Home

Waar verlangen mensen naar als ze zeggen naar fatsoen te verlangen?

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen zoemen woorden als normen, waarden, beschaving en fatsoen driftig rond, maar niet iedereen verstaat er hetzelfde onder. SCP-onderzoeker Emily Miltenburg: ‘Mensen vinden het veel gemakkelijker om te zeggen wat het níét is dan wat het wel is.’

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Zaterdag 20 september 2025. In Den Haag wordt gedemonstreerd tegen immigratie. Stenen suizen door de lucht, hooligans vallen politiemensen en -paarden aan, het partijkantoor van D66 wordt vernield. Youtuber Bender vraagt aan een demonstrant wat hem drijft. ‘We zijn het gewoon zat weet je’, antwoordt de man. ‘Het is gewoon een keer klaar weet je. Alle normen en waarden in Nederland gaan naar de kloten. Onze hele cultuur gaat naar de kloten. Het is een keertje genoeg weet je.’

Maandag 29 september 2025. In het EO-radioprogramma Dit is de dag worden naar aanleiding van de rellen twee predikanten geïnterviewd over hoe het christendom zich verhoudt tot extreemrechts – organisator Els Noort was de dag immers feestelijk begonnen met een Bijbeltekst (psalm vier), en op het Malieveld stond een houten kruis met daarop de tekst ‘God is goed, Geert is groot’.

De ene predikant is twintiger Daniël van Deutekom van Turning Point, een door de vermoorde Amerikaanse activist Charlie Kirk opgerichte organisatie die nu ook in Nederland ‘strijdt voor het herstel van ons christelijk fundament, met gen Z voorop’. Hij vindt de combinatie christelijk en extreemrechts een logische: ‘Veel mensen snakken naar een tijd waarin helder was welke normen en waarden we met zijn allen deelden.’ De andere predikant is Jan Wolsheimer van zendingsorganisatie Cama, die Van Deutekom superioriteitsdenken verwijt en de roep om sterke leiders eerder associeert met fascisme dan met de lessen van Jezus.

Dinsdag 7 oktober 2025. In NRC schrijft columnist Karin Amatmoekrim dat ze na een lezing op een middelbare school nadacht over de rellen in Den Haag en over haar eigen middelbareschooltijd in de jaren negentig. Of het toen veel beter was weet ze niet: ‘Maar er werd op zijn minst nog iets van fatsoen nagestreefd, zelfs in de mate waarin men zich racistisch uitte.’ Ze besluit voorlopig met haar column te stoppen en zich helemaal aan de literatuur te wijden.

‘Een fatsoenlijk land’

Normen en waarden, beschaving, fatsoen: het zijn enigszins in elkaars verlengde liggende woorden die in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen opvallend veel worden gebezigd. Door demonstranten die met een beroep op normen en waarden de boel al dan niet kort en klein slaan, door schrijvers en journalisten, door politici.

De slogan waarmee het CDA zichzelf onder leiding van Henri Bontenbal weer belangrijk heeft gemaakt, luidt: ‘Een fatsoenlijk land’. In het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA komt het woord ‘fatsoenlijk’ tien keer voor. Ook in de troonrede van koning Willem-Alexander, die opriep elkaar over alle verschillen heen de hand te reiken, klonk een verlangen naar fatsoen door.

Dat is opmerkelijk, want nog niet zó lang geleden werd CDA-premier Jan Peter Balkenende (2002-2010) om zijn campagneslogan ‘fatsoen moet je doen’ en zijn gedweep met normen en waarden hartelijk weggehoond. ‘We giechelden ons rot in die Haagse coulissen’, blikte journalistiek veteraan Kees Boonman er deze maand in het NPO Radio 1-programma Nieuwsweekend op terug, en het scheelde niet veel of hij kreeg opnieuw de slappe lach.

Volgens Wikipedia heeft fatsoen voor veel Nederlanders een negatieve bijklank omdat het gelijk is gesteld aan ‘bekrompenheid en weinig tolerantie voor andere gedragingen’. Fatsoen wordt al ruim honderd jaar geassocieerd met kleinburgerlijkheid, schreef taalhistoricus Ewoud Sanders vorige maand in NRC. Van Dale definieert fatsoen als ‘al wat geacht wordt te behoren tot de maatschappelijke behoorlijkheid of gemanierdheid, hetzij meer in moreel, hetzij in formeel opzicht (de goede manieren in de ruimste zin), vooral echter als iets conventioneels opgevat’. Maar het woord is bezig aan een herwaardering, aldus Sanders.

