Hoe gaat China het voor elkaar krijgen dat het technologisch op eigen benen komt te staan? Vanaf maandag vergadert de Chinese partijtop over die vraag. Het vijfjarenplan dat daar geformuleerd wordt, zal veel weggeven over de toekomstplannen.
is China-correspondent van de Volkskrant. Ze woont in Beijing.
Een vijfjarenplan, doen ze daar in China nog steeds aan?
Ja. Het vijfjarenplan stamt nog uit de tijd van Mao Zedong, toen China een strak geleide planeconomie kende. Oorspronkelijk stonden de vijfjarenplannen dan ook vol met concrete productiedoelen: zoveel ton graan, zoveel kilometer spoor.
Tegenwoordig vormt het vijfjarenplan eerder een ‘strategisch verlanglijstje’ dat inzicht geeft in de overkoepelende doelen die de Chinese overheid nastreeft, aldus analist Katja Drinhausen van de Duitse denktank Merics. In het laatste vijfjarenplan besloot Beijing dan ook voor het eerst om geen exact economisch groeicijfer meer te noemen.
Het definitieve vijfjarenplan wordt maart volgend jaar goedgekeurd door het Nationale Volkscongres.
Wat zal er bovenaan dit ‘strategische verlanglijstje’ komen te staan?
China wil bovenal één ding: op technologisch vlak op eigen benen staan. De handelsspanningen met de Verenigde Staten onderstrepen het grote belang daarvan, stelt Alexander Brown, analist bij Merics. China kampt daardoor nu bijvoorbeeld met beperkte toegang tot chiptechnologie, zoals die van de Nederlandse chipfabrikant ASML of het Amerikaanse chipbedrijf Nvidia.
China ‘zo schokbestendig mogelijk maken’ stond overigens vijf jaar geleden ook al hoog op de agenda, zegt Brown. Volgens hem zal de partijtop zich gesterkt voelen in zijn koers door de ontwikkelingen van het afgelopen jaar.
China wil zich onder meer ontwikkelen op het gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en biotechnologie, en die technologie vervolgens in zoveel mogelijk sectoren toepassen om economische groei te creëren. Dit beleidsdoel wordt ook wel samengevat onder de vorig jaar geïntroduceerde toverformule ‘nieuwe productieve krachten’. ‘Oude wijn in nieuwe zakken’, zegt Brown, want sinds Xi Jinping aan de macht kwam in 2014 is technologische innovatie in feite altijd een speerpunt geweest.
China kampt ook in eigen land met economische problemen. Zijn daar geen plannen voor?
Inderdaad, de binnenlandse economie kwakkelt al jaren. De jeugdwerkloosheid bereikte vorige maand een nieuw dieptepunt: 18,9 procent van de jongeren, studenten niet meegerekend, zat zonder baan. Tegelijkertijd sleept ook China’s vastgoedcrisis zich voort.
Door die economische onzekerheid houden de Chinese consumenten de hand op de knip. Veel deskundigen denken dat de overheid het consumentenvertrouwen alleen blijvend kan herstellen door het sociale vangnet uit te breiden, bijvoorbeeld met uitgebreidere kinderopvang en hogere pensioenen.
Maar of dat gebeurt, is zeer de vraag. Het is bekend dat Xi Jinping een afkeer heeft van wat hij ‘welvaartisme’ noemt: het idee dat te veel sociale zekerheid mensen afhankelijk en lui maakt.
Volgens Brown voelt de Chinese overheid voorlopig geen druk om ingrijpend te hervormen, omdat de export van Chinese goederen ondanks alle handelsconflicten blijft stijgen. ‘De focus ligt er nog steeds op om de economische taart groter te maken’, zegt hij, ‘voordat men die gaat herverdelen.’
Afgelopen vrijdag werd bekend dat negen van China’s belangrijkste militairen uit hun functie zijn gezet. Duidt dat niet op onrust binnen de partij, zo vlak voor een belangrijke top?
Inderdaad vond er een opvallende ontslaggolf plaats. De nummer twee van het leger, He Weidong, en acht andere topmilitairen zijn uit het leger en de partij gezet, wegens ‘ernstige schendingen van de partijdiscipline’. Overigens kwam deze zuivering niet onverwacht. Zo is He al maanden niet in het openbaar gezien.
De timing is veelzeggend: acht van de negen ontslagen militairen waren lid van de Centrale Commissie, en zouden anders bij de vergaderingen over het vijfjarenplan aanwezig zijn. Nu kan Xi nieuwe mensen benoemen voor deze functies. Daarmee wordt deze actie in China vooral gezien als een manier om de eenheid binnen de partij te versterken.
In de aanloop naar belangrijke vergaderingen maakt de partij wel vaker schoon schip. Zo werd in 1989, na de bloedig neergeslagen studentenprotesten op het Tiananmenplein, de toenmalige partijchef Zhao Ziyang afgezet. Hij werd ervan beschuldigd de partij te ‘splijten’, omdat hij zich had verzet tegen het gebruik van geweld tegen de demonstranten.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant