Home

Leven op vrijwel verlaten Iers eiland: ‘Tien minuten van het vasteland, maar lichtjaren van het normale leven’

Op het Ierse eiland Turbot wonen en werken kunstenaars Hanneke en Stefan Frenkel Frank, van wie binnenkort een expositie in Nederland opent. Ze hebben er geleerd het leven klein te maken. ‘Er is geen bioscoop op Turbot, maar wel een eindeloze voorstelling.’

is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant. Hij woont sinds 2003 in Londen.

Het is eb wanneer Stefan en Hanneke Frenkel Frank al juttend van rots naar rots gaan op het Ierse eiland Turbot. Op een zonnige herfstmiddag kijken ze naar de Atlantische Oceaan, waar soms dolfijnen uit het water springen. Stefan (73) is vooral geïnteresseerd in stukken drijfhout om bootjes te maken, op de ‘zeilen’ schildert hij eilandtaferelen. Hanneke (79), zijn vrouw, richt haar oog op aangespoelde touwen uit de visserij, waar ze kleden van weeft. Ze vindt allerlei kleuren, soms zelfs gele, oranje of zwarte touwen, maar niet vaak. ‘Die kleuren komen om de een of andere reden niet veel voor.’

Zeekleden op de biënnale

Deze strandjutterij heeft van de twee Nederlanders plaatselijke bekendheden gemaakt hier in de regio Connemara, mede door een uitzending op de Ierse televisie. Hun kunstwerken zijn geëxposeerd op het kunstfestival van Clifden, een pittoreske kustplaats nabij Turbot. Hannekes sea carpets waren te zien in het Ierse paviljoen van de architectuurbiënnale in Venetië, waar de vraag wat we kunnen leren van de zelfredzaamheid en inventiviteit van de bewoners van de kleine eilanden centraal stond. Binnenkort tonen Hanneke en Stefan samen met drie andere kunstenaars hun werk in galerie De Kolk in Spaarndam.

‘Het voelt als een bekroning van drie bijzondere decennia’, zegt Stefan. Wandelend over de modderpaden van Turbot, een eiland van 1.700 bij 700 meter, vertelt hij hoe Hanneke en hij er in 1994 een vervallen cottage kochten, zonder keuken of toilet. ‘We leefden de eerste jaren zonder telefoon of elektriciteit. Vaak konden we dagenlang niet over de ruwe zee met onze curragh, een kleine, traditionele vissersboot. In de beginjaren heb ik mijn leven gewaagd om voor kerst op het vasteland een kalkoen te halen, in een winterstorm. Het vervoeren van bouwmaterialen was een hels karwei voor de bouwvakkers.’

Nadat zijn vader Dimitri Frenkel Frank, de acteur en regisseur, in 1988 op 60-jarige leeftijd was overleden, besloot Stefan zijn leven om te gooien, uit angst voor een even vroegtijdige dood. Zijn oog viel op Ierland, waar hij veel op snoek had gevist. Toen bleek dat hij zijn werk als partner van een reclamebureau deels op afstand kon doen, begon het Ierse avontuur. Hanneke had haar eigen band met Ierland. Haar vader was in de jaren zeventig betrokken bij onderhandelingen over de vrijlating van de door de IRA ontvoerde Akzo-topman Tiede Herrema, een zaak die Ierland schokte.

Rampspoed in 1974

Het eiland Turbot was op 15 juni 1919 het eerste stukje Europa dat de luchtvaartpioniers John Alcock en Arthur Whitten Brown zagen tijdens de allereerste trans-Atlantische vlucht. De twintig woningen op Turbot boden indertijd onderdak aan meer dan honderd bewoners. Deze boeren, vissers en turfstekers leefden een vrijwel autarkisch bestaan. Alleen thee, suiker, bloem en tabak moesten van het vasteland worden geïmporteerd. Door emigratie van jongeren naar Engeland of Amerika en het opraken van de turf raakte het eilandleven in verval. In 1970 waren rond de 65 bewoners over.

Rampspoed volgde op een regenachtige septemberavond in 1974.

Drie eilandbewoners waren naar Clifden gevaren om in een kroeg de All-Ireland- footballfinale te zien tussen Dublin en hun graafschap Galway. Na de wedstrijd voeren Patrick O’Toole, Patrick Stuffle en Michael Wallace in het donker bij stevige wind terug, om nooit aan te meren op Turbot. Een dag later werd hun curragh gevonden, drie weken daarna hun lichamen. De Ierse regering, die toch al van mening was dat het te duur was om kleine eilanden als Turbot bevolkt te houden, bood de eilanders huizen op het vasteland aan. Op 28 november 1978 was de grote evacuatie, en drie jaar later verliet de laatste bewoner Turbot.

