Home

Afscheid van de Pelagia, schip dat wetenschappers de ogen opende

Het is een duizeligmakende kleurplaat van een walvis, een schildpad en een zeemeermin. Al jaren hangt-ie in de mess van de Pelagia, oceanografisch vaartuig van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Souvenir van een oude expeditie. Als je pauze had, kleurde je een stukje in.

Nu krijgt Furu Mienis de kleurplaat in handen gedrukt. Neem mee. Tientallen keren was ze aan boord, eerst als student geologie, later als chief scientist, expeditieleider, met de diepzee als specialisme. „Dit schip heeft veel wetenschappers de ogen geopend”, zegt ze. „De liefde voor de oceanografie is ook bij mij pas aan boord ontstaan. En het hielp dat ik nooit zeeziek werd.”

Maar na 35 jaar is de Pelagia ‘op’ en heeft haar laatste reis gemaakt. In de NIOZ-haven op Texel wordt het schip leeggehaald. Alles moet weg, dat wil zeggen: alles wat niet kan worden gebruikt op Pelagia’s opvolger, die nu op een Spaanse werf wordt afgebouwd. Kratten vol kabels, instrumenten in flight cases gaan van boord. De afvalcontainer op de wal raakt vol.

In de mess serveert kok Vitali goulash en puree. Voedzaam eten en warme smeerolie, basisnoten van metaal en zout water; het ruikt in elk geval nog geruststellend naar schip.

Ooit was de Pelagia je van het: met een lengte van 66 meter klein genoeg voor een vaste bemanning van twaalf, en ruim genoeg voor wisselende groepen onderzoekers en hun mobiele labs die in containers boven- of benedendeks meereisden. Maar voor onderwaterrobots, precisiemanoeuvres en onderzoek in smeltend poolgebied – steeds belangrijker – voldoet de Pelagia niet meer. „Het is het eind van een tijdperk, maar het werd ook tijd”, zegt Mienis.

De Pelagia heeft in een baan rond de planeet gevaren en als een moederschip van een maanmissie haar instrumenten naar beneden gestuurd: netten voor vis en plankton, flessen voor watermonsters, grijpers en boren om op vijfduizend meter diepte een stuk zeebodem te inspecteren waar nog niemand een voet zette.

Maar de mens is daar wel. Overal hebben wij sporen achtergelaten: vuilnis, vergif. Wat we onder het tapijt van de oceaan vegen, komt mee omhoog. In 2020, middenin de pandemie, keken onderzoekers naar een andere wereldramp. In elk monster vonden ze PVC, PET, polystyreen. En voor het eerst konden ze er een getal aan hangen: in de noordelijke Atlantische Oceaan zweeft 27 miljoen ton aan nanoplastic.

Als er in een verre toekomst nog oceanografen zijn, zullen ze in het sediment ons tijdperk als een laagje plastic teruglezen. „Het sneeuwt plastic in zee”, schreef Tommy Wieringa, die in 2018 meereisde. „We leven in het Plasticeen.”

De doop van een schip is een feestje. Voor de Pelagia was er ook eentje aan het eind van haar NIOZ-leven. Oudgedienden konden vorige week nog even aan boord kijken en in een tent op de wal herinneringen ophalen. Die herinneringen zijn nu de Pelagia. Het schip zelf is onttakeld. Nog even en dan zal ook het AIS-signaal worden uitgeschakeld.

Er was die wanklank, in 2017. Een kapitein kreeg ontslag omdat hij tijdens Oud en Nieuw op zee zijn voorbeeldfunctie was vergeten. Mienis herinnert zich vooral „de bubbel” waarin iedereen zijn draai vindt, juist omdat je „met elkaar zit opgescheept”. Als ze met Pasen aan boord was, organiseerde ze een eierjacht. Bij het leeghalen van de Pelagia vinden ze haar eieren nog steeds.

Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next