Home

‘Ik kan Alberto’s spullen niet wegdoen – hoe dóén anderen dat?’

Bang om kopje-onder te gaan na de dood van haar man Alberto, ging Barbara van Bakel meteen op zoek naar houvast. Nu ze weer van iemand houdt, voelt ze zich daar niet schuldig over. Maar complex is het wel.

interviewt nabestaanden voor haar rubriek Leven na de dood in Volkskrant Magazine

Barbara van Bakel (58, leiderschapscoach): ‘Ik was 33, had – en heb – geen kinderen, vond mijn werk niet meer leuk en mijn relatie was voorbij. Als er ooit een moment in mijn leven kwam om naar Italië te verhuizen, dan was het nu wel. Dus ik ging. Als kind al was ik betoverd op vakantie in Zuid-Europa: de zon, de lucht, het licht – ik ben, denk ik, in het verkeerde land geboren.

‘Ik had een commerciële functie in de medische branche en had één Italiaanse klant, in Bologna, dus daar vestigde ik me. In eerste instantie in een soort studentenhuis, heel ongezellig, maar dat maakte me niets uit. Het eerste oudjaar heb ik in mijn eentje voor de tv doorgebracht – ik kende nog niemand – en ik vond het fantastisch. In de zomer ging ik in mijn eentje naar zee, ik boekte een hotelletje, huurde een fiets en had het helemaal naar mijn zin.

‘Die klant introduceerde me in zijn vriendenkring: veel singles, wat ouder dan ik, met wie het goed klikte. Je hoeft daar niets af te spreken; ik ging naar het café en kwam altijd iemand tegen. Op een dag was daar ook Alberto. Ik was meteen onder de indruk. Lang, lage stem, een mooie mediterrane man die niet zoals Nederlanders witte sokken droeg, maar blote voeten in mocassins.

‘Hij hield de boot af. Hij kwam uit een nare scheiding, had twee grote zoons en was negentien jaar ouder dan ik, hij vond het voor mij te ingewikkeld. We zagen elkaar wel veel, maar het was niks officieels. Tot ik op een avond met een ander wilde uitgaan; toen draaide hij om als een blad aan een boom. Al heeft hij die versie van het verhaal altijd ontkend, haha.

‘Hij had een hans-en-grietje-huis in een borgo, een middeleeuws gehucht in de heuvels bij Bologna, en ik trok bij hem in. We hadden er een buitenkeuken, gaven etentjes voor vrienden en buren. En we hadden elkáár, hij droeg me op handen, vriendinnen zeiden: doe mij ook zo’n man. Ik dacht geregeld: wat kan mij nog overkomen? Het was niks spectaculairs, maar het is juist wat ik nu mis.

‘De zaken gingen goed, op een dag kocht Alberto een boot. Ik zag mezelf helemaal niet als een botenmens, maar het zeilen heeft ongelooflijk veel bijgedragen aan ons levensgeluk. We kwamen in een prachtig haventje te liggen bij de Cinque Terre en zodra het mooi weer was, reden we erheen. Zo’n fijne plek, we hebben er jaren van genoten. Ik ben er nog één keer geweest sinds Alberto’s overlijden. Het was te moeilijk, ik kom er niet meer.

‘In juni 2022 werd hij ziek. Op 7 april 2023 is hij overleden. Zijn oude moeder, bij wie hij als goede Italiaanse zoon elke zondag ging lunchen, heeft hem overleefd. Dat was verschrikkelijk voor haar. Ik ging ervan uit dat Alberto ook oud zou worden, maakte me nooit zorgen over het leeftijdsverschil, hij was zo vitaal. Maar de pijn in zijn rug bleek al snel kanker, stadium 4, er was niets meer aan te doen.

Nergens over praten

‘Door zijn werk, Alberto zat ook in de medische hoek, kende hij veel artsen. Dat leek een voordeel, maar dat was het niet. Ze zijn nog tot het uiterste gegaan met experimentele behandelingen. Hij lag in zo’n vreselijk Italiaans ziekenhuis met zes man op een kamer, terwijl ik alleen maar dacht: hij moet naar huis. Ik wilde erover praten dat het ongeneeslijk was, dat we misschien afscheid moesten nemen, maar Alberto wilde daar niet aan. Hij ontkende alles. Hij heeft tegen de klippen op gehoopt. Voor mij, denk ik; diep in zijn hart wist hij misschien beter. Gelukkig is hij drie dagen voor zijn dood naar huis gekomen. Ik hoopte dat we toen alsnog het gesprek zouden voeren, maar dat is niet gebeurd. Eén keer heeft hij er iets over gezegd: ‘Je moet niet alleen blijven.’ Zo was Alberto. De enige keer dat hij er iets over zei, dacht hij aan mij.

