Een lichtpuntje voor Amsterdam: op nog geen kilometer van het zogeheten Red Light district, doet dierentuin Artis het licht uit. De dierentuin is nu officieel gecertificeerd als Urban Night Sky Place.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Die titel is afkomstig van DarkSky International, een Amerikaanse organisatie die zich wereldwijd inspant voor het behoud van duisternis om de natuur (en de mens) te beschermen. Met de titel is Artis de eerste plek midden in een Europese hoofdstad die dit certificaat ontvangt, en bovendien de eerste dierentuin ter wereld die dit keurmerk krijgt.
DarkSky noemt het ‘van enorme waarde’ dat midden in de lichtrijke stad Amsterdam een plek is waar duisternis in stand wordt gehouden. ‘Het komt niet alleen de inwoners en bezoekers ten goede, maar ook de dieren’, aldus DarkSky.
Om aan de voorwaarden van de organisatie te voldoen, gaat Artis alle onnodige verlichting verwijderen of aanpassen. Ook zijn volgens het park duurzame maatregelen getroffen om energie te besparen. Tijdens avondopenstellingen kan een beperkt aantal bezoekers door het park dwalen om het donker met alle zintuigen te beleven ‘en mogelijk een aantal sterren te herontdekken’, aldus Artis.
Nederland is een van de landen met de meeste lichtvervuiling ter wereld. Jaarlijks neemt kunstmatige verlichting in stedelijke gebieden met 5 tot 10 procent toe. Dit verstoort biologische ritmes, desoriënteert dieren en beïnvloedt de gezondheid van mensen.
Onlangs stelde het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) in een publicatie over lichtvervuiling dat het oppervlak van de aarde dat ’s nachts verlicht wordt door meer lichtbronnen dan alleen de volle maan jaarlijks met meer dan 2 procent toeneemt. De overgang naar energiezuinige ledverlichting heeft dit effect versneld volgens het NIOO: ‘Omdat het gebruik ervan ook geld bespaart worden vaak juist extra lampen neergezet.’
Onder meer vleermuizen als de franjestaart, de watervleermuis en de gewone grootoorvleermuis hebben daar last van. Ze wachten met uitvliegen tot het buiten donker genoeg is om minder op te vallen voor vijanden. Door verlichting verliezen zij terrein om op insecten te jagen. ‘Deze vleermuizen zul je in de buurt van verlichte plekken niet snel meer tegenkomen’, aldus het NIOO. In de buurt van verlichting neemt op langere termijn bovendien het aantal nachtvlinders af.
Ook muizen en marterachtigen mijden het licht. Uit metingen met automatische camera’s is gebleken dat vooral bosmuizen zich niet meer vertonen op plekken waar ook maar enige verlichting is aangebracht. Koolmezen tenslotte blijken in de buurt van verlichting de hele nacht rusteloos te blijven. ‘Het ligt voor de hand dat die rusteloosheid niet bevorderlijk is’, aldus het NIOO. Bovendien blijkt dat de mezen door verlichting eerder gaan broeden, wat tot problemen kan leiden door de afwezigheid van rupsen voor hun jongen.
Verlichting dimmen of uitschakelen, zoals in Artis gebeurt, is volgens het NIOO een afdoende oplossing. Ook kan het helpen minder blauw licht te gebruiken, omdat veel insecten, vleermuizen en muizen daar gevoelig voor zijn. Volgens het NIOO is uit onderzoek gebleken dat sommige soorten (langzaam vliegende) vleermuizen zelfs helemaal niet reageren op rood licht. Daar zitten ook nadelen aan: ‘Op plekken waar die vleermuizen kwetsbaar zijn voor roofdieren, bijvoorbeeld bij de uitvliegopening van een verblijf, kan dit licht juist gevaarlijk zijn. De vleermuizen wanen zich dan in het duister, terwijl uilen en marters ze in dat rode licht goed kunnen zien, en makkelijk kunnen pakken.’
Groene verlichting – met juist minder rood – verstoort ’s nachts boven zee trekkende vogels mogelijk minder, aldus het NIOO.
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant