Als stadsomroeper René Coupée begon te spreken, werd iedereen in Almelo stil. De markante horecaman leek geboren voor dat ambt.
Zijn roep begon steevast met ‘Boeren, burgers en buitenlui!’ en eindigde met tweemaal ‘Zegt het voort!’ Daartussen moest Almelo’s stadsomroeper René Coupée met luide stem een boodschap verkondigen. Alles bij elkaar slechts honderd woorden. Eenvoudig? ‘Dat lijkt misschien zo’, zei hij daarover ooit. ‘Maar er gaat veel voorbereiding aan vooraf. Een verhaal opratelen is een, een boodschap overbrengen is twee.’
En daarin was Coupée een klasse apart. Bij internationale wedstrijden tussen stadsomroepers, waarbij onder meer werd gelet op volume, dictie en verstaanbaarheid, werd hij twee keer Europees kampioen en één keer Nederlands kampioen. Die titels had hij niet alleen te danken aan zijn heldere en krachtige stemgeluid, maar ook aan zijn bijpassende middeleeuws kostuum. En wat eveneens meehielp: een karakteristieke, historische kop. Zijn vrouw Yvonne: ‘Mensen zeiden altijd als ze René zagen: hij zou zo op een schilderij van Rembrandt kunnen.’
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Coupée was een geboren en getogen Almeloër. Zoon van een lijstenmaker, klasgenoot van Tom Egbers en schoolgenoot van Herman Finkers. Zijn hele leven zou hij in de stad blijven wonen, op een periode na dat hij in Engeland een butlersopleiding volgde. In Almelo genoot hij bekendheid als horecaondernemer, stadsgids, gastheer in het Theaterhotel, Sinterklaas en als deftige burgemeester uit de musical Van katoen en nu, over de opkomst en ondergang van de textielindustrie in de stad.
Maar het meest bekend was hij toch vooral als omroeper, steevast met een perkamentrol in de hand; een ambacht waar hij voor geboren leek. In zekere zin was dat ook zo: hij ontdekte dat een van de eerste stadsomroepers in Almelo – Jan met de Pan, een bijnaam die verwees naar de pan waarop werd geslagen om de aandacht van de inwoners te trekken – zijn betovergrootvader was. Diens pan hangt nog altijd in het Stadsmuseum Almelo.
‘René had de gave dat, zodra hij begon te spreken, iedereen stil werd’, zegt zijn vrouw. ‘Het was voor hem een manier om te ontsnappen aan het dagelijkse keurslijf. In de horeca en in het theater stond hij altijd in dienst van de gast. Het omroepen was echt iets van hemzelf.’
Coupée begon in de jaren negentig als stadsomroeper. Voor een heuse sollicitatiecommissie had hij een roep over de kermis in de stad gehouden, waarna hij voor het leven werd aangesteld. Optreden deed hij vooral op speciale evenementen, zoals het Historisch Festival in de stad.
Maar zijn onbezoldigde erebaan bracht hem ook buiten de stadsgrenzen van Almelo. In Amerika trad hij eens op voor Nederlandse immigranten, maar het vaakst kwam hij in Groot-Brittannië, waar het omroepen in groot aanzien staat. Als deelnemer aan het EK sliep hij eens in een landgoed van de familie van Lady Di, er stonden steevast gratis taxi’s voor hem klaar en in Edinburgh liep hij mee in een Internationale Taptoe, voor het beroemde kasteel, met tribunes voor tienduizend mensen.
In Almelo verrichtte hij vorig voorjaar nog de opening van het Liberty Camp, een stoet van 250 oorlogsvoertuigen die door verschillende Twentse steden reed. Zijn laatste wapenfeit was de opening van het terrasseizoen in de stad. Hij leed toen al geruime tijd aan darmkanker. Aan de gevolgen van die ziekte overleed René Coupée, Almelo’s ambassadeur, op 12 september, 66 jaar oud.
Zijn lichaam schonk hij aan de medische wetenschap, waardoor er geen uitvaart was. Wel een afscheidsdienst in het Theaterhotel, waar hij in zijn rol als gastheer zo vaak de bezoekers had verwelkomd voor de shows. Zijn jacquet stond op het podium, net als zijn stadsomroeperspak en de bel, waarmee hij steevast zijn roep begon.
Source: Volkskrant