Alleen: waar verlangen mensen precies naar als ze zeggen dat ze naar fatsoen verlangen of het over normen en waarden hebben? Als je kijkt naar de citaten aan het begin van dit stuk lijken de ideeën daarover behoorlijk uiteen te lopen.

Saamhorige samenleving

In een vergaderkamertje van de Universiteit van Amsterdam pakt socioloog en politicoloog Emily Miltenburg er een stapeltje rapporten bij. Miltenburg is senior wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), waar ze onderzoek doet naar de houdingen en oordelen van mensen over maatschappij en politiek. Beschaving, normen en waarden zijn ingewikkelde begrippen, zegt ze, maar bij fatsoen denkt ze vooral aan omgangsvormen tussen mensen. Al sinds de oprichting van het SCP, een halve eeuw geleden, komt in onderzoeken naar voren dat Nederlanders van mening zijn dat die een stuk beter kunnen.

In 2008 begon het SCP met het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB), waarin de Nederlandse publieke opinie wordt gevolgd en geduid aan de hand van vragen aan en gesprekken met een representatieve groep Nederlanders. Waarover maken burgers zich zorgen, hoe vinden ze dat het gaat met de maatschappij en de politiek?

Bij het eerste onderzoek uit 2008 zat Miltenburg nog niet bij het SCP. ‘Mijn collega Josje den Ridder wel, en zij zei dat de meeste zorgen van de ondervraagden in dat jaar over het samenleven gingen. Fatsoen scoorde heel hoog. Maar ook daarvóór werd er geklaagd over de verhuftering, de ik-cultuur, de teloorgang van normen en waarden. Mensen verlangen altijd naar een saamhorige samenleving.’

Het klopt dat er aan het einde van de Balkenendetijd een dipje was, zegt ze: ‘Normen en waarden werden truttig gevonden, er hing een spruitjeslucht omheen, maar ook toen was het verlangen naar fatsoen zeker niet weg. Het is een constante factor.’

Ook een constante factor is dat mensen niet goed kunnen benoemen wat ze precies verstaan onder normen, waarden en fatsoen. Miltenburg: ‘Ze vinden het veel gemakkelijker om te zeggen wat het níét is dan wat het wel is, en waar ze zich zoal aan ergeren: mensen die elkaar niet groeten, afval op straat.

‘Toen mijn collega’s in 2008 vroegen wat volgens de ondervraagden de oorzaak was van al dat onfatsoen, was het antwoord: de slechte opvoeding. Maar als daarover in focusgroepen werd doorgepraat, bleek het met die opvoeding best mee te vallen. Daarna was het: we zijn te druk met zijn allen. In 2010 heeft het SCP daar opnieuw onderzoek naar gedaan en toen bleken mensen de gejaagdheid en stress toch niet als belangrijkste oorzaak van de maatschappelijke verruwing te zien. En als we vragen wat mensen góéd vinden gaan of waar ze trots op zijn, noemen ze ook vaak dingen die onder het kopje samenleving vallen, zoals de bereidheid elkaar te helpen.’

In de discussies over fatsoen lijkt hetzelfde aan de hand te zijn als met polarisatie: het gaat meer om ‘een gevoel’ dan om harde feiten. Emily Miltenburg: ‘We bespeuren ook een behoorlijk ongemak ten opzichte van wat mensen afwijkende meningen vinden. Terwijl ik denk: dat hoort erbij, het mag best schuren in de samenleving. Ook met politieke opvattingen. Het is bijna alsof mensen allergisch zijn voor meningsverschillen. Mij persoonlijk lijkt het een nachtmerrie om in een samenleving te leven waarin iedereen het altijd met elkaar eens is.’

Beschavingsoffensief

In de 18de eeuw raakte een groot deel van Europa en de VS in de ban van de gedachte dat in een ideale wereld alle mensen vrij en gelijk (horen te) zijn en dat iedereen kan lezen, nadenken en een levensfilosofie kan ontwikkelen, waarna ze elkaar niet langer op de bek slaan, maar over hun verschillen in debat gaan – het beschavingsoffensief was geboren. De emancipatie die toen inzette, is nog altijd gaande, het debat over de meningsverschillen ook, maar nu staat vooral dat debat zelf ter discussie.

