In Londen is het graf hersteld van de 19de-eeuwse dichter Gerrit van de Linde, beter bekend als De Schoolmeester (‘Hier ligt Poot, Hij is dood’). De renovatie was een decennialange wens van hoogleraar Marita Mathijsen. De Volkskrant was bij de feestelijke oplevering.
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant.
De Nederlandse driekleur wappert op de middeleeuwse kerktoren van St Mary’s in de Londense wijk Hornsey. ‘Speciaal aangeschaft voor onze Nederlandse beroemdheid’, zegt Peter Sanders, voorzitter van The Friends of Hornsey Church Tower. Staand op het kerkhof wijst hij op het graf van ‘De Schoolmeester’, de Nederlandse dichter Gerrit van de Linde, die zich in Engeland als hoofd van een kostschool had ontpopt tot een vooruitstrevende onderwijshervormer.
Op een herfstige zaterdagmiddag is de grijze grafsteen van deze markante Engelandganger bedekt met bloemen. ‘Sacred to the memory of Rev Gerard van de Linde Monteuuis of Cromwell House, Highgate. Born March 12th 1808. Died Jan 27th 1858. Aged 49.’ Daaronder staat de naam van zijn jong overleden zoon Frederick. Dat de letters leesbaar zijn is te danken aan een renovatie, waarvan het resultaat met poëzie en een proost op deze charmante rebel wordt gevierd.
Stralend middelpunt van de veertig aanwezigen op het kerkhof is Marita Mathijsen. Van de Linde was het onderwerp van zowel haar doctoraalscriptie als haar daaropvolgende proefschrift. Met succes had ze ‘De Schoolmeester’ in de jaren zeventig aan de vergetelheid onttrokken, onder meer door het publiceren van de correspondentie met zijn studievriend Jacob van Lennep. Het opknappen van het onleesbare, deels verzwakte en overgroeide graf was decennialang haar wens.
Voor geld had Mathijsen aangeklopt bij De Perzik van Onsterfelijkheid, een tak van het Cultuurfonds dat bedoeld is voor het redden van schrijversgraven. ‘We hebben er al negen opgeknapt en dit is de eerste in het buitenland’, zegt Ari Doeser, die namens het fonds aanwezig is. De vrienden van de kerktoren hadden het graf bevrijd van de bramen en de brandnetels, terwijl Susanne Lap, bestuurder van de Orde van den Prince, grafrestaurateurs regelde.
Het resultaat verheugt Bart Fontein, een gepensioneerde anesthesist en Van de Linde-adept die uit Weesp is gekomen. ‘Begin jaren tachtig was ik in Londen om Cromwell House te bezoeken’, zegt hij. ‘Op zoek naar de oude school belandde ik bij Cromwell Hardware. De dame van die ijzerwinkel verwees me naar de plaatselijke geschiedenisvereniging, waar ze van alles wisten over Van de Linde. Dat spoor leidde me naar het graf, dat toen al was verzakt.’
Mathijsen was elke dag bij het grafherstel. ‘Het was fascinerend en ik denk dat de sterke mannen en de vrienden van de toren het op prijs stelden dat een oudere Nederlandse vrouw met haar rollator was komen kijken.’ De 81-jarige emeritus hoogleraar had de stille hoop iets bijzonders in het graf aan te treffen, misschien zelfs de brieven van Van Lennep aan Van de Linde die in de geschiedenis zijn zoekgeraakt. Dat viel tegen. ‘We vonden wel een hoefijzer’, lacht ze.
In de toren trakteert Mathijsen de aanwezigen op een lezing over het leven van Van de Linde. De zoon van Rotterdamse handelsagent ging theologie studeren in Leiden, met het doel om dominee te worden. Dat ging mis toen deze student, die toen al faam verwierf als dichter, de echtgenote van een van zijn hoogleraren zwanger maakte, iets waar de professor zelf niet in was geslaagd. De geleerde nam wraak door te voorkomen dat zijn liefdesrivaal zijn examens kon afronden.
Een neveneffect was dat hij schuldeisers, in casu de plaatselijke middenstand, achter zich aan kreeg. De rebel vluchtte naar Engeland. Na een pittige periode, waarin hij geen werk kon vinden, greep de Nederlandse immigrant de kans om een kostschool over te nemen. Hij kreeg daarbij hulp van zijn vrouw Caroline de Monteuuis, de knappe dochter van een Franse kostschoolhouder. De school betrok uiteindelijk het statige Cromwell House in Highgate, niet ver van Hornsey.
‘Het was een verlichte kostschool’, zegt Mathijsen. ‘Hij schafte lijfstraffen af en voerde een modern curriculum in, met moderne talen en exacte vakken. Hij was geïnspireerd door de Nutsschool waar hij zelf was onderwezen.’ Hij kreeg zelfs een uitnodiging van prins Albert, de echtgenoot van koningin Victoria, om zijn onderwijsfilosofie toe te lichten. Niet iedereen was onder de indruk. Een ouder maakte zich zorgen over het feit dat het lichaam van haar zoon bij thuiskomst niet bont en blauw was.
Met zijn charme werd Van de Linde, die zichzelf de titel dominee alsmede een dubbele achternaam had geschonken, een graag geziene gast in de victoriaanse high society, terwijl hij in zijn brieven schalks gewag maakte van de actualiteit. Hij was getuige van de brand die het parlement verwoestte. Zijn aandacht ging vooral uit naar de mannen en vrouwen die vanaf de brug in de Theems stonden te plassen. Vanwege een bijzonder laag tij had de brandweer niet genoeg bluswater.
In 1858 overleed Van de Linde aan een longontsteking. Een jaar later publiceerde Van Lennep Gedichten van den Schoolmeester, teneinde zijn weduwe en vier kinderen financieel te ondersteunen. Zijn satirische gedichten, zo vertelt Mathijsen, zijn door de Engelse invloed geheel anders dan die van zijn Nederlandse collega’s. In de introductie schreef zijn oude studievriend dat Van de Linde in zijn hart ‘altijd een Nederlander’ was gebleven.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant