Home

Op pad met demonstrerende jongeren in Madagaskar: ‘Hier geldt de wet: geen geld, geen kans’

Vorige maand bereikte de zogenoemde gen Z-protesten Madagaskar. Deze week, op 14 oktober, kwam daar een voorlopig einde aan, toen het leger de macht greep en een kolonel aanstelde als interim-staatshoofd. De Volkskrant was erbij in hoofdstad Antananarivo en vroeg demonstranten waarvoor ze de straat op gingen.

is redacteur van de Volkskrant. Ze doet verslag vanuit Antananarivo, de hoofdstad van Madagaskar.

Buitenkansje voor de straatjochies. Uitgelaten springen ze in het waterbassin voor het gemeentehuis van Antananarivo, de hoofdstad van Madagaskar. Ze gaan elkaar vrolijk te lijf, het opspattende water glinstert in het zonlicht. In normale omstandigheden zouden de jongetjes al lang zijn verjaagd door ordehandhavers, maar niets is meer normaal in Tana, zoals de stad hier door iedereen wordt genoemd.

Sinds studenten en andere jongeren op 25 september de straat opgingen om te protesteren tegen de dagelijkse urenlange afsluitingen van water en stroom, is een breed gedragen volksbeweging opgestaan die elke dag van zich laat horen. De protestgolf heeft zich verspreid over de grote steden, onder alle leeftijden en brede lagen van de bevolking.

Gen Z vormt nog altijd de kern van de protesten, en ze zijn met veel in Madagaskar. Twee derde van de bevolking is onder de 25 jaar. Het strippiraatje One Piece, inmiddels symbool van internationale gen Z-protesten tegen corrupte machthebbers, heeft hier een paars-groen Malagassisch strohoedje gekregen.

Doos van Pandora

Net als de voorgaande dagen trekken tienduizenden Malagassiërs op dinsdag 14 oktober onder bloeiende jacarandabomen naar het stadshart. Ze weten nog niet dat deze dag de geschiedenisboeken zal ingaan. Het protest gaat inmiddels over veel meer dan stroom en water. De politieke en economische corruptie, de zelfverrijking van een kleine elite, de jeugdwerkloosheid, het tekort aan alles – de bijtende armoede: de doos van Pandora is geopend.

De president is zondag het land ontvlucht, nadat een elite-eenheid van het leger de kant van de demonstranten had gekozen. Waar hij is, weet niemand, maar hij weigert officieel af te treden. Laf, vindt Christian Ratovoherison (27) die meedemonstreert vanaf dag één. Ook toen gewapende ordetroepen tijdens het grimmige begin van de protesten lijnrecht tegenover demonstranten stonden en geweld gebruikten – er kwamen meer dan twintig mensen om – stond Christian in de voorste gelederen. ‘Ik kan niet anders, dit gaat over mijn toekomst.’

Hij is rechtenstudent en ober, dat laatste uit noodzaak. Zijn vader, een elektricien, heeft moeite het gezin van vier te voeden. Griffier bij een rechtbank is wat Christian wil worden. Waarom geen rechter? Hij lacht schamper. ‘Als je hier in de rechterlijke macht wilt werken, moet je eerst door een laag corruptie breken. Wil je dat je sollicitatie in behandeling wordt genomen, dan moet je betalen. Voor de positie van griffier is dat bedrag 3 miljoen ariary (een kleine 600 euro), voor die van rechter kan dat oplopen tot wel 200 miljoen (zo’n 40 duizend euro). Wie heeft zo veel geld? De rijken, de corrupte oligarchen.’

Een computer heeft Christian niet, zijn mobiele telefoon is zijn kostbaarste bezit. De jongeren hebben hun opstand in gang gezet met goedkope mobieltjes en stokoude computers. Sociale media zijn het wapen van zijn generatie, als je er toegang toe hebt tenminste. Jennya Karen (20), student aan de hotelschool, heeft geen eigen laptop, al is ze financieel relatief goed af met een moeder in het onderwijs en een vader in het bedrijfsleven.