‘De hele dag pendelden er bootjes heen-en-weer’, zo herinnert de 58-jarige John O’Toole zich de volksverhuizing. ‘Mijn ouders namen zoveel mogelijk mee. Ik huilde en huilde, want ik wilde niet weg. ‘Je moet niet bedroefd zijn over die oude rots’, zei mijn vader.’ Het was O’Toole die de Frenkel Franks indertijd voor het eerst naar de overkant bracht en ze daar zijn ouderlijk huis liet zien. Fraai gelegen aan een wit zandstrand, tussen de pier en het kerkhof. ‘Het gaf een prachtig gevoel dat het eiland weer werd bewoond’, zegt de oude eilandbewoner. ‘Stefan en Hanneke hebben het nieuw leven ingeblazen.’

Het achterwerk van de juf

Afgezien van het heen-en-weer-varen van bezoekers, komt deze oorspronkelijke bewoner alleen nog op het eiland om voor zijn koeien te zorgen, die er in alle rust kunnen grazen. Hij heeft ze namen gegeven als als Sarah, Nollaig en Bonnie Boo. Bij het passeren van het vervallen schoolgebouw, met twee buitentoiletten, kijkt O’Toole terug op zijn schooldagen. ‘Scholieren moesten elke dag een stuk turf naar school meenemen, maar het open vuur hield vooral het achterwerk van de lerares warm. Wij kinderen zaten vaak te vernikkelen.’

Vechten, vissen en verstoppertje spelen waren de buitenschoolse activiteiten van de eilandkinderen. ‘We organiseerden soms gevechten, die na de eerste bloedneus meteen ophielden. Dat was de afspraak. Wij eilanders zijn altijd sterk geweest door de barre omstandigheden en het fysieke werk. In mijn vaders tijd werden er soms Gaelic football gespeeld tegen een team van het vasteland. Turbot won altijd.’ Hoewel Ierland een trotse republiek is, hadden de eilanden vaak hun eigen koning. Op Turbot was dat altijd een ‘Wallace’, de voornaamste clan op het eiland.

Een keer per jaar mocht de kleine John O’Toole met zijn ouders naar Clifden, een verjaardagstraktatie. De andere bezoeken aan de vaste wal waren op zondag, naar de kerk in het gehucht Kingstown. ‘Een uur roeien en daarna bijna een uur lopen. We gingen door weer en wind. Ik herinner me een winterse zondag waarop we drijfnat en net op tijd arriveerden na een barre tocht. De eilandbewoners stonden achter in de kerk en tijdens zijn preek noemde de pastoor ons ‘varkens’. Dat was het moment waarop ik het geloof verloor, niet in God, maar in de kerk.’

Na de emotionele evacuatie kregen de O’Tooles een nieuwe klifwoning langs de Wild Atlantic Way toegewezen. ‘Toen we voor het eerst aan vaste wal kwamen, waren we als de dood voor auto’s. Die dingen hadden we nog nooit gezien.’ Op het eiland zijn auto’s anno 2025 nog altijd afwezig, al rijdt er nu wel een enkele graafmachine over de onverharde paden. Kruiwagens blijven de voornaamste manier om bouwmaterialen te transporteren.

Kwartelkoning keert terug

‘Je leert hier het leven klein te maken. Het weer en de seizoenen bepalen de dagen’, zegt Stefan Frenkel Frank. ‘Op Turbot is één grasweg, die van de pier naar de oude turfvelden loopt. Er zijn geen winkels, er is geen pub. Er is geen bioscoop op Turbot, maar wel een eindeloze voorstelling. Als de storm de zee opzweept, de golven op de rotsen slaan en de regen op het dak roffelt, is het binnen beschermd en brandt de haard. Of kijk naar de wilde orchideeën op het drassige veld, en de kwartelkoning, die met zijn kenmerkende krek-krek-geluid elk jaar zijn terugkomst op Turbot viert. Er zijn ook zwaluwen die elk jaar terugkomen en nestelen in onze schuur. De vijf kleintjes zitten in de dakgoot en worden in een razend tempo gevoerd. Pa en ma vliegen af en aan.’

Turbot, zegt Stefan, is tien minuten varen van de vaste wal, maar lichtjaren verwijderd van het normale leven. Toen de Ierse economie aan het begin van de eeuw explosief groeide, werd de eilandrust verstoord. ‘Er kwamen soms helikopters met projectontwikkelaars aanvliegen’, zegt Hanneke. ‘Een vliegtuig dat plaatselijke ondernemers wilden aanschaffen, stortte neer bij een demonstratievlucht.’

Lied voor de verdronken vissers

De grote uitdaging voor hen was om het vertrouwen te winnen van de oude eilandbewoners, die nog altijd huizen en grond hadden. Hoe snel de stemming kon omslaan merkten de Frenkel Franks toen een van de oude eilanders het postkantoor om liet bouwen tot een grote vakantiewoning, en daar bij de gemeente bezwaar tegen werd gemaakt. ‘De verdenking rustte meteen op ons, buitenstaanders’, zegt Stefan. ‘We werden opeens met de nek aangekeken en de touwen van onze boot werden doorgesneden. Een nare tijd, maar uiteindelijk kon ik ze ervan overtuigen dat ik onschuldig was.’

