Machtige tijden Hoe moet het met migratiepolitiek na de verkiezingen? De paradox is: wie de democratie wil beschermen, kan het onbehagen over migratiepolitiek amper nog negeren.
De plenaire zaal van de Tweede Kamer, tijdens openstelling van het Binnenhof voor de Dag van de Bouw.
Het nadeel van radicalisering is: het laat zich amper afremmen. Een president die zich routinematig opruiend uitlaat, lokt automatisch uitvergrotingen onder volgelingen uit. Zo werd afgelopen week in het kantoor van een Republikeins Congreslid een swastika ontdekt, verwerkt in een Amerikaanse vlag.
En Politico onthulde chatgesprekken van leidinggevende jonge Republikeinen. „Great. I love Hitler”, tikte bijvoorbeeld de voorzitter van de Jonge Republikeinen in de staat New York, na een opmerking over gaskamers. Zo passeren talloze enormiteiten.
Gezichtsbepalende Republikeinen distantieerden zich van de chats maar vergeet niet, benadrukte een specialist tegen Politico, dat Trumps taal „ongelofelijk invloedrijk” is op jonge mensen die de grenzen van het debat opzoeken. It’s the president, stupid.
Sommige politici oefenen hun invloed heimelijk uit. De Groene onthulde twee weken terug een kras voorbeeld. AI-gegeneerde beelden van jonge vrouwen die worden lastiggevallen door getinte mannen, verspreid op Facebook, blijken te zijn aangemaakt door het PVV-Kamerlid Maikel Boon.
Het doel – angst aanwakkeren – is stokoud maar de methode betrekkelijk nieuw. De PVV voert geen campagne op basis van de realiteit. De PVV construeert beelden gebaseerd op eigen vooroordelen – „Maak haar blond, onschuldig en knap” – en dóet alsof dat de realiteit is.
Is dit nou fair play? Misschien iets om Geert Wilders voor te houden nu hij weer op campagne is.
Het deed me denken aan een fascinerend boek dat ik jaren terug las: The Ideas Industry (2017), waarin Daniel Drezner schetst hoe de techindustrie haar invloed op het opinieklimaat vergrootte.
Publieke intellectuelen, die hun kritische geest op elk denkbaar thema loslaten, worden sinds begin deze eeuw weggeconcurreerd door zogenoemde thought leaders. Zij omarmen één idee en promoten dat eindeloos. De gelovige verdringt de kritische geest.
Zo bezingt de befaamde columnist Thomas Friedman van The New York Times in 2005 de globalisering in zijn bestseller The World is Flat. Het past voortreffelijk bij de ambities van bedrijven als Google en Microsoft. Ook zij promoten het boek.
De techsector is dan nog cultureel progressief en economisch libertair: de meeste bedrijven weren vakbonden. Maar als de libertaire techinvesteerder Peter Thiel in 2015 de presidentskandidatuur van Donald Trump steunt, is dat achteraf een dijkdoorbraak: uiteindelijk stapt vrijwel de hele techindustrie over naar Trump.
Zo wordt zijn tweede termijn een mix van cultureel conservatisme en technologisch optimisme dat mede ten dienste van de president staat. Het Witte Huis vergroot via sociale media zijn greep op het opinieklimaat. Professionele media zijn nu de vijand.
En Trumps overheid beschermt de (mondiale) belangen van de techindustrie in de AI-revolutie, die via de Maikel Boons van deze wereld ook de Nederlandse politiek bereikt.
Deze week was ik met twee collega’s een dag in Epe voor het NRC Buurtonderzoek, dat volgende week verschijnt. En wat me opviel: hoe invloedrijk de online propaganda van (radicaal-)rechts is. In spontane gesprekjes gebruiken erg veel mensen argumenten en woorden die partijen al jaren op sociale media rondpompen.
Elke zaterdag ontleedt Tom-Jan Meeus in zijn nieuwsbrief de politieke week - en laat zien wat bijna niemand ziet
’s Avonds las ik in NRC dat een rondetafelgesprek van de Kamer met techbedrijven over online radicalisering was afgelast. Google, X en TikTok waren niet beschikbaar. Tot zover hun bijdrage aan de democratie.
Het raakt aan een discussie die in deze campagne verweven zit. In het beste stuk dat ik afgelopen week las, over resultaten van een Ipsos I&O-onderzoek naar opvattingen over democratie, bracht NRC het dilemma voortreffelijk in beeld: mensen verschillen scherp van mening over wát democratie is, en hoe democratie hoort te functioneren.
Zo zeggen twee op de drie kiezers dat partijen hun meningsverschillen moeten overbruggen – totdat het concreet wordt. Want dit jaar willen aanzienlijk meer VVD-stemmers niet met GL-PvdA samenwerken dan in 2023. Bij GL-PvdA is dit in mindere mate hetzelfde met de VVD. Uiteindelijk zien mensen bij voorkeur de radicaal in de ander.
Fundamenteler is dat rechts-populistische kiezers principieel anders denken over democratie dan aanhangers van (rechtse) middenpartijen en progressief-links.
In de keuze tussen de wil van de meerderheid en handhaving van de rechtstaat geven FVD- (73 procent) en PVV-kiezers (54 procent) de voorkeur aan de wil van de meerderheid. Ook de meeste kiezers op BBB en JA21 hebben die opvatting.
Daartegenover staan de andere partijen: kiezers van SGP en VVD tot en met GL-PvdA en Volt geven in (ruime) meerderheid de voorkeur aan handhaving van de rechtsstaat.
Een harde scheidslijn. Uiterst rechtse kiezers vinden het juist ondemocratisch dat de wil van de meerderheid wordt genegeerd. De rest meent dat uiterst rechtse kiezers fundamenten van de democratie – rechten van minderheden, het werk van instituties – ondermijnen „Twee groepen kiezers hebben een tegengesteld beeld over wat democratie eigenlijk is. Dat fundamentele verschil werkt door in alles”, zegt Ipsos-onderzoeker Sjoerd van Heck in dat NRC-stuk.
Ontnuchterend. Zoals Arnon Grunberg laatst in NRC Boeken schreef over Mein Kampf: „Wie meent heden ten dage tegen leugens, domheid en lafheid ten strijde te moeten trekken moet zichzelf even eraan herinneren dat Hitler en Günter Grass dat ook dachten te doen.”
De Amerikaanse president Donald Trump met techondernemer Peter Thiel
In zijn ‘sociaal-maatschappelijke analyse’ van verkiezingsprogramma’s constateerde het SCP afgelopen week dat het evenwicht uit de democratie verdwijnt. Het planbureau ziet „een deel van de partijen” inzake discriminatie „de nadruk leggen op antisemitisme en vrouwenonderdrukking”, maar „helemaal niet op discriminatie van moslims”.
Ook constateert het SCP dat „de rechtsstatelijke cultuur binnen de overheid onderontwikkeld” is „maar ook door burgers niet altijd diep doorleefd” wordt.
Ergo: waar kiezers een fundamenteel conflict ervaren over het wezen van de democratie en de rechtsstaat, daar ontbreekt het ook bij de overheid en in de maatschappij aan voldoende rechtsstatelijk bewustzijn. Ik zou zeggen: zoek de alarmknop.
Maar het ongemakkelijke is ook dat een kwarteeuw migratiedebat niet de oplossingen heeft gebracht die kiezers vragen.
Ondanks het disfunctionele kabinet-Schoof laat de Peilingwijzer nu zien dat uiterst rechts – PVV, FVD, BBB, JA21 – (licht) wint tegenover 2023 en bijna een derde van de stemmen haalt.
En iedereen kan zien dat de scheidslijn in het denken over de democratie een relatie heeft met frustraties over migratiepolitiek. Dus is er nog iemand die wil dat de demosclerose verder groeit, mocht het na de verkiezingen opnieuw niet lukken effectief migratiebeleid te voeren?
Nu het onwaarschijnlijk is dat de PVV opnieuw gaat regeren, geeft dat een nieuw kabinet misschien ook lucht.
Het kan zichtbare prioriteiten stellen – wonen, defensie, lasten, klimaat, etc. En tegelijk in de binnenkamer het conflict over het wezen van de democratie aanpakken in samenhang met het migratievraagstuk.
Zoeken, kortom, naar een groot compromis, mogelijk met de oppositie, waarin partijen en kiezers die hechten aan democratie en rechtsstaat het vertrouwen van opponenten herwinnen met maatregelen die het onbehagen over migratie wegnemen.
En niet steeds alle goede bedoelingen etaleren. Doen. Show don’t tell.
Wilders zelf zal vast niet bereid zijn bij te dragen aan zo’n compromis. Maar is er behalve hijzelf nog iemand die zit te wachten op wéér vier jaar splijtend migratiedebat zonder resultaten?
Daar komt iets bij. Zeker vier partijen die een rol kunnen gaan spelen in de formatie – CDA, D66, GL-PvdA, CU – schrijven in hun verkiezingsprogramma’s dat politieke partijen leden moeten toelaten.
Een signaal aan Wilders. De mogelijkheid is reëel dat een nieuw kabinet hem impliciet dwingt een stap te zetten die hij haat: zijn eenmanspartij omvormen tot een ledendemocratie.
Maar als onderhandelaars hierover sluitende afspraken maken in de formatie, kan het – héél misschien – ook zo zijn dat de PVV reden ziet in gesprek met het nieuwe kabinet te gaan.
De politieke cultuur zit nu een kwarteeuw gevangen in een destructieve cyclus: een telkens terugkerend migratiedebat dat steeds nieuwe zuurstof geeft aan kiezers wier ontevredenheid over de democratie verder groeit.
Dit kan, zou je zeggen, niet voortduren. Tegelijk is de uitweg verre van eenvoudig. Asiel, gezinsmigratie, arbeidsmigratie, studiemigratie – stuk voor stuk ingewikkelde beleidsterreinen met ellendige dilemma’s van medemenselijkheid en rechtsstatelijkheid.
Maar kijk naar de VS: als kiezers en politici blijven radicaliseren, plaatst dat de democratie uiteindelijk voor steeds heftigere dilemma’s.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Source: NRC