Wat mensen beschaafd en fatsoenlijk noemen, is afhankelijk van de tijd en plaats waarin ze leven, benadrukt socioloog Norbert Elias in Het civilisatieproces uit 1939. Hij beschrijft hoe in middeleeuwse kronieken en liederen de gruwelijkste gewelddaden werden verheerlijkt. Tamelijk ziek, vinden we nu, maar ‘roof, strijd en jacht op mensen en dieren’ vormden in die tijd in het Westen een ‘directe en duidelijke levensnoodzaak’, schrijft Elias, die correspondeerde met de opbouw van de samenleving. Inmiddels berust het monopolie op geweld in het grootste deel van de wereld bij de staat.

Beschaving duidt een proces aan en verloopt zeker niet rechtlijnig, aldus Elias, maar wie het proces op de lange termijn bekijkt, ziet wel hoe de verschillende vormen van dwang geleidelijk afnemen en plaatsmaken voor zelfbeheersing. Al met al is dedriftbeteugeling’ toegenomen, de meeste mensen gedragen zich het grootste deel van de tijd beschaafd.

Sociaal gedrag

In Een kind heeft vele moeders. Hoe de evolutie ons sociaal heeft gemaakt beschrijft de Amerikaanse antropoloog Sarah Blaffer Hrdy een vliegreis. Aan boord zijn huilende baby’s, mensen stoten elkaar aan met hun rugzakken, maar iedereen reageert min of meer vriendelijk.

Hrdy denkt: wat zou er gebeuren als opeens zou blijken dat mijn medereizigers niet tot de homo sapiens behoren maar tot een andere mensapensoort, chimpansees bijvoorbeeld? Dan zouden we van geluk mogen spreken als onze vingers en tenen er bij het uitstappen allemaal nog aan zaten, schrijft ze: ‘Het gangpad zou vol liggen met bebloede stukken oor en andere uitsteeksels. Zoveel uiterst impulsieve vreemden opeen geperst in een nauwe ruimte, daar komt gegarandeerd narigheid van.’

In essentie komt beschaving neer op het zodanig leren beheersen en onder controle krijgen van de eigen en andermans instincten dat we niet voortdurend op onze hoede hoeven zijn. In zijn net verschenen boek Het menselijk lichaam in 50 verhalen wijst evolutiebioloog Nico van Straalen in dat kader op de amygdala, een hersenkern die niet alleen agressie en angstreacties reguleert, maar bij de mens óók een belangrijke rol speelt bij de sociale ontwikkeling. Net als Blaffer Hrdy noemt Van Straalen de grote menselijke aanleg voor sociaal gedrag bepalend voor onze evolutionaire ontwikkeling sinds de afsplitsing van de mensapen.

Als angst en sociaal gedrag zo nauw met elkaar verbonden zijn, is de roep om fatsoen dan niet ook een angstschreeuw? Van mensen die weliswaar zeer verdeeld lijken maar in wezen precies hetzelfde willen: wonen op een plek waar ze zichzelf mogen zijn en door hun soortgenoten netjes worden behandeld? Misschien is ergernis over gebrek aan fatsoen wel vooral een bewijs van toenemend fatsoen.

Karikaturaler

‘Ooit waren we een tolerant land. Wil ik deel uitmaken van deze maatschappij, van deze wereld waarin men elkaar naar het leven staat?’, zegt een 53-jarige vrouw in de nieuwste editie van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven, die het SCP maandag presenteerde. Het thema van deze editie is ‘maatschappelijk onbehagen’, het gevoel van veel Nederlanders dat het met hun land de verkeerde kant opgaat. De verhalen over dat onbehagen hebben onderzoekers Leonard van ’t Hul en Anne Kuschel onderverdeeld in vier ‘vormen van verval’: economisch, politiek, moreel en cultureel.

Een deel van de zorgen over normen, waarden en fatsoen valt in de categorie ‘moreel verval’, en is zoals gezegd constant. Maar in de categorie ‘cultureel verval’ zijn wel veranderingen zichtbaar: onder meer in een toename van de zorg dat ‘het Nederlandse cultureel erfgoed’ en ‘de Nederlandse mentaliteit’ verdwijnen, en in een verharding in de manier waarop over asiel en migratie wordt gesproken. De woorden die respondenten kiezen zijn scherper en hun voorbeelden karikaturaler en negatiever dan in eerdere jaren, schrijven de onderzoekers.

