Lijsttrekkers zetten hun afkeer van andere partijen graag in als politiek wapen. Maar als kiezer kun je dat maar beter niet al te serieus nemen.
‘De opkomst van de PvdA is een gevaar voor Nederland.’ Op 8 september 2012 waarschuwde VVD-lijsttrekker Mark Rutte het land. PvdA-voorman Diederik Samsom steeg rap in de peilingen en Rutte voorzag grote problemen. Gelukkig was hij er nog om te voorkomen dat de PvdA ook echt zou gaan regeren. ‘Een paars kabinet is voor mij heel ver weg.’ Vijf dagen later belde Rutte al op de avond van de verkiezingsuitslag met Samsom om af te spreken dat ze het samen zouden gaan proberen.
Zo makkelijk ging Pieter Omtzigt in 2023 niet door de bocht, maar toch: maandenlang verzette hij zich in de campagne tegen samenwerking met de PVV. Hij ‘zag het niet gebeuren’. Er ging inderdaad wat tijd overheen en er moest een ‘rechtsstaatverklaring’ aan te pas komen, maar uiteindelijk belandde er toch gewoon een ploeg trotse NSC-ministers op het bordes, zij aan zij met hun nieuwe PVV-collega’s.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Dat de aanstaande formatie ook altijd een rol speelt in de verkiezingscampagne is in een coalitieland onvermijdelijk. En bovendien van alle tijden. Beroemd is de ‘anti-KVP-motie’ van het PvdA-congres in 1969, die samenwerking met de katholieken uitsloot.
Wat toen al duidelijk werd, geldt nog steeds: politici zetten hun afkeer van andere partijen in campagnetijd graag in als politiek wapen, maar als kiezer kun je het maar beter niet al te serieus nemen. Let vooral heel precies op het woordgebruik: wat zeggen ze nou eigenlijk echt? In 1969 wist de PvdA-top – bang om zichzelf eeuwig buitenspel te zetten – ternauwernood de formulering van de motie te veranderen naar een taboe op samenwerking met ‘de huidige KVP’. Drie jaar later bleek dat genoeg ruimte te bieden om het toch weer te proberen.
Luister daarom goed als Dilan Yesilgöz en haar VVD-secondanten het dezer dagen hebben over samenwerking met GroenLinks-PvdA. Op 2 september: ‘Ik zie dat echt niet werken.’ Op 6 september: ‘Dan overwegen wij serieus in de oppositie te gaan.’ Op 7 september: ‘Het is totaal ongeloofwaardig.’ Op 18 oktober: ‘Wij gaan niet in een links kabinet stappen.’
Dat zijn formuleringen die samenwerking dus niet uitsluiten. De sluipweggetjes liggen open. Op de vraag of het veto bijvoorbeeld ook geldt als Frans Timmermans aanschuift in een kabinet waarin naast de VVD ook andere partijen van de rechterflank vertegenwoordigd zijn, ging de partij de afgelopen dagen nadrukkelijk niet in.
Voor kiezers die de coalitievorming per se willen laten meewegen bij hun keuze op 29 oktober: de voorkeuren van de lijsttrekkers zeggen heus wel iets over hun politieke oriëntatie, maar de garantie geldt tot aan de deur. Of, in dit geval: tot 29 oktober, 21.00 uur.
En de lijsttrekkers zelf, die dezer dagen steeds zo vinnig reageren op alles wat de VVD over de coalitievorming zegt, zou je iets toewensen van het dodelijke relativeringsvermogen van CDA-voorman Dries van Agt toen die in 1977 vernam dat PPR-leider Bas de Gaay Fortman niet meer met hem wilde regeren: ‘Wij zwaaien het ventje vriendelijk uit.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant