Home

Atalay Celenk wil de ministers wel op snuffelstage hebben

De doorbrekers, deel 8 (slot) | Samenleven In de voormalige Julianakerk, op de grens tussen de Haagse Schilderswijk en het Transvaalkwartier, zorgt Atalay Celenk dat mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten.

Atalay Celenk, directeur van Juliana Plaza, tijdens een Wijkrestaurant voor eenzame ouderen in de Julianakerk.

Soms wil Atalay Celenk (51) het wel uitschreeuwen als hij landelijke politici bezig ziet: „In welke wereld leven jullie?”

Zijn wereld bestaat deze maandagmiddag, zoals elke maandagmiddag, uit tafels met eenzame, alleenstaande ouderen. Hindostaanse oma’s, Indische tantes, Turkse mannen, Marokkaanse moeders en witte Hagenezen. Uit de keuken, waar een vrijwilliger in rood kokstenue de borden opmaakt, komt de geur van groentesoep en kip. Straks is er nog bananenflip met vanille-ijs. Als de soep wordt geserveerd, hoor je even alleen het getik van de lepels op het porselein.

De wereld van Atalay Celenk is die van het Haagse Transvaalkwartier, dat toen hij er opgroeide als zoon van Turkse gastarbeiders een witte volksbuurt was. Een wijk met sociale controle en cohesie, vertelt hij. „Mijn ouders waren de Nederlandse taal niet machtig. Ze werden door de buren geholpen. Mensen keken om naar elkaar.”

Nu is het een wijk waarin 93 procent van de inwoners een migratieachtergrond heeft, van wie 45 procent alleenstaand is. Het inkomen per huishouden is met 38.000 euro per jaar tienduizend euro lager dan elders in Den Haag. Het was nooit een rijke wijk, net als de naastgelegen Schilderswijk. Maar op de armoedekaart van de gemeente kleuren beide wijken inmiddels donker. Ook voor eenzaamheid.

Celenk zag in coronatijd pas echt hoe slecht het ging achter de voordeuren. In maart 2020 moest zijn wijkrestaurant Juliana Plaza, in de voormalige Julianakerk op de grens tussen de Haagse Schilderswijk en het Transvaalkwartier, vanwege de lockdown dicht. Van de ene op de ander dag. De koelcel zat vol, de vriezer ook.

Celenk en zijn partner Jale, die sociaal advocaat is, besloten eten te gaan uitdelen om zo iets terug doen voor de samenleving. Voedselpakketten te bezorgen bij senioren. „Ik was in shock. Eenzaamheid, dat was bij mij toen heel onbekend.” Hij zag de isolatie waarin sommigen leefden, en dat was niet alleen door de lockdown. „Het ging ook gepaard met armoede.”

Atalay Celenk: „Wees sociaal, wees barmhartig, vrijgevig.”

Juliana Plaza was nooit louter een commercieel restaurant: een derde van de activiteiten in de voormalige Nederlands-hervormde kerk moest volgens het bestemmingsplan een maatschappelijk karakter houden. Er werden politieke debatavonden georganiseerd, buurtbijeenkomsten, banenmarkten, Iftar-maaltijden en kerstdiners geserveerd.

Nadat de lockdown was opgeheven, wilde Celenk die ontmoetingsfunctie uitbreiden: „Ik ben opgevoed met geven. Met gastvrijheid, met barmhartigheid.”

Na de voedselpakketten kwam er een wekelijks seniorencafé. Er kwam ook een tweewekelijkse huiskamer met gratis koffie en thee voor alle buurtbewoners, een ontbijtclub waar honderden basisschoolleerlingen en hun ouders aan meededen. Er zijn kookclubs en maandelijkse activiteiten, waaronder concerten van het Residentie Orkest met appeltaart. Tijdens de NAVO-top discussieerde dit jaar een divers palet aan Hagenaars over wat vrede en recht voor hén betekende, met hapjes uit diverse wereldkeukens.

‘We stammen allemaal af van de profeet Abraham’

„Eten brengt mensen samen”, zegt Celenk. „Mensen komen in deze voormalige kerk niet meer om te belijden, maar om elkaar te ontmoeten. Wij vragen: „Wat heb jij nodig? Hoe is het met jou? Aandacht geven. Liefde. Warmte. Hulp bieden. Daar gaat het om.”

In de basis zijn mensen sociale wezens, denkt hij. „Het maakt het niet uit of je een jood, een christen of een moslim bent. We stammen allemaal af van de profeet Abraham.”

Deze maandagmiddag wordt er aan de tafels teruggekeken op het samen koken. De ouderen leerden ‘eiwitrijk koken’ van de GGD. Er werd linzensoep gemaakt en couscoussalade met „van die witte kaas”, zegt een van de vrouwen. „Maar daar ben ik niet zo van.”

Volgende maandag komt de Hartstichting tijdens het eten langs om aandacht te vragen voor hart- en vaatziekten onder vrouwen, vertelt een vrijwilligster. Het is dan Red Dress Day: „Dan dragen we allemaal iets roods. Heren? Hebben jullie iets roods? Een rode muts? Ook niet? Dan gaan wij voor jullie iets roods verzinnen.” De vrouwen giechelen.

Dit is de methode-Celenk: instanties komen in contact met een doelgroep die ze moeilijk bereiken, de deelnemers „worden wijzer” terwijl ze ook vriendschappen sluiten of gewoon een leuke middag buiten de deur hebben. Zo’n 25 maatschappelijke organisaties werken mee, of geven workshops. Alles met „gesloten beurzen” en een kleine bijdrage van de gemeente. Vrijwilligers – zoals de chef in de keuken – doen het handwerk.

Er zijn geen beleidsmedewerkers, er is geen communicatie-afdeling. Huisartsen, apothekers en ouderenconsulenten uit een ‘stuurgroep’ geven eenzame buurtbewoners een duwtje richting de kerk. Het netwerk van Celenk doet de rest. „We kennen de buurt. Ik ben zelf geboren en getogen in de Transvaal.”

Atalay Celenk, directeur van Juliana Plaza, is ervan overtuigd dat eten mensen samen brengt.

De ouderen betalen op maandag 2,50 euro voor drie gangen. Áls ze het zich kunnen veroorloven. De voedselbank, merkte Celenk, doet „prachtig werk”, maar mensen schamen zich om er heen te gaan. Terwijl hij vertelt, druppelen allerlei mensen binnen. Het is geen „klassiek welzijn” waarbij verschillende organisaties soms langs elkaar heen werken. „Leveren, activeren, mobiliseren. Impact. Daarvoor kan je me bellen.”

Gefrustreerd over de politiek

Dat is ook de reden van zijn frustratie over de landelijke politiek. In 2023 werd in Juliana Plaza het rapport ‘Een zeker bestaan’ aangeboden aan toenmalig minister van Armoedebeleid Carola Schouten (ChristenUnie). De regeringscommissie die het schreef, aangesteld na een motie van Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (toen CDA), concludeerde dat mensen die rond het sociaal minimum leven fors geld tekortkwamen, en bij uitblijven van overheidsmaatregelen verder in de problemen zouden raken.

„Ik zag licht en hoop. Maar het huidige kabinet had kennelijk geen interesse en tijd. Omdat het niet in hun politieke agenda paste. En ze waren natuurlijk vooral met zichzelf bezig.

Twee jaar was er aan dat rapport gewerkt. Keihard. En het heeft veel geld gekost. Want ja, een commissie, man-uren, ambtenaren. Het hele circus eromheen. En vervolgens schuift het naar de achtergrond.”

„En op de voorgrond ruzie in de tent. Lelijke dingen. Weglopen, confronteren. Waarom zitten de ministers bij elkaar iedere week? Eigenlijk zou je hen nu gewoon ter verantwoording moeten roepen. Wat hebben ze geleverd?”

Het kabinet-Schoof schreef in zijn Hoofdlijnenakkoord dat het armoede en kinderarmoede ten opzichte van 2024 niet wild laten oplopen. Maar concrete plannen, zo signaleerde de Kinderombudsman, zijn nog niet gemaakt.

Celenk ziet het dagelijks in Transvaal, ruim 1,2 miljoen Nederlanders leven nét boven de armoedegrens, ruim een half miljoen eronder. Zij hadden in 2023 (de meest recente cijfers) minder dan 1.510 euro per maand te besteden als alleenstaande, of 2.535 euro per maand voor een gezin met twee kinderen.

Celenk heeft geen „voelbare veranderingen” gezien sinds het verschijnen van het rapport. „Als ik nu naar de landelijke politiek kijk, krijg ik echt een error in mijn hoofd. Weet je, zo krr krr krr van een computer.”

Dieper de wijk ingaan

Mensen willen dat er geleverd wordt, zegt hij. Hij is zelf niet van plan om nog een wijkcentrum te openen. Celenk wil juist ,,dieper de wijk in”, achter de voordeur komen. In Juliana Plaza komen nu de ouderen die mobiel zijn, die durven te komen. Hij wil jongeren bereiken zodat ze „iets doen in plaats van achter het scherm zitten”. „Ze zien nu de wereld van TikTok, Dubai en Ferrari. Als ze achter de realiteit komen, zullen ze keihard vallen. Achter het scherm kom je nergens.”

Atalay Celenk, directeur van Juliana Plaza (links) eet met eenzame ouderen in de Julianakerk.

Hij zou een nieuwe ministerploeg graag op snuffelstage hebben, voor ze naar de koning gaan. Hij zal ze laten zien wat het écht betekent om „dienstbaar, inzetbaar, insluitend” te zijn. En om „echte interesse te tonen in mensen”.

„Zo voed ik mijn kinderen ook op. Wees sociaal, wees barmhartig, vrijgevig. Als je met de ene hand niet kan geven, kan je met de andere hand ook niet nemen. Ga niet voor de knaken, maar ga echt voor wat er nodig is en probeer zoveel mogelijk mensen te helpen. Binnen je vermogen en binnen de mogelijkheden, uiteraard.”

Over deze serie De doorbrekers

De landelijke politiek beloofde de laatste jaren grote hervormingen, maar die kwamen amper tot stand. Op tal van vlakken namen burgers zelf het initiatief om veranderingen teweeg te brengen. In de aanloop naar de verkiezingen toont NRC in een serie, ‘De doorbrekers’, de mensen die – nu Nederland ‘stilstaat’ – het heft in handen nemen.

Deel 1: Een regeneratieve burgerboerderij in Millingen aan de RijnDeel 2: Met slimme laadpalen en auto’s als buurtbatterijen wil Robin Berg de energietransitie versnellenDeel 3: Veendam gooide de marktwerking overboord in de jeugdhulp en zie: de wachtlijsten verdwenenDeel 4: De democratische balans herstellen: ‘De samenleving kan veel problemen beter oplossen dan de overheid’Deel 5: Niet alleen regels en wetten: eerste hulp bij bureaucratische ongelukken in RotterdamDeel 6: Over boeren, spijtmoeders en mantelzorgers: De voorstellingen van Pier21 – voornamelijk in het Fries – oogsten succes.Deel 7: Medisch specialist Ester Bertholet komt bij ouderen in de woonkamer, want daar zie je véél meerDeel 8: Atalay Celenk wil de ministers wel op snuffelstage hebben

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Source: NRC

Previous

Next