Waar deelnemers aan het onderzoek bij ‘moreel verval’ denken dat de dreiging van binnenuit komt, ervaren ze bij ‘cultureel verval’ een dreiging van buitenaf. Emily Miltenburg: ‘Bij moreel verval geven mensen de schuld aan de individualisering of andere maatschappelijke tendensen, er zijn geen eenduidige daders en slachtoffers. Bij cultureel verval wijzen ze migranten aan als dader, en de ‘hardwerkende Nederlander’ als slachtoffer.’

Net als bij moreel verval is ook bij cultureel verval sprake van perceptie: het gevoel wordt niet gestaafd door feiten. Waar komt het dan vandaan?

In 2023 constateerden wetenschappers van de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht op basis van dataonderzoek dat een ongezonde dynamiek tussen het parlementair debat en gesprekken op sociale media leidt tot desinformatie en tot dehumanisering en demonisering van vermeende politieke opponenten.

Na de rellen in Den Haag van 20 september wees twee derde van de ondervraagden van het RTL Nieuwspanel de harde toon in het politieke debat aan, met name aangeslagen door PVV-leider Geert Wilders, als een van de oorzaken. Eerder waarschuwde ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) ervoor dat gedragingen en uitingen van politici – toch een beetje de bazen van het land – een groot effect hebben op wat mensen denken en doen.

Waardenpolitiek

Voor het CDA gaat fatsoen voor een belangrijk deel dáárover, dus over de stijl van politiek bedrijven, zegt CDA-campagneleider en kandidaat-Kamerlid Bart van den Brink. ‘Politici zijn het uithangbord van je beleid, daar begint alles. De wijze waarop je politiek bedrijft, kan een voorbeeld zijn voor een samenleving dus daar moet je op letten, en je moet zeker niet de verruwing van de straat de politiek in helpen. Maar er is ook een inhoudelijke kant, en die is dat we het tegenovergestelde van populistische politiek willen bedrijven. Keuzes maken, ook als die pijnlijk zijn, en vervolgens zo eerlijk mogelijk duidelijk maken waarom je ze maakt.’

Dat het CDA er nu in de peilingen zo goed voorstaat, stemt Van den Brink uiteraard gelukkig. ‘Maar we hadden dit niet voorzien. Je zoekt naar de beste woorden, woorden die uitstralen wat je voor de kiezer wilt zijn en waar je voor staat. Eerlijk gezegd ben ik heel relativerend over campagnes. De ene keer zit je in een flow, zoals nu, en een andere keer heb je kneiterhard gewerkt en blijken andere thema’s relevanter dan het thema waar je op hebt ingezet. Het is niet te voorspellen.’

Waar Jan Peter Balkenende om zijn ‘fatsoen moet je doen’ nog werd uitgelachen, lijkt Henri Bontenbal nu met de slogan ‘een fatsoenlijk land’ de tijdgeest haarfijn aan te voelen. Maar aan het bedenken ervan zijn geen dure tijdgeestdeskundigen of marketingbureaus te pas gekomen, zegt Van den Brink: ‘Die slogan hadden we bij de vorige campagne ook al, in 2023. We hadden als CDA een vrij slechte periode achter de rug, waarin overduidelijk veel kapot was gegaan. Toen we met ons eigen team bespraken wat onze unique sellingpoints waren, zagen we dat we op één thema nog enigszins overeind waren gebleven: waarden en normen.

‘Vanuit dat perspectief zijn we gaan brainstormen over de slogan waarmee we de campagne zouden ingaan. Die slogan was er eerder dan de lijsttrekker, maar hij sloot wel helemaal aan bij de behoefte van Henri om weer aan waardenpolitiek te doen. Tijdens Balkenende ging fatsoen over zaken rondom drugs en alcohol, nu is het een antwoord op een samenleving waarin de omgangsvormen behoorlijk verhard zijn. Fatsoenlijk gedrag zou niet de uitzondering moeten zijn. Ik hoop eigenlijk dat het over een tijdje weer de norm is, en dat we er niet meer voor hoeven pleiten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next