Van Evelien van Veen verscheen onlangs de bundel Die ene die er niet meer is – verhalen over verlies en veerkracht, met ruim vijftig interviews uit deze rubriek. Uitgeverij Ambo Anthos, 272 pagina’s, € 23,99.

‘Ik ging na zijn dood meteen op zoek naar houvast, dacht: ik ga helemaal kopje-onder. Ik ben met een psycholoog gaan praten, met een priester én ik belde een pijnspecialist, een oud-klasgenoot uit Nederland. Omdat Alberto de laatste nachten veel pijn heeft geleden, wilde ik hem vragen: waren er alternatieven geweest, hebben we het wel goed gedaan? Die eerste keer hebben we meteen vier uur aan de telefoon gezeten. En nu hebben we een relatie. Niet te geloven, hè? Niet meteen, maar wel al snel. En omdat Alberto heeft gezegd dat ik niet alleen moet blijven, voel ik me niet schuldig dat ik weer van iemand hou.

‘Maar complex is het wel. Ten eerste omdat ik bij mensen om me heen een soort opluchting merk: o, het gaat weer goed met Barbara, gelukkig maar. Dat voelt als een ontkenning van mijn verdriet, en dat vind ik pijnlijk. Die priester heeft gezegd: mensen willen graag dat het weer goed met je gaat – en zo is het natuurlijk, die uitspraak heeft me zeker geholpen, maar toch zorgt het voor afstand. Met een aantal van de vrienden die Alberto en ik samen hadden, verwatert het contact.

Hoe dóén anderen dat?

‘Het fijnst is het om te praten met mensen die niks voor je willen fixen. Die gewoon luisteren, en erkennen: niet alles komt goed. Maar die zijn schaars. Ik kies er ook voor, hoor, om veel alleen te zijn, hier thuis, waar ik altijd met Alberto was. Al zijn foto’s staan er nog, van zijn spullen heb ik bijna niets weggedaan. Ook nu ik een relatie met Jon heb, kan ik het niet – hoe dóén anderen dat? Zijn tandenborstel op de wastafel, ja, die heb ik maar weggehaald, maar verder voel ik hem graag om me heen.

‘Soms betrap ik mezelf erop dat ik sta te fluiten in de keuken. Dan schrik ik, want het wil niet zeggen dat ik het verdriet kwijt ben. Ik ben nog geregeld ontroostbaar. Het is heel ingewikkeld, want je hecht ook aan de pijn. Als het beter gaat, voel ik dat Alberto van me wegdrijft, dan denk ik: hoe rook je, hoe klonk je? Dan ís hij er niet meer. Daarom bieden de avonden met zijn zonen me zo’n troost. Dan kunnen we over hem praten, hoe lekker hij kon koken, hoe hij soms kon commanderen – dat maakt hem weer levend, dan is hij niet weg.

‘Wie weet leidt de toekomst me weer naar Nederland. Voorlopig heb ik er behoefte aan me hier in Italië regelmatig terug te trekken in ons huis. De tuin is groot, ik moet voor de winter een houtvoorraad aanleggen, dat zijn prettige bezigheden die afleiding bieden, net als stukjes schrijven over rouw. Ik ben nog heel, en dat is best een verrassende constatering. Ik geef tegenwoordig leiderschapstrainingen waarin ik het eerst vooral níét over mezelf wilde hebben, maar ik merk dat er steeds meer ruimte komt voor mijn persoonlijke verhaal. Ik bouw het op, had niet meteen weer lange dagen kunnen werken. Dat mensen met een 9-tot-5-baan dat klaarspelen na zoiets, gaat mijn verstand te boven. Maar het doet me wel goed om zinvol bezig te zijn. Ik kan niet meer tegen prietpraat. Het moet ergens over gaan.’

Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven. Reacties: e.vanveen@volkskrant.nl
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next