Het leven op Turbot is door de jaren makkelijker geworden. Ruim twintig jaar geleden werd het eiland op het elektriciteitsnet aangesloten, iets waar de houten palen met draden van getuigen. Sinds een paar jaar is er ook wifi, een ander teken dat de autoriteiten het hergebruik van de eilanden willen faciliteren. Het verleden werd nooit vergeten. Tijdens een bruiloft, vijf jaar geleden, droeg John O’Toole een gedicht voor over de drie verdronken vissers, onder wie twee van zijn ooms. De Dublinse muzikant (en wiskundeleraar) Peter Knox werd er zodanig door geraakt dat hij er een ballade van maakte.

Stefan Frenkel Frank kreeg het idee om er een videoclip bij te produceren. ‘De plaatselijke filmmaker, Barry Ryan, heeft videobeelden gemaakt waarin O’Toole, Peter Knox en een paar kinderen die de zomer met hun ouders op het eiland doorbrachten de hoofdrol spelen. Mijn zoon Kasper nam de muziek op in zijn studio in Amsterdam. Bij de presentatie van de clip was het hommeles, omdat een nabestaande van een van de overleden vissers er bezwaar tegen maakte dat hun drie namen werden genoemd. Ze dacht ten onrechte dat wij er bakken met geld mee wilden verdienen.’

Antwoord op het strand

Rond dezelfde tijd nam het eilandbestaan een nieuwe wending. Begin maart 2020 arriveerden de Frenkel Franks op Turbot na een winterstop in Nederland. Even later ging het ene na het andere land in lockdown. ‘We besloten de pandemie op het eiland uit te zitten’, zegt Hanneke, ‘en juist in die tijd werd de elektriciteitskabel door een trawler stukgevaren, zodat we terug moesten vallen op het gebruik van olielampjes en een generator moesten aanschaffen. Bij het vullen met olie van de generator kwam ons vloerkleed onder de olie te zitten. De vraag was: waar halen we een nieuw kleed vandaan?’

Het antwoord bleek op het strand te liggen, waar Hanneke touwen vond. ‘Ik dacht daar wellicht een kleed van te kunnen maken en dat lukte wonderwel. Het verbaasde me dat niemand dat ooit eerder had bedacht.’ Ze begon de stranden af te struinen en tientallen kleden te maken, waar de plaatselijke interieurwinkel interesse in bleek te hebben. Aangespoelde spullen een tweede leven geven is een noodzaak op een eiland. Tijdens een wandeling naar de kop van het eiland, waar vroeger de turf lag, pakte Stefan een aangespoelde benzinekan op. ‘Daar kan ik een emmer van maken. En die pallet daar, daar zit een tafel in.’

Dat Hanneke touwen nodig heeft, weet nu iedereen in de omgeving. Zo ook Jerry Burke, een oude bewoner van het naburige eiland Turk. Na een halve eeuw leegstand heeft hij het huis waar hij is opgegroeid gereed gemaakt voor de verkoop. Daarbij trof hij een hoop touw aan dat een van zijn vissende broers er had opgeslagen. ‘Deze voorraad levert me voor lange tijd werk op’, zegt Hanneke terwijl de op en neer deinende curragh wordt volgeladen. Burke zegt haar creaties te bewonderen. ‘Maar ze zijn wel wat aan de dure kant’, zegt hij met een lach.

Dat Jerry Burke en zijn negen broers en zussen na al die jaren nu tot verkoop overgaan, is geen toeval. De prijzen van de woningen waar vroeger de keuterboeren woonden, lopen in de zes cijfers, het veelvoudige van wat de Frenkel Franks in de jaren negentig betaalden. ‘Zie je die grijze woning daar?’, vraagt Hanneke vanaf zee wijzend naar de kust van Turbot. ‘Daar komt de oud-manager van de Noord-Ierse golfkampioen Rory McIlroy wonen. Amerikanen met Ierse wortels hebben het ook ontdekt. Ik denk dat het karakter van de eilanden komende jaren gaat veranderen.’

Zwemmende koeien

Dat is ook de verwachting van O’Toole. Door zijn koeien er te laten grazen heeft hij altijd een band gehouden met het eiland, maar geen van zijn vier kinderen heeft belangstelling voor een bestaan als visser of boer. Een teken des tijds is het vlot dat hij voor zijn koeien heeft gebouwd. Traditiegetrouw liet hij de koeien naar de overkant zwemmen, achter de curraghs aan. Daar is mankracht voor nodig en die is er niet meer. ‘Over tien jaar zullen mijn koeien niet meer op het eiland zijn’, voorspelt O’Toole. Hij zal er wel heen blijven varen, naar Turbot, als veerman voor nieuwkomers zonder eigen boot.

Art from the Wild West van Stefan en Hanneke Frenkel Frank is te zien in galerie De Kolk in Spaarndam van 15/11 t/m 28/12, elk weekend van 12 tot 17 uur. Opening 16/11 om 14 uur in de kerk van Spaarndam.

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next