderzoekt nu of de interne controle op de verstrekking van dit soort leningen wel voldoende is.
Bij zowel Tricolor als First Brands doet het Amerikaanse ministerie van Justitie nu onderzoek naar fraude. Dimon sloot niet uit dat beide zaken erop wijzen dat de afgelopen jaren wellicht wat al te soepel leningen zijn verstrekt. „We zitten al een hele tijd, sinds 2010 of 2012, in een krediethausse. Dat is al zo’n veertien jaar”, zei hij tegen Amerikaanse verslaggevers. „Dit [de onttakeling van Tricolor en First Brands] zijn de eerste tekenen dat er mogelijk wat overdadig is uitgeleend.”
Op de beurzen lijkt de angst voor een grotere crisis op de kredietmarkt nu even weggeëbd. Maar toezichthouders blijven wel waarschuwen voor de groei van ‘schaduwbanken’, de financiële instellingen achter private credit die aan minder strenge eisen hoeven te voldoen dan banken.
De Britse financieel toezichthouder FCA heeft de casussen van First Brands en Tricolor al bestempeld als goed studiemateriaal om de sterk gegroeide markt voor private credit beter te leren kennen en de problemen daarbij in kaart te brengeen. Zoals het besmettingsgevaar voor andere geldverstrekkers: pensioenfondsen en verzekeraars. En banken.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC