Home

Nexperia-clash met China laat zien hoe kwetsbaar Nederland is op gebied van chips. Kan dat anders?

Het Nederlandse conflict met China over chipbedrijf Nexperia toont kraakhelder hoe afhankelijk Europa is van anderen voor onmisbare computerchips. Wat is er geworden van de Europese pogingen om autonomer te worden?

is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over de chipsindustrie.

Hoe zwaar leunt de Europese Unie op China op het gebied van computerchips?

‘Cruciale technologische kennis en capaciteiten’ behouden voor Nederland en Europa, daar ging het minister Vincent Karremans van Economische Zaken om toen hij ingreep bij chipfabrikant Nexperia. Hij nam de controle over en schorste de Chinese bestuursvoorzitter, die tegen de afspraken in vasthield aan een op China gerichte koers en Nederlandse bestuursleden ontsloeg.

De Chinese regering, woedend, sloeg terug met een exportverbod voor chips uit de Chinese fabriek van Nexperia. Het voorlopige resultaat: mínder chips voor Europa en grote ongerustheid in de westerse auto-industrie.

Karremans’ actie illustreert hoezeer de aandacht is gegroeid voor het belang van de Europese chipindustrie. Maar ook hoezeer Europa maar een kleine speler is op dit vlak.

Minder dan 10 procent van de wereldwijde chipproductie vindt hier plaats. En dus koopt Europa ze massaal in bij anderen. De Chinezen zijn cruciaal voor relatief eenvoudige varianten die in enorme aantallen van de band rollen: de zogeheten ‘mainstream chips’.

Die trekken doorgaans minder aandacht dan de geavanceerde chips die onmisbaar zijn voor zaken als kunstmatige intelligentie. Maar zonder deze chips werken wasmachines, zonnepanelen, MRI-scanners en tal van andere apparaten niet. Elke moderne auto bevat er honderden. Ongeveer een derde van dit soort chips haalt Europa uit China, schreef de Europese Rekenkamer dit voorjaar in een rapport.

Niet voor niets waarschuwde Roger Dassen, financieel directeur van chipmachinefabrikant ASML, begin dit jaar in een interview met de Volkskrant dat Europa het zich niet kan veroorloven om China zomaar terzijde te schuiven. ‘Dan loop je het risico dat de lopende banden in Europa en de VS ook stil komen te staan.’

Hebben autofabrikanten dan niks geleerd van de coronapandemie, toen ze ook al kampten met chiptekorten?

Naar eigen zeggen hebben Europese autofabrikanten nieuwe aanvoerlijnen aangeboord om de risico’s beter te spreiden. Toch trokken ze, net als hun Amerikaanse branchegenoten, aan de bel toen de Chinese regering het exportverbod afkondigde.

Het kan maanden duren voordat autofabrikanten alternatieve aanvoerlijnen hebben gevonden, terwijl ze slechts voor enkele weken voorraden Nexperia-chips hebben liggen, aldus de Europese brancheorganisatie Acea. Dat toont hoe kwetsbaar de industrie nog altijd is voor het wegvallen van een enkele fabriek.

De Europese Unie had juist vanwege dit soort problemen in 2023 toch de zogenoemde Chips Act aangenomen?

Aan een gebrek aan ambitie zal het niet liggen: over vijf jaar wil de Europese Unie 20 procent van de wereldwijde chipproductie in handen hebben. Grofweg een verdubbeling dus.

De Europese Commissie en de lidstaten willen de komende jaren meer dan 40 miljard euro steken in de chipindustrie. De bouw van een grote chipfabriek van 10 miljard euro in het Duitse Dresden vloeit hieruit voort. Onder meer het Taiwanese TSMC en het Nederlandse NXP zijn daarbij betrokken.

Toch is het doel van 20 procent marktaandeel heel ver weg, schreef de Europese Rekenkamer dit voorjaar. Volgens de toezichthouder was dat doel nooit erg realistisch. Op dit moment koerst Europa aan op een marktaandeel van 11,7 procent in 2030.

De bouw van grote nieuwe chipfabrieken is extreem duur, zegt Marion Matters-Kammerer, hoogleraar chiptechnologie aan de Universiteit Eindhoven. Zo duur dat het vrijwel niet te doen is zonder hulp van de grote chipbedrijven. Die zijn geen van allen Europees: ze noemt het Zuid-Koreaanse Samsung, het Amerikaanse Intel en het Taiwanese TSMC. ‘Die moet Europa proberen over te halen, met subsidies.’ Dat dit niet altijd lukt, bleek wel toen het worstelende Amerikaanse chipbedrijf Intel dit jaar plannen voor fabrieken in Duitsland en Polen schrapte om kosten te besparen.

Kunnen Europese landen dan ooit volledig onafhankelijk worden op gebied van chips?

‘Geen enkel land is helemaal onafhankelijk op dit gebied’, zegt Matters-Kammerer erover. Zo is China op zijn beurt weer sterk afhankelijk van het Nederlandse ASML voor machines om chips mee te fabriceren, en van Taiwan en Zuid-Korea voor geavanceerde chips.

Het internationale web van gespecialiseerde bedrijven dat nodig is om de chipindustrie gaande te houden, is te groot en complex. Wel kan Europa zijn kwetsbaarheid verkleinen door zijn chipindustrie uit te breiden en te investeren in nieuwe technologieën, zegt Matters-Kammerer. ‘Je moet meer denken in termen van evenwicht dan van onafhankelijk worden. Zorgen dat je belangrijke technologie in handen hebt die andere landen niet hebben, zodat je beter tegen elkaar kunt opboksen.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next