Op haar universiteit zijn er niet alleen computers, maar zelfs stoelen te weinig voor de studenten, zegt ze. ‘Zonder telefoon ben je niemand, maar velen kunnen zelfs die niet betalen. Hier geldt de wet: geen geld, geen kans.’ Ze weet niet meer wie haar via sociale media heeft uitgenodigd voor de protesten. ‘Iedereen eigenlijk, een echte leiding is er niet.’

Overwinning

Toch is de beweging taai. Twee weken geleden ontsloeg de president de regering, maar de demonstranten scandeerden dat hij zélf moest ophoepelen. De president benoemde een nieuwe premier, maar de beweging zwol aan en eiste zijn hoofd. Toen de elitetroepen zich afgelopen zaterdag aansloten bij het protest, werd dat door de demonstranten gezien als een overwinning. Niet langer stond de ongewapende massa tegenover een gewapende macht.

Daardoor konden de betogers voor het eerst ongehinderd optrekken naar het plein voor het gemeentehuis aan de Place du 13 mai, het stadshart, een symbolische plek. In het voorjaar van 1972 kwamen tienduizenden scholieren, studenten en andere jongeren in opstand tegen de gevestigde orde, arbeiders sloten zich aan. Twaalf jaar nadat kolonisator Frankrijk was vertrokken, eisten ze een ‘tweede onafhankelijkheid’, want Frankrijk had nog veel te zeggen en de nieuwe regering verwaarloosde de belangen van haar eigen burgers. Het kwam tot gewelddadige botsingen tussen demonstranten en ordetroepen, op 13 mei dat jaar werd een veertigtal demonstranten doodgeschoten op het plein.

Solofo Randrianja (70) was erbij in 1972. De hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Toamasina, de tweede stad van het land, was als scholier actief in de protestbeweging. ‘Het was ons mei-’68-moment’, zegt de internationaal gerenommeerde academicus, verwijzend naar de toenmalige studentenprotesten in Parijs.

Voedingsbodem

Hij ziet veel overeenkomsten met het heden. ‘Ook toen bestond de voedingsbodem uit corruptie en armoede, ook toen waren het de jongeren die in opstand kwamen, een groep die over het hoofd werd gezien. We eisten democratie, vrijheid van meningsuiting. We wilden studeren, banen, meer sociale gelijkheid, net als de jongeren nu. Ook de huidige machthebbers hebben geen oog voor deze leeftijdsgroep die nu veel groter is. Veel van mijn studenten denken daarom: mijn toekomst ligt niet in Madagaskar.’

‘De minachting van de oude regering voor jongeren is groot’, beaamt Chinanju Rambeloson (33). De masterstudent wetenschapsfilosofie heeft allerlei baantjes om zijn studie te kunnen betalen. Dat lukt maar net, en soms ook net niet, dan moet hij zijn studie even onderbreken. ‘De president beloofde van alles sinds hij voor het eerst aan de macht kwam, zestien jaar geleden. Maar waar blijven bijvoorbeeld de landbouwhervormingen? De grond is vruchtbaar genoeg, toch moeten we rijst importeren. 70 procent van de bevolking werkt in de landbouw, de meeste boeren zijn straatarm. De winst gaat naar de geldwolven die het hier voor het zeggen hebben.’

Hij droomt weleens over zijn eigen toekomst. Dan is hij hoogleraar filosofie aan de universiteit. En dan is hij een wereldburger naar het idee van de Duitse verlichtingsfilosoof Immanuel Kant: moreel verbonden met andere vreedzame, mondige burgers. Een beetje zoals vandaag in de protestmars, waar de sfeer optimistisch is. Eindelijk maken ook instituten zich kenbaar: ambtenaren dragen een vlag van hun ministerie, de douane heeft een eigen spandoek laten maken, docenten scharen zich trots achter de naam van hun school, een oppositiepartij deelt fluitjes en vlaggetjes uit.

Geen gezicht

Door de anonimiteit van sociale media hebben de gen Z-actievoerders geen prominent gezicht, geen belangenbehartigers die de beweging structuur en inhoudelijk richting geven. Dat wordt weleens gezien als een nadeel, maar het is tegelijk de kracht van de beweging, vindt demonstrant Jah Steve Ramarivelo (36). De reggaezanger draagt een fotobord mee van zijn broer Stan’ley, die nu 34 is. ‘Stan’ley studeerde Frans en is in 2022 opgepakt omdat hij de hele corrupte bende bij naam noemde op zijn Facebookpagina. Hij was wél zichtbaar, daarom konden ze hem oppakken. Hij zit nog steeds vast.’

Een groot verschil met 1972, zegt historicus Randrianja, is dat indertijd een ideologie aan de protesten ten grondslag lag. ‘Wij hadden leiders, een politieke agenda en internationale contacten. We lazen linkse boeken en zochten naar een vorm van socialisme die paste bij ons land.’ De actieleiders probeerden een brede nationale conferentie te organiseren met politieke en maatschappelijk organisaties om gezamenlijk te bouwen aan een betere toekomst. ‘Maar militairen grepen de macht en schreven verkiezingen uit die de oude garde weer in het zadel hielpen.’

Een breed, nationaal overleg over de toekomst van Madagaskar zou ook nu het begin kunnen zijn van een idealistische agenda met politieke, sociale en economische hervormingen, meent Randrianja. Maar het verleden heeft anders geleerd, weet hij, Madagaskar is sinds 1972 alweer twee staatsgrepen verder. ‘De gevluchte president accepteert zijn afzetting niet, ik ben daarom bang dat het leger in het vacuüm verschijnt en de macht weer bij de oude politiek teruglegt.’

Klassieke machtsgreep

Terwijl de roep om verandering deze 14de oktober opstijgt uit de menigte op de Place du 13 mai, wordt in de instituten inderdaad een begin gemaakt met precies dit scenario, de laatste akte van een klassieke machtsgreep. Het parlement verklaart in de loop van de dag de gevluchte president demissionair. Een kolonel van de muitende legereenheid wordt benoemd tot interim-staatshoofd. Hij belooft samenwerking met gen Z, hij belooft vrije verkiezingen, hij belooft een grondwettelijk referendum. Hij belooft veel.

Als het nieuws zich verspreidt op de Place 13 mai zet de menigte zich opgetogen in beweging naar het presidentiële paleis om de nieuwe orde toe te juichen. In hun kielzog klinkt zachtjes een vraag. ‘Pour le bébé?’ Tafita Naruvana kijkt de passanten smekend aan en houdt haar hand op. 19 jaar is ze. Met tientallen andere tienermoeders zwermt ze rondom de betogers, een kindje op de arm.

Bijna de helft van de kinderen in Madagaskar is chronisch ondervoed, ook Tafita’s zoontjes Mandjis van 2,5 jaar en Garusa van 7. Het dagelijkse menu van de familie bestaat uit rijst en soms wat brood, meer niet. Naar school gaat Garusa niet. Voor een eenvoudig uniformpje en wat schoolspullen is een bedrag nodig van minstens 10 euro, en dat is niet op te brengen.

Tafita’s erfenis van de staat: een hartverscheurende armoede die van generatie op generatie, door regering na regering, is overgedragen. Haar vader had een handkar waarmee hij wat geld bij elkaar sjouwde op de markt, maar vader is dood. Moeder verdient een schijntje als wasvrouw. Demonstranten stoppen Tafita soms wat geld toe. Haar wens voor de toekomst? ‘Eten voor mijn kinderen’, zegt ze. Durft ze dan niet meer te dromen? Ze denkt even na: ‘Ik hoop dat ze ooit naar school